Artsen Zonder Grenzen lanceert petitie tegen Novartis

De organisatie Artsen Zonder Grenzen heeft woensdag (20 december) een internationale petitie gelanceerd waarin ze de Zwitserse farmaciereus Novartis vraagt om zijn rechtszaak tegen de Indiase patentwetgeving in te trekken. AZG en ook prof. Sigrid Sterckx van de Universiteit Gent vrezen dat wanneer Novartis gelijk haalt miljoenen mensen geen toegang meer zullen hebben tot betaalbare generische geneesmiddelen. India is de belangrijkste producent van generische geneesmiddelen voor ontwikkelingslanden.


"Tachtig procent van de aidsremmers die wij momenteel gebruiken in 32 landen, zijn generische middelen uit India, zegt Lars Verschaeren van Artsen Zonder Grenzen, “Door de lagere prijzen kunnen we 80.000 patiënten voorzien van geneesmiddelen, als we alleen gepatenteerde medicijnen konden gebruiken zouden dat er veel minder zijn. Veel ontwikkelingslanden zijn pas sinds de enorme daling van de prijzen van aidsremmers (van 10.000 dollar per patiënt per jaar naar zo'n 200 per jaar) gestart met de brede verspreiding van die medicijnen onder hun bevolking. Als die stroom droogvalt worden veel middelen op termijn opnieuw onbetaalbaar."

Is een betere smaak een patent waard?

De Zwitserse farmaciereus Novartis beweert dat India de internationale TRIPS-akkoorden voor intellectueel eigendomsrecht schendt, en spande in januari 2006 een rechtszaak aan tegen de Indiase overheid. "Ons bedrijf heeft het recht om de investering in onderzoek ook in India te gelde te maken", zegt Xavier Thiriar, persverantwoordelijke van Novartis in België. "India wordt wat betreft aantal inwoners een van de grootste markten ter wereld en ze exporteren ook veel."

India moet zich sinds begin 2005 aan de TRIPS-akkoorden houden maar blijft voorlopig een van de grootste producenten van generische geneesmiddelen. Tot voor 2005 erkende India alleen patenten voor een productieproces, niet voor een product, wat in de kaart speelt van de talrijke Indiase generische producenten die hun eigen productiemanier zoeken om een bestaand middel na te maken. Tot nog toe kende India nog maar enkele geneesmiddelenpatenten toe, maar het Indiase geneesmiddelenpatentbureau heeft een stapel van bijna 10.000 aanvragen liggen.

AZG houdt vol dat India TRIPS wél eerbiedigt. "India wijst patentaanvragen voor geneesmiddelen alleen af als het gaat om niet meer dan kleine verbeteringen van bekende moleculen, of als het alleen een nieuwe indicatie betreft van een oud middel. Dat is volgens TRIPS wel degelijk toegestaan. India gaat gewoon het zogenaamde 'evergreening' tegen – een tactiek van farmaceutische bedrijven om op allerlei manieren hun patent toch maar te verlengen. "

"Dat soort kleine verbeteringen gaat bijvoorbeeld over het wegnemen van een kalksmaak", zegt de Gentse professor ethiek en expert of vlak van patenten Sigrid Sterckx. "Zonder op de juridische kwestie in te gaan, vind ik het moreel evident dat zoiets niet patenteerbaar zou mogen zijn. Maar in Europa en de Verenigde Staten volstaat zo'n wijziging om een nieuw patent te krijgen en wordt een medicijn duurder verkocht omdat het zogezegd beter geneest."

Kleine verbeteringen kunnen wel belangrijk zijn. Het Amerikaanse Abbott ontwikkelde bijvoorbeeld een versie van haar aidsremmer die niet in de koelkast bewaard moet worden - bij uitstek geschikt dus voor gebruik op het terrein. Ook voor dat middel heeft het bedrijf in India een patentaanvraag ingediend.

Precedent

De huidige rechtszaak kwam er nadat een patentbureau in India in januari 2006 een patent op het leukemiemiddel Gleevec van Novartis weigerde omdat het bedrijf een kleine verbetering wilde patenteren. Thiriar ontkent dat Novartis ooit onbeduidende verbeteringen heeft gepatenteerd, in India of daarbuiten. Hij merkt op dat het bedrijf zelf generische kopieën produceert van middelen waarvan het patent verlopen is.

Het gaat om meer dan om de vraag of de Gleevec-versie die Novartis in India wil patenteren, innovatief is of niet. Novartis trok niet alleen naar de rechtbank om de Gleevec-zaak aan te vechten, maar stelt in één moeite door de hele Indiase patentwet in vraag. Het bedrijf heeft zowel de Indiase regering, de Indiase producenten van generische medicijnen en een Indiase vereniging van kankerpatiënten voor het hooggerechtshof van Chennai gedaagd.

De zaak kwam een eerste keer voor op 26 september, maar toen schoof de rechter ze door naar een andere zitting, momenteel eind januari gepland.

"Het is een erg gevaarlijk precedent voor India en daarbuiten", zegt Leena Menghaney van Artsen Zonder Grenzen India over de telefoon. "Het gaat nu om Gleevec, maar straks om alle andere medicijnen. De patentwet mag niet verzwakken. Wij kunnen het westerse systeem niet volgen - de mensen hier hebben geen ziekteverzekering en als ze ziek worden verkopen ze hun huis, hun juwelen..."

Het probleem van minder toegang tot goedkope geneesmiddelen door verstrengde patentwetten stelt zich het eerst met aidsremmers, zegt Artsen Zonder Grenzen. Na één of twee jaar wordt een deel van de patiënten immers resistent tegen bestaande middelen en moet de arts overschakelen op nieuwere middelen.

Artsen Zonder Grenzen en 16 andere organisaties hadden eerder al een open brief aan Novartis gericht waarin ze vroegen de zaak weer in te trekken. Onder de ondertekenaars bevonden zich onder meer de voormalige Zwitserse president Ruth Dreifuss, tevens voorzitter van de Commissie over Intellectuele Eigendomsrechten, Innovatie en Openbare Gezondheidszorg, die werd opgericht door de Wereldgezondheidsorganisatie.

PR-ramp Zuid-Afrika revisited?

Thiriar erkent dat de toegang tot basisgeneesmiddelen een probleem is maar zegt dat Novartis samenwerkt met Artsen zonder Grenzen en voor veel geld gratis medicijnen geeft. Volgens prof. Sigrid Sterckx vormen kortingen van bedrijven geen structurele oplossing voor het schrijnend gebrek aan beschikbare middelen. "Kopieën zijn dat veel meer", zegt Sterckx. "De farmaceutische industrie zwaait ook met goedkopere prijzen voor ontwikkelingslanden, maar vaak zie je dat de middelen gewoon niet te krijgen zijn in ontwikkelingslanden", vult Verschaeren aan.

Sterckx vergelijkt de huidige rechtszaak met het proces dat bijna alle grote farmaceutische bedrijven in de wereld in 1998 aanspanden tegen de regering van Zuid-Afrika. De bedrijven eisten toen dat Zuid-Afrika een wet introk die het mogelijk maakte om goedkope versies van gepatenteerde aidsremmers te produceren of te importeren maar trokken de klacht in 2001 uiteindelijk in. Sterckx: "Het werd een compete pr-ramp voor de farmaceutische industrie - hebben ze dan niets geleerd uit het debacle van toen?" MDG6 (ADR/MC)

Deel dit artikel