Burundese koffieboeren teneinde raad

Vrijdag 18 september hield de nationale confederatie van Burundese koffieboeren (CNAC) een persconferentie om hun machteloosheid tegenover de regering kenbaar te maken. Al hun pogingen om de plannen van de overheid voor de (uit)verkoop van koffiepellerijen aan (buitenlandse) ondernemingen te beïnvloeden waren namelijk mislukt. De macht van de koffie exporteurs via de Wereldbank was blijkbaar groter dan die van ruim 125.000 koffieboeren verenigd in de CNAC.

Tot 2007 verkochten de koffieboeren hun verse koffiebessen aan de meer dan 140 koffiepellerijen verspreid over het land en kregen hun geld pas na 2 tot 3 maanden (200 FBU in 2006). Sinds 1997 waren koffieboeren echter begonnen zich te organiseren in locale groepen die zich vervolgens bundelden in unies op niveau van een koffiepellerij (2000). Deze unies richten op hun beurt federaties (5) op die tenslotte samen in 2004 de CNAC vormden. In het kader van de privatisering van de koffiesector heeft de CNAC samen met het staatbedrijf voor koffie "OCIBU" en de andere spelers in de sector afspraken gemaakt over de organisatie van de koffieketen. De koffiepellerijen en de koffiefabrieken die tot nu toe door particuliere handelaren van OCIBU gehuurd worden zouden voortaan slechts diensten verlenen aan de koffieboeren in plaats van hun verse bessen meteen te kopen. Hierbij werden afspraken gemaakt over de verdeelsleutel van de uiteindelijke verkoopprijs van de koffie op de wereldmarkt. In deze nieuwe formule kregen de koffieboeren 72% van de verkoopprijs en ging 28% naar de andere spelers in de keten. Dit betekende in 2008 een prijs van 300 FBU/kg voor de boeren een stijging van 50%. Voor het huidige seizoen wordt zelfs gemikt op een prijs van boven de 400 FBU.

Bij de verdere privatisering (opgelegd door de Wereldbank) moet echter het staatsbedrijf OCIBU ontmanteld worden en haar koffiepellerijen en fabrieken verkocht worden. De studie die hieraan vooraf is gegaan heeft in het geheel geen rekening gehouden met de belangen en voorstellen van de boeren geuit door de CNAC. Eerdere beloftes van de overheid waarbij de boeren 25% van de aandelen van de koffiepellerijen zouden krijgen werden genegeerd. Deze toezegging was gebaseerd op het feit dat de koffieboeren al jaren meebetaalden aan het onderhoud van de koffiepellerijen.

De eerste 13 koffiepellerijen zijn intussen in augustus verkocht tegen een vermoedelijk prijs van 70.000 US$ per stuk terwijl de EU recentelijk een opknapbeurt van diezelfde pellerijen heeft gefinancierd voor 100.000 US$ per stuk. De CNAC spreekt dan ook van een uitverkoop van de pellerijen, die gebeurd is op een manier die bepaalde regels van de verkoop van overheidsinstellingen en beslissingen van de ministerraad heeft geschonden.

Indien deze (uit)verkoop doorgaat zullen de Burundese koffieboeren straks (weer) afhankelijk zijn van de grillen van de eigenaars van de koffiepellerijen/exporteurs, die te ver van elkaar verspreid liggen om de boeren een keuzemogelijkheid te geven. Bovendien lijkt het nieuwe koffieseizoen 2010/2011 in gevaar te komen vanwege het institutioneel vacuüm dat dreigt te ontstaan vanwege de aanstaande ontmanteling van de OCIBU en de oprichting van een nieuwe controlerende autoriteit die blijkbaar geen rekening gaat houden met de opgebouwde ervaringen en eerder gemaakte afspraken.

Frans van Hoof - AFAFO vanuit Bujumbura, 19 september 2009.

Deel dit artikel