Afghanistan zeven jaar later: slecht bezig

Zeven jaar geleden (7 oktober 2001) startten de Amerikaanse en Britse luchtmacht hun bombardementen tegen Afghaanse doelwitten. Operatie ‘Enduring Freedom’ (EOF) luidde het begin in van de ‘oorlog tegen het terrorisme’.


Het jaar daarop geeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties met resolutie 1386 het startsein voor een tweede militaire operatie, de International Security Stability Force (ISAF), officieel om de Afghaanse overgangsregering bij te staan in het verzekeren van de veiligheid in Kaboel en omgeving. In de zomer van 2003 nam de NAVO de leiding over ISAF op zich met een uitbreiding van de missie naar heel Afghanistan. Sindsdien is Afghanistan een prioritair NAVO-dossier. Hoewel de operatie voor stabiliteit en reconstructie moet zorgen, zijn de Provinciale Reconstructie Teams (PRT) van ISAF in een open oorlog met de Taliban verwikkeld geraakt. De balans is weinig positief. Militair dreigen de buitenlandse troepen het onderspit te delven. En hoewel onze ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken het anders voorstellen bakt de zogenaamde ‘internationale gemeenschap’ er ook op sociaal-economisch vlak weinig van.

In een open brief begin deze zomer stelden onze beide ministers nochtans “al blijven de uitdagingen enorm, er is vooruitgang”. Vervolgens ‘bewijzen’ ze de vooruitgang met cijfers: “Vandaag heeft 80% van de Afghanen toegang tot gezondheidszorg, tegenover 8% onder de Taliban. De kindersterfte daalde met 25%. Het bruto nationaal product verdubbelde. 4 miljoen vluchtelingen keerden terug. 5 miljoen kinderen gaan naar school, waarvan 38% meisjes. In 2007 beperkte 70% van alle veiligheidsincidenten zich tot districten waar minder dan 6% van de bevolking woont.” Niet slecht toch? Inderdaad, tenzij je eens wat dieper graaft en vaststelt dat ze er enkel de enkele hoera-cijfers hebben uitgezocht.

Eind september slaat VN-Secretaris-Generaal Ban Ki Moon een andere toon aan en spreekt van een “opvallende verslechtering van de Veiligheidssituatie” (een verdubbeling van het aantal veiligheidsincidenten op een jaar tijd). Diverse rapporten bevestigen dat het aantal burgerslachtoffers door geweld stijgt. En er is meer. In plaats van voor veiligheid te zorgen, is de internationale troepenmacht volgens de VN zelf rechtstreeks verantwoordelijk voor de dood van 577 burgers. Human Rights Watch stelde vast dat de bombardementen in 2007 drie keer meer slachtoffers maakten dan het jaar ervoor. Een minimumschatting van een lokale NGO spreekt van minstens 4.000 slachtoffers van de bombardementen sinds het begin van de oorlog. De bombardementen zetten heel wat kwaad bloed en zorgen voor een tegenovergesteld politiek effect. In deze dodelijke context vliegen onze onlangs ingezette F-16s.

Ook op sociaal-economische vlak tonen de cijfers een veel minder rooskleurig plaatje dan wat onze ministers doen uitschijnen. Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) prijkt Afghanistan bijna helemaal onderaan de ontwikkelingsindex, met zelfs een lichte daling in vergelijking met 2004. Het mag kloppen dat de Afghaanse economie de jongste jaren ‘indrukwekkende’ economische groeicijfers kan voorleggen, maar, aldus UNDP: “deze groei heeft er niet voor gezorgd dat extreme armoede en honger op betekenisvolle wijze zijn afgenomen” Volgens de VN-organisatie is de armoede zelfs nog met drie punten gestegen tussen 2004 en 2007, waardoor Afghanistan helemaal onderaan de armoedeladder prijkt. Bijna eenderde van de bevolking heeft een tekort aan voedsel. De levensverwachting is navenant afgenomen van 44,5 jaar in 2003 naar 43,1 jaar in 2005. Het is juist, zoals onze ministers stellen, dat de toegang voor meisjes tot de scholen verbeterd is. Maar ze verzwijgen dat de alfabetiseringsgraad onder volwassenen is gezakt van 28,7 procent in 2003 naar 23,5 procent in 2005. De UNDP stelt bovendien “geschokt” vast dat de alfabetiseringsgraad onder vrouwen slechts 12,6 procent bedraagt tegenover 34,4 procent bij de mannen.

Het lijstje met treurige cijfers is behoorlijk lang. De kindermortaliteit blijft extreem hoog met 257 doden per duizend levend geboren kinderen, het derde hoogste cijfer wereldwijd. De mortaliteit in het kraambed is met 1.600 doden per 100.000 bevallingen ook al een van de hoogste ter wereld. In sommige landelijke regio’s loopt dat zelfs op tot 6.500 doden, wat UNDP doet opmerken dat nooit eerder in de wereld zo’n hoog dodencijfer is genoteerd.

Begin 2006 sloten Afghanistan en de internationale gemeenschap een ‘Afghanistan Compact’ af met daarin drie pijlers: 1. veiligheid 2. goed bestuur en mensenrechten en 3. economische en sociale ontwikkeling. Voor de meeste van de daarin geformuleerde doelstellingen (tegen 2010) is het nog weinig waarschijnlijk dat ze gehaald worden. In 2004 schatte de Afghaanse regering het bedrag dat nodig is voor ‘minimale stabilisering’ op 27,5 miljard $ over een periode van zeven jaar wat overeenkomt met 165 $ per hoofd van de bevolking per jaar. Maar volgens de VN is in de periode 2002 tot 2005 slechts 3,3 miljard $ effectief overgemaakt. Al de retoriek ten spijt kun je stellen dat er manifeste politiek onwil bestaat om Afghanistan te helpen waar het echt nodig is. Een medewerker van een Europese ontwikkelingsorganisatie rekende voor dat er voor elke 100 $ die aan militaire operaties wordt besteed slechts 7 gaan naar de heropbouw. Het ministerie van Defensie getuigde voor het Amerikaanse Congres op 31 juli 2007 dat de oorlog in Afghanistan tot dan 78,1 miljard $ kostte. Minister Michels aankondiging dat het ontwikkelingsbudget stijgt tot 36 miljoen Euro voor de periode 2007-2011, valt in het niets in vergelijking met de kostprijs van enkel nog maar de F-16 missie die 22,6 miljoen opslorpt op zes maanden tijd. Dat zegt genoeg over onze prioriteiten.

Deze oorlog gaat niet over de Afghanen en hun toekomst, wel over onze belangen in een geostrategisch belangrijke regio. Voor de NAVO komt daar nog bij dat het al dan niet welslagen van de ISAF-missie bepalend is voor de toekomst van het bondgenootschap. Als deze oorlog wordt verloren dan kan de NAVO een streep trekken onder haar mondiale ambities. De Britten en vervolgens de Sovjetunie hebben zich zwaar verbrand aan Afghanistan. Als we zo voort doen en ons inschrijven in de Amerikaanse oorlogslogica, dan zijn we eveneens op weg om dit gevecht te verliezen. De echte uitdaging bestaat er in om de harten en geesten van de verpauperde bevolking in de rurale zones te winnen. Het valt te betwijfelen of het wapengekletter daarin zal slagen.

Ludo De Brabander

  • Teken de petitie
  • Op 7 oktober (17u) is er een rouwwake voor het minister van Defensie. Iedereen welkom.

Deel dit artikel