Asfalt moet honger in Zuid-Sudan stillen

'Als we genoeg middelen binnenkrijgen, is het voor de eerste keer in een generatie weer mogelijk van de zuidelijke grens van Zuid-Sudan naar Kartoem en zo verder naar Egypte te rijden.' Dat zegt het Wereldvoedselprogrammma (WFP), dat voor een keer niet in maïs en proteïnekoeken investeert, maar wel in asfalt en beton. Na twintig jaar burgeroorlog moet Zuid-Sudan dringend weer wegen krijgen om hulpgoederen op een betaalbare manier ter plaatse te krijgen.


Twee decennia lang was Zuid-Sudan een logistieke nachtmerrie voor hulpverleners. De meeste hulpgoederen werden ingevlogen omdat de wegen in het uitgestrekte gebied zo slecht waren. 'Het zuiden was al extreme onderontwikkeld voor de burgeroorlog, en de vijandelijkheden maakten alles met de grond gelijk', zegt Peter Smerdon van het Wereldvoedselprogramma (WFP). 'Sommige gemeenschappen zijn helemaal van de buitenwereld afgesneden.'

De strijdende partijen legden ook nog eens massa's mijnen. Volgens het Britse MineTech International zijn er een half tot twee miljoen van die tuigen verspreid in Sudan. Daardoor is Sudan een van gevaarlijkste landen ter wereld om een wandelingetje te maken.

Na twintig jaar oorlog ondertekenden de rebellen van het Sudanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) en de regering in Khartoem begin vorig jaar een vredesakkoord. Nu is er begonnen met het herstel van de bestaande wegen, het ruimen van de mijnen en de planning van nieuwe transportverbindingen.

Op sommige plaatsen is het werk van het WFP al merkbaar. Tot voor kort duurde een ritje tussen Yei en de hoofdstad Juba, ongeveer 160 kilometer, twee à drie dagen. Nu het wegdek van de belangrijke verbinding verbeterd en hersteld is, heeft een goede chauffeur nog maar drie en een half uur nodig.

Maar het is een Herculesopgave, en voorlopig is er niet genoeg geld. Het WFP zegt dat het 183 miljoen dollar (149 miljoen euro) nodig heeft de 3000 kilometer cruciale transportroutes mijnenvrij te maken en te herstellen. Voorlopig heeft de organisatie daarvan maar 113 miljoen dollar (92 miljoen euro) binnengekregen.

Sinds eind 2003 heeft het WFP naar eigen zeggen al 1.400 kilometer wegen hersteld. De organisatie herbouwde ook bruggen en duikers, en liet 200.000 mijnen en blindgangers verwijderen.

Door het vredesakkoord kreeg Zuid-Sudan een eigen regering, en ook die bestempelt goede verbindingen in de eigen regio en met de omliggende gebieden als prioritair. Salva Kiir, de regeringsleider van Zuid-Sudan, zegt dat hij onder meer een spoorverbinding tussen Juba en de Keniaanse havenstad Mombassa wil. Die verbinding zou door Uganda of het westen van Kenia kunnen voeren.

Volgens Kiir onderhandelt zijn regering ook met de Democratische Republiek Congo om Juba, Yei en Lasu te verbinden met Kisangani, de grootste stad in het oosten van Congo. Op die manier zou Sudan goederen tot aan de Atlantische Oceaan kunnen vervoeren.

Die nieuwe transportroutes worden misschien nog belangrijker als Zuid-Sudan zich in een voor 2011 gepland referendum voor onafhankelijkheid uitspreekt.

Naast de mijnen vormt vooral de onveiligheid in Zuid-Sudan een hinderpaal voor de bewegingsvrijheid. Er woeden verschillende etnische conflicten, en ook de angst voor het Verzetsleger van de Heer, een Ugandese rebellengroep, zit er nog diep in. Als gevolg van het vredesakkoord in Sudan krijgen de beruchte opstandelingen geen steun meer van het regime in Khartoem, en daardoor zijn ze in het defensief gedrongen. Maar eind vorig jaar vermoorden ze toch nog twee ontmijners, wat de Zwitserse Stichting voor Actie tegen Mijnen haar activiteiten in Zuid-Sudan tijdelijk deed opschorten. (PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel