Alleen echte druk brengt Israël op andere gedachten

Israël trekt zich niets aan van de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag over de bouw van de muur in de Palestijnse gebieden. De Europese Unie en de NAVO zijn niet onmiddellijk geneigd sancties op te leggen. Een boycot van Israël, te vergelijken met de aanpak van het Apartheidsregime in Zuid-Afrika, is nochtans nodig en werkbaar.


Op 9 juli 2004 noemde het Internationaal Gerechtshof in Den Haag de bouw van de muur in de Palestijnse bezette gebieden door Israël in strijd met het internationaal humanitair recht. Het Hof riep de staten op de illegale situatie die is ontstaan niet te erkennen, noch medewerking te verlenen waardoor deze illegaliteit zou bestendigd worden. Bovendien maande het Hof alle staten aan er op toe te zien dat er aan de belemmeringen in het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk als gevolg van de bouw van de muur, een einde wordt gemaakt. De muur zorgt er immers voor dat opnieuw een belangrijk deel Palestijns grondgebied bij Israël wordt geannexeerd. Op de staten rust de plicht, aldus het Hof nog, om er voor te zorgen dat Israël de vierde Conventie van Genève (de bescherming van burgers in oorlogstijd) respecteert. Dit advies werd kort daarop bevestigd in een resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN).

Bijna een jaar later ziet het er naar uit dat de uitspraak van het Hof dode letter zal blijven. De Israëlische regering zorgt voor voldongen feiten. Ze bouwt ongestoord verder aan de muur en de uitbreiding van de joodse nederzettingen tot diep in Palestijns gebied. De uitspraak vervoegt de stapels onuitgevoerde resoluties die van de Israëlische regering eisen dat ze een einde maakt aan de langstdurende bezetting van de moderne geschiedenis en de rechten van de Palestijnen respecteert. De huiverachtigheid en zelfs weigering om maatregelen te nemen die Israël onder druk kunnen zetten, zorgt verder voor een verziekte sfeer in het Midden-Oosten. Meer nog, de Europese Unie en verschillende individuele lidstaten ijveren voor betere betrekkingen met Israël. Al sinds midden de jaren negentig beschikt Israël over een voordelige Europese markttoegang als gevolg van een associatieakkoord, hoewel de mensenrechtenclausule daarin voortdurend met de voeten wordt getreden.

Eind vorig jaar maakte de Europese Commissie het Actieplan bekend dat een eerste fase moet vormen in de opname van Israël in het Europees nabuurschapbeleid eigenlijk een alternatief voor lidmaatschap van de EU. Eén zinnetje maakt duidelijk dat de Commissie de resoluties van de VN als onbestaande beschouwt en geen rekening wenst te houden met de vele rapporten van mensenrechtenorganisaties. «De Europese Unie en Israël delen gemeenschappelijke waarden van democratie, respect voor de mensenrechten en het gezag van de wet en elementaire vrijheden», zo klinkt het gratuit.

Niet anders verloopt het bij de NAVO. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is, sluit de NAVO een militair samenwerkingsprotocol af met Israël en worden gezamenlijk militaire oefeningen gehouden. Het klinkt nogal cynisch dat de samenwerking onder meer de strijd tegen het terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens inhoudt. Het is een publiek geheim dat Israël met zijn minstens 200 kernwapens de grootste illegale kernwapenmacht ter wereld is. Landen als Italië en Polen hebben onlangs op hun beurt de militaire banden met Israël sterk aangehaald. Terwijl in de Palestijnse gebieden de bezettingspolitiek met landroof, vernietiging van landbouwgrond, willekeurige blokkades, de bouw van joodse nederzettingen en hun apartheidswegen gewoon doorgaat, lijkt het Westen collectief verblind door het rookgordijn over de ontruiming van de Gaza die nog niet eens heeft plaatsgevonden.

Binnen de Europese Unie horen we al jaren hetzelfde liedje. Sancties zijn contraproductief en kunnen het vredesproces hinderen. Het omgekeerde is waar. Nooit eerder zag de situatie er voor de Palestijnen hopelozer uit. De tijd dringt, want het wordt almaar moeilijker om de voldongen feiten op het terrein ongedaan te maken en dus de voorwaarden te creëren voor een rechtvaardige oplossing. In Zuid-Afrika kwam het Apartheidsregime ook pas aan zijn einde na een consequent beleid van jarenlange sancties en politieke druk. Indien de Europese Unie nu evenzeer consequent zou kiezen voor het afdwingen van het al jaren terzijde geschoven internationaal recht, dan is er nog hoop op een duurzame en rechtvaardige vrede. De Europese Unie is goed voor 40 procent van de Israëlische import en 30 procent van de export en beschikt dus over een machtig economisch drukkingsmiddel.

Binnen kerkelijke instanties, ngo's, academische middens en vakbonden woedt nu volop het debat voor een beleid dat gelijkenissen toont met dat tegen het Zuid-Afrikaans Apartheidsregime. Verschillende kerken roepen op tot een politiek van 'disinvestment' ten aanzien van bedrijven die meewerken aan de Israëlische bezettingspolitiek. Zo wordt Caterpillar geviseerd omwille van zijn leveringen van gepantserde bulldozers die worden ingezet bij de vernietiging van Palestijnse huizen en gronden. In tal van universiteiten in de VS, Australië, en Europa wordt niet alleen gedacht aan 'desinvestement' maar ook aan een stopzetting van de academische samenwerking met Israëlische universiteiten, wat hier en daar ook al effectief is gebeurd. Ngo's in heel Europa vragen al enkele jaren de stopzetting van het associatieakkoord met Israël. Door het uitblijven daarvan zijn in verschillende landen boycotacties gestart waar consumenten worden gevraagd om Israëlisch fruit en groenten in de rekken te laten liggen. Zo kunnen burgers de verantwoordelijkheid nemen die de regeringen vooralsnog weigeren te dragen. Verschillende Israëlische vredesorganisaties en Palestijnse ngo's zetten eveneens hun hoop op boycot, sancties en desinvestment voor een uitweg uit de impasse. Daarom ook dat in eigen land ngo's en vrijwilligers campagne voeren voor een consumentenboycot in de hoop dat België en de Europese Unie eindelijk tot inzicht komen dat de tijd van dure woorden voorbij is. Alleen politieke en economische druk kan de Israëlische regering op andere gedachten brengen. Zoals de joodse Columniste en vredesactiviste Beate Zilverschmidt schreef : « Verre van 'anti-semitisch' en 'eenzijdigheid', kan een internationale boycot wel eens Israëls redding betekenen…Alleen dan is er nog hoop dat er een einde komt aan de schadelijke landoorlog zodat Israël en Palestina een nieuwe richting kunnen inslaan. »

Ludo De Brabander Voorzitter Vlaams Palestina Komitee

Van 3 tot 10 juni was er een internationale boycotweek. Dit opiniestuk verscheen in een iets kortere versie in De TIJD van 10 juni 2005

Vrede DOOR:

Deel dit artikel