België en Nederland zakken, wereld kijkt aan tegen tweede zit

Het aantal armen in de wereld daalt, maar het gaat tergend langzaam. Als we zo doorgaan, leven tegen 2015 nog altijd meer dan 800 miljoen mensen in extreme armoede - 380 miljoen meer dan het aantal dat de wereldleiders vijf jaar geleden vooropstelden in hun Millenniumverklaring. Dat zegt het nieuwe UNDP-rapport dat vandaag wordt vrijgegeven.


In de Human Development Index, een andere klassieker in het rapport, zakt België van plaats 6 naar 9 en Nederland van 5 naar 12, maar dat komt alleen omdat andere landen het nóg beter doen. In absolute cijfers stijgt ons welzijn volgende de UNDP nog steeds.
De kloof tussen arm en rijk in een mooie oneliner? Zwart Afrika, met 689 miljoen inwoners, exporteert minder dan België.
De Wereldorganisatie zei het eerder al over de drie millenniumdoelstellingen die met gezondheid te maken hebben, het VN-Ontwikkelingsprogramma UNDP maakt het oordeel nu algemeen: als de huidige trend doorzet, missen we de acht mooie beloften van de staatshoofden uit 2000 met een brede marge. Op amper een week van de VN-top die de vooruitgang moet evalueren, zit de wereld achter op schema om tegen 2015 onder meer de extreme armoede te halveren, de kindersterfte met tweederde terug te dringen, alle kinderen naar de basisschool te sturen en meer mensen te voorzien van schoon water.
Zoals het er nu uitziet komen de beloften voor een volledige generatie kinderen te laat. Aan het huidige tempo halen we de doelstelling over kindersterfte pas over dertig jaar - en dat zal naar schatting het leven kosten aan 41 miljoen kinderen. In het totaal gaan 50 landen, met een gezamenlijke bevolking van 900 miljoen mensen, achteruit voor één of meerdere van de ontwikkelingsdoelen. Bijna de helft van die landen ligt in zwart Afrika.
'De doelstellingen blijven absoluut haalbaar', zegt Kevin Watkins, de hoofdauteur van het rapport. 'Ik denk dat er nu genoeg bewijs binnen is dat ze niet overdreven idealistisch zijn. Maar we komen er niet tenzij we de dingen anders gaan doen.' Watkins hoopt dat het grimmige beeld van het UNDP-rapport de leiders die volgende week deelnemen aan de VN-top zal aanporren tot meer actie.
Een groot deel van de schuld legt het rapport bij de inactiviteit en corruptie in ontwikkelingslanden, maar het vindt ook dat rijke landen meer moeten doen, en wel op drie vlakken: hulp, handel en veiligheid. Het UNDP vindt dat de internationale gemeenschap ontwikkelingslanden vaker en effectiever helpen een einde te maken aan geweld. 22 van de 32 landen die het minst vooruitgang boeken in de millenniumdoelstellingen, kampten de afgelopen 15 jaar met een of andere vorm van gewelddadig conflict. 'Het is zo klaar als een klontje dat armoede deel uitmaakt van een vicieuze cirkel die gewelddadige conflicten veroorzaakt en onderhoudt - en die conflicten versterkten op hun beurt de armoede', zegt het rapport.
Met de vergelijking van de export van België tegenover die van heel zwart Afrika trekt het rapport de aandacht naar de 'oneerlijke handelspraktijken' in de wereld. 'Gemiddeld zijn de handelsbarrières waarmee ontwikkelingslanden kampen drie keer hoger dan diegene die rijke landen elkaar opleggen', zegt het rapport. 'Perverse belastingen' voor armen via het wereldhandelsbeleid en landbouwsubsidies kosten jaarlijks 72 miljard dollar, evenveel als alle hulp in 2003.
Kader: België en Nederland
Op het eerste zicht is het zorgwekkend nieuws: België zakt in vergelijking met vorig jaar drie plaatsen op de 'Human Development Index', de ontwikkelings- of welzijnsindex van de Verenigde Naties. Nederland zinkt zelfs zeven plaatsen weg. Maar eigenlijk heeft Cecilia Ugaz, verantwoordelijk voor dat gedeelte van het UNDP-rapport, goed nieuws te melden over de Lage Landen.
'België scoort beter dan vorig jaar op de drie indicatoren waarop de index is gebaseerd: levensverwachting bij de geboorte (van 78,7 naar 78,9 jaar), aantal kinderen dat onderwijs volgt en bruto binnenlands product per inwoner (van 27.517 naar 28.335 dollar). Nederland blijft status quo voor onderwijs en stijgt voor levensverwachting (78,3 naar 78,4 jaar) en bbp per inwoner (29.100 naar 29.371 dollar). Ter vergelijking: in Niger, het land dat helemaal onderaan de index bengelt, bedraagt de levensverwachting bij de geboorte 44,4 jaar en het bbp 835 dollar. In absolute cijfers is de welzijnsindex zowel voor België als voor Nederland al tientallen jaren aan het stijgen.'
Waarom we dan zakken in de rangorde? 'Dat komt alleen om andere landen, en dan voornamelijk IJsland, Luxemburg en Zwitserland, het nog veel beter deden', zegt Ugaz, die benadrukt dat achter dit soort evoluties vooral niet te veel mag worden gezocht. 'Binnen de top twintig is de onderlinge afstand tussen de landen sowieso heel klein en komt het neer op een fotofinish.'
Precies om over die samenklittende landen met een uiterst hoog welvaartspeil iets meer te kunnen zeggen, ontwikkelde de UNDP een tweede index, de zogenaamde armoede-index. Die houdt rekening houdt met het specifieke gezicht dat armoede in deze landen heeft. Nederland kaapt in die lijst de derde plaats weg, en België de dertiende, op een totaal van 18 landen. 'De relatief slechte score van België is vooral te wijten aan de hoge langetermijnwerkloosheid', zegt Ugaz.
Wat betreft onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de millenniumdoelstellingen, gaf de Belgische staat in 2003 (het jaar waarop de cijfers van het rapport zich baseren) 145 dollar per persoon per jaar uit aan officiële ontwikkelingshulp, Nederland 199 dollar. Voor België viel die steun intussen wel weer beduidend terug - 2003 was het jaar dat een deel van de Congolese schuld aan België werd kwijtgescholden, en dat bedrag werd bij de officiële ontwikkelingshulp gerekend.
12% van de Belgische import komt uit ontwikkelingslanden, voor Nederland is dat 24 procent. (ADR/PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel