Bespaar niet op solidariteit

Dat de begroting een moeilijke oefening zal worden, is geen excuus om beloften niet na te komen, vindt Bogdan Vanden Berghe van 11.11.11

De voorbije dagen en weken hebben alle politieke partijen uitgebreid gezocht naar geld om het gat in de begroting te dichten. Er werd zelfs collectief naar de banken gekeken, die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in het ontstaan van de crisis. De overheid kan twee vliegen in één klap slaan: de financiële sector stabiliseren en reguleren, en tegelijkertijd wat extra inkomsten vinden.

Maar dit gat is zo groot dat we allemaal zullen moeten bijspringen.  In dit crisisklimaat lijkt het dan ook onbeleefd om te vragen naar meer middelen in plaats van in te leveren. En toch is dat precies waar we voor willen pleiten: méér geld voor ontwikkelingssamenwerking.

De crisis, die hier voor stijgende werkloosheid zorgt en die onze begrotingsproblemen zo accuut maakt, houdt ook in het zuiden lelijk huis. Het IMF en de Wereldbank spreken van een noodsituatie: tot 90 miljoen meer mensen zullen in extreme armoede verzeilen, voor het eerst lijden meer dan een miljard mensen chronisch honger en er komen minstens 50 miljoen werklozen bij. Het ergste van al is dat de landen waar de crisis de zwaarste gevolgen heeft, daar niets aan kunnen doen. Wij veroorzaakten de crisis, waardoor in Afrika jaarlijks 400.000 kinderen méér zullen sterven.

Het laatste wat we willen is dat onze regering de zwaksten in onze eigen samenleving zou laten betalen voor de crisis. Lasten leggen op mensen met lagere inkomens of snoeien in vervangingsinkomens is ook voor de Noord-Zuidbeweging onaanvaardbaar.  Maar wij willen even goed voorkomen dat de crisis een excuus wordt om Belgische engagementen op het vlak van ontwikkelingssamenwerking overboord te gooien. Voor de mensen in het zuiden is er geen ander sociaal vangnet.
En daarom willen we zowel premier Van Rompuy als minister-president Peeters herinneren aan een oude belofte:  Alle industrielanden beloofden al in 1970 om 0,7% van het BNP te voorzien voor “officiële ontwikkelingssamenwerking”.

In 2000 werd berekend wat we kunnen bereiken als alle rijke landen zo’n inspanning doen: het was de basis voor de Millenniumdoelstellingen. België prikte toen 2010 als deadline en legde die ook wettelijk vast. 2010 zal dus een cruciaal jaar worden. We konden deze kostenpost al heel lang zien aankomen. We hadden daar tijdens de vette jaren inspanningen voor kunnen doen, maar tussen 2002 en 2007 steeg het budget voor ontwikkelingssamenwerking nauwelijks. Toch werd de oude belofte telkens herhaald. In mei van dit jaar nog, liet minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel optekenen dat het Zuiden niet het slachtoffer mocht worden van de crisis. Iedereen kon toen al aanvoelen dat dat niet eenvoudig zou worden, desondanks is het nu tijd om die woorden om te zetten in harde cijfers.

Die 0,7 % is nog eens extra belangrijk, omdat Europa naar ons kijkt. In 2010, op het moment dat we de begroting uitvoeren, zal België Europees voorzitter zijn. Als wij onze belofte vaarwel zeggen, is dat een teken aan de rest van de lidstaten om hetzelfde te doen. We moeten nu het goede voorbeeld geven.
Volgens sommigen is de 0,7 een fetisj. Een wereldvreemde doelstelling die voorbij gaat aan het feit dat er veel meer nodig is dan ontwikkelingshulp om tot ontwikkeling te komen. Maar betere  infrastructuur, een goed opgeleide bevolking of degelijke en toegankelijke gezondheidszorg, zijn niet alleen op zichzelf waardevol, maar ook cruciale factoren om tot duurzame groei te kunnen komen. Precies op die doelstellingen is die 0,7 gebaseerd. Het degraderen van de 0,7 tot een fetisj is dan ook niet veel meer dan een slecht excuus voor de onwil om echt meer geld op tafel te leggen.

Die 0,7 was bestemd voor verminderen van armoede en moet dus ook daaraan besteed worden. Maar Westerse regeringen zijn altijd al creatieve boekhouders geweest als het op hulp aan komt. En nu willen sommige donoren ook uitgaven om de klimaatverandering tegen te gaan of militaire uitgaven in ontwikkelingslanden laten meetellen. Met de 0,7 kan je, indien goed besteed en mits een coherent beleid op vlak van o.a. handel en landbouw,  de armoede ongeveer halveren. Méér kan je daar echt niet mee doen!

Wij vinden dat voor nieuwe problemen nieuw geld gezocht moet worden. Ja, geld besteden aan de aanpassing van de klimaatproblematiek is nodig in ontwikkelingslanden. Maar als we daar bestaande fondsen voor inzetten, zullen volgens cijfers van Oxfam 8,6 miljoen mensen geen HIV-medicijnen meer krijgen, 45 miljoen kinderen minder naar school gaan en 4,5 miljoen kinderen méér omkomen.

Dus ja, we willen heel onbeleefd zijn, en zelfs nu er een enorm gat in de Belgische begroting zit, om meer geld vragen. De totale officiële hulp van de België zou, volgens onze de berekeningen,  in 2010 moeten uitkomen op ongeveer 2,35 miljard euro. Zelfs als een aantal bedragen worden meegeteld die eigenlijk niets opbrengen voor het zuiden (zoals oude afgeschreven schulden of de opvang van asielzoekers in België), betekent dit dat er nog minstens 200 miljoen extra aan echt geld gevonden moet worden. Dat lijkt veel, maar de regering wist wel razendsnel 15,1 miljard, meer dan 100 keer zoveel,  te vinden om de banken te redden. Een jaar na de crisis is het hoog tijd om net zo solidair te zijn met het Zuiden.

Bogdan Vanden Berghe is algemeen secretaris van 11.11.11

Deel dit artikel