Boekhouden voor buitenlandse zaken

Met enige verbazing volg ik het debat over de wet inzake het berekenen van de verkiezingsbeloftes in De Standaard. Eigenlijk is het de normaalste zaak van de wereld, dat een partij weet wat zijn programma kost en opbrengt. Dat enkele partijen nu zouden terugkomen op een wet die ze hierover in 2014 maakten is een beetje vreemd. De terughoudendheid van het planbureau, met haar gebrek aan middelen en personeel, begrijp ik wel. Ik stel voor om ze bij deze een beetje te helpen.

De afgelopen jaren hebben wereldleiders hun handtekening immers al onder heel wat plannen gezet. Het klimaatakkoord van Parijs en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN om er maar twee te noemen. Dat was nooit een blanco cheque. Zo is in het klimaatverdrag van Parijs nogal precies gestipuleerd hoeveel klimaatfinanciering nodig is. Hetzelfde voor unaniem goedgekeurde Duurzame Ontwikkelingsdoelen. 17 doelstellingen om de wereld te verbeteren, met als ultieme doelstelling: "Leave no one Behind". Ook hier zit een heus managementplan achter. Niet alleen zijn de doelstellingen nog eens opgedeeld in meer dan 200 indicatoren, die opgevolgd worden door een soort planbureau op VN-niveau. Diezelfde VN heeft het kostenplaatje van die plannen ook uitvoerig uitgerekend.

Eén van de belangrijke argumenten van het planbureau is dat ze als federale instelling niet de expertise hebben om regionale plannen te berekenen. Kan ik me wel iets bij voorstellen. Maar wat met de internationale beloften? Als we een berekend plan vragen aan onze politici, dan verwachten we toch dat ze verder kijken dan hun parochie? België is immers geen eiland. Het lijkt mij alleszins zinvol om eerst eens te kijken wat er al op de plank ligt voordat we de rest van de plannen gaan berekenen.

Voor het gemak: de duurzame ontwikkelingsdoelen kosten volgens de meest bescheiden berekening van de VN 3000 miljard dollar ofte 4% van het wereldwijde BNI. Dat is het totaal aan investeringen die nodig zouden zijn om tegen 2030 overal in de wereld de grootste armoede en klimaatproblemen aan te pakken en de wereld echt op weg te zetten naar duurzame ontwikkeling. Als we dat even doorrekenen per land betekent dit voor België ruw geschat een jaarlijkse bedrag van 16 miljard dollar, privé zowel als publiek geld.

Als de wet over de verkiezingsbeloften dan toch aangepast moet worden, deze suggestie: laat het planbureau tijdens haar berekeningen van de partijprogramma's rekening houden met dit soort internationale verplichtingen als vaste kost. Daarmee heb je ineens ook de oplossing voor die 0,7% voor ontwikkelingssamenwerking die we nooit halen ondanks herhaalde verkiezingsbeloftes. Of voor pakweg het Vlaamse armoedebestrijdingsplan.

Dan blijft het natuurlijk nog wel de vraag hoe de partijen het internationale plaatje vervolgens incalculeren in hun eigen plannen en hoe snel.

Bogdan Vanden Berghe

11.11.11 DOOR:

DS-de-mening

Deze bijdrage verscheen eerder in DS Avond, de avond editie van De Standaard.

In de rubriek De Mening geeft elke week een andere gastschrijver 's avonds zijn mening over de actualiteit. Deze week is de gastauteur Bogdan Vanden Berghe, directeur van 11.11.11.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels