Ahmadinejads domme dreigementen tegen Israël zijn niet zonder context

De Iraanse president heeft met zijn domme en onverantwoorde uithaal naar Israël voor een geschenk gezorgd voor zij die Iran al een tijdlang voor de Veiligheidsraad willen brengen. De heftige reacties van de VS en de Europese Unie liegen er niet om. Tegelijk worden Ahmadinejads woorden uit zijn context gerukt. De VS en Israël bereiden al enkele jaren bijna openlijk een militaire campagne tegen Iran voor. Bovendien voert Israël al een tijdlang in de Palestijnse gebieden een politiek die ‘Palestina van de kaart moet vegen’. Twee maten, twee gewichten, eens te meer.


Op een conferentie van studenten met de veelzeggende titel, ‘de wereld zonder Zionisme’ op 26 oktober sprak de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad zijn inmiddels al beruchte woorden uit: “Israël moet van de kaart worden geveegd”. Israël vroeg meteen de uitsluiting van Iran uit de Verenigde Naties. Het Handvest van de VN stelt dat de leden zich onthouden van “bedreiging met of het gebruik van alle geweld” tegen staten. Naast een duidelijke overtreding van het VN-Handvest vormt het dreigement een politieke blunder van formaat. Eind september stemde de ‘Board of Governors’ van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) een resolutie die er voor kon zorgen dat het ‘gebrek aan vertrouwen in Irans vreedzame nucleaire bedoelingen’ op de tafel komt van de VN-Veiligheidsraad. President Ahmedinejad heeft het werk van zijn diplomatiek korps op zijn zachtst gezegd bemoeilijkt.

Israël moet wel in zijn nopjes zijn voor zoveel brute domheid van de Iraanse politieke leider. Tel Aviv probeert al jaren Washington en de Europese Unie ervan te overtuigen dat Iran een regelrechte bedreiging vormt voor Israël. Dat is niet helemaal ongegrond. Na de Iraanse revolutie sprak Ayatollah Khomeiny geregeld over de ‘vernietiging van Israël’. Toch moet dergelijke harde taal genuanceerd worden, want achter de retoriek schuilen opportunistische relaties. Tijdens de Irak-Iran-oorlog waren Iran en Israël objectieve bondgenoten. Terwijl Khomeiny sprak van een ‘cancerogene tumor’, lobbyde Israël in Washington voor militaire steun aan Teheran. In 1982 verkondigde Ariel Sharon, toen nog minister van Defensie, trots op de Amerikaanse TV-zender NBC dat Israël zou voortgaan met het verkopen van wapens ook al was er een embargo vanuit de VS. Op dat zelfde ogenblik diende Iran routinematig resoluties in om Israël uit de Verenigde Naties te zetten (1)

Het einde van de Koude Oorlog, de golfoorlog van 1991 en het daaropvolgend isolement van Irak zorgden voor een ommekeer. Israël begon Iran als een regionale rivaal te beschouwen. Toen al was er sprake van dat Iran werkte aan een programma dat het Israëlische nucleaire monopolie in het Midden-Oosten dreigde aan te tasten. Israël vreesde Irans potentieel als groeiende regionale, economische en militaire macht.

Palestina

Van de kant van Iran draait het om meer dan een verplicht nummertje revolutionaire retoriek tegen zionistisch Israël. Teheran vertolkt evenzeer het decennialange oude ongenoegen in de Arabische en Islamitische wereld over eerst de stichting van de staat Israël op Arabische grond en vervolgens de bezetting van de Palestijnse gebieden (Gaza en Westelijke Jordaanoever). De dreigementen die uitgaan van de Iraanse leiding zijn nog altijd een ver gevolg van de koloniale politiek in de eerste helft van de 20e eeuw die zijn stempel blijft drukken op de politieke ontwikkelingen van het Midden-Oosten vandaag. Maar ook hier enige nuance. Hoewel de opdeling van het Britse mandaatgebied Palestina door VN-resolutie 181 zonder veel inspraak van de Arabische bevolking nooit verteerd is geraakt, heeft zelfs het Iraanse regime zich in de feiten al lang neergelegd bij het bestaan van Israël. Het ongenoegen vandaag spruit vooral voort uit de weigering van de VS (en bij uitbreiding de Europese Unie) om daadwerkelijk een halt toe te roepen aan de bezettings- en koloniseringspolitiek van Israël op de Westelijke Jordaanoever. De strenge veroordeling van Ahmadinejads uitspraken contrasteren sterk met de tolerantie over de effectieve vernietiging van de Palestijnse samenleving door Israël. Tony Blair was opnieuw het felst in zijn veroordeling: “Kan je je een dergelijke staat verbeelden, met een houding als deze met nucleaire wapens in zijn bezit?”

Dergelijke uitspraken zijn koren op de molen van de modale burger in het Midden-Oosten. Blair had het even goed over Israël kunnen hebben. Israël heeft immers als nucleaire staat, geen al te mooi palmares voor te leggen: het is niet alleen geen lid van het non-proliferatieverdrag (dat de spreiding van kernwapens moet tegengaan o.m. door zich te onderwerpen aan inspecties van het IAEA), het negeert ook keer op keer de VN-resoluties en de rest van het internationaal recht. Recent nog werd een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag over het illegale parcours van de muur en de verplichtingen die in dat verband rusten op de andere staten, vakkundig genegeerd, zowel door Israël als door zijn bondgenoten in het Westen. Wat dat laatste betreft: het zegt genoeg dat in de laatste tien jaar 11 resoluties die in de Veiligheidsraad tegen Israëls politiek werden ingediend systematisch op een veto konden rekenen van de VS.

Israël is trouwens helemaal niet zo’n onschuldig slachtoffer als het zich voordoet. Al verschillende jaren worden openlijk en minder openlijk dreigementen tegen Iran geuit. In 2003 vatte een Israëlische analyst in de krant Ma’ariv de verschillende standpunten van regering en oppositie goed samen: “De impliciete boodschap is dat als het Iraanse nucleaire programma niet wordt gestopt in de komende maanden, dan zal Israël zelf actie moeten ondernemen om te vermijden dat nucleaire wapens in Iraanse handen zullen vallen”. (2) Uiteindelijk zijn Iran en Israël in een militaire logica terechtgekomen, waaraan het nog moeilijk ontsnappen is.

Israël bereidt aanval voor

Het is inmiddels duidelijk geworden dat noch Israël, noch de VS bij de pakken zijn blijven zitten. De onderzoeksjournalist Seymour Hersh onthulde begin dit jaar dat er al een tijdlang speciale VS-eenheden verkenningsoperaties uitvoeren in Iran. Deze moeten onder andere nucleaire sites lokaliseren zodat deze later met bombardementen kunnen uitgeschakeld worden. Volgens Hersh werken de VS wel degelijk intens samen met Israël (3). Hoewel de Amerikaanse regering militaire aanvalsscenario’s poogde te minimaliseren door te stellen dat  “de VS geen oorlog in het Midden-Oosten willen als we die kunnen vermijden”, is men in Washington druk in de weer om Israël met wapens te bevoorraden die ‘toevallig’ uitermate geschikt zijn voor aanvallen op (ondergrondse) nucleaire installaties. In september 2004 schreef de doorgaans goed ingelichte Israëlische krant Haaretz dat de Verenigde Staten van plan waren om voor 319 miljoen dollar vliegtuigbommen te leveren. Het gaat over 5.000 ‘slimme’ bommen waaronder 500 BLU-109 ‘bunker busters’ die kunnen gevlogen worden door F-16 en F-15 vliegtuigen. Bunker Busters kunnen diep onder grond penetreren en zijn in staat om goed verstevigde ondergrondse installaties te vernietigen. Vanuit het Israëlische leger werd het bericht bevestigd en aan toegevoegd dat "bunker busters Israël kunnen dienen tegen Iran of mogelijks ook Syrië.”(4)

Eind april 2005 is er opnieuw sprake van wapenleveringen. Ditmaal gaat het om een levering van BLU-113 bunker busters (type GBU-28) ter waarde van 30 miljoen dollar. Deze kunnen zich tot 30 meter diep in de grond boren. Ze wegen 2.500 kg (meer dan dubbel zo zwaar als de eerder geleverde BLU-109), voldoende om ook Natanz in puin te herscheppen (5). Er bestaat een duidelijk intentie om Iran aan te vallen, hier blijkt dat niet uit woorden, maar vooral uit daden. Dat is evenzeer een overtreding van het VN-Handvest waarop westerse leiders even hard moeten reageren. Het uitblijven daarvan versterkt het gevoel in het Midden-Oosten dat het Westen met twee maten en gewichten meet.

Ludo De Brabander

noot: zie ook het artikel 'de aanvalsplannen van VS en Israël tegen Iran' (Uitpers Oktober 2005)

(1) zie Parsi, Trita. The Iran-Israel cold war, 28 oktober 2005, http://www.opendemocracy.net/democracy-irandemocracy/israel_2974.jsp

(2) Gaouette, Nicole. Israël: Iran is now danger no.1. The Christian Science Monitor, 23 november 2003

(3) Hersh, Seymour M. The coming wars. In: The New Yorker, 24 en 31 januari 2005

(4) Williams, Dan. Eyeing Iran reactors. Israel seeks US bunker Bombs. Reuters, 21 september 2004

(5) Sevastopulo, Demetri. US Wants to Sell Israel ‘Bunker-Buster’ Bombs. Financial Times, 27 april 2005

Deel dit artikel