Colombia: wie opent de poort naar de vrede?

Santos'De poort van de vrede is gesloten, maar ik heb de sleutel op zak'. Met deze woorden liet de Colombiaanse president Santos enkele maanden geleden verstaan dat hij bereid was onderhandelingen op te starten met de guerrilla als zij van hun kant goede wil zouden tonen.

Vanaf zijn aantreden in augustus 2010 zette Santos in op een nieuwe, dialogerende stijl. Hij erkende het bestaan van het conflict, herstelde de relaties met de buurlanden, toonde respect voor de rechterlijke macht en leek met de Wet voor de Slachtoffers structurele hervormingen te willen starten. Er was een voorzichtige hoop dat Colombia eindelijk een andere koers zou varen en dat een decennialang conflict zou eindigen.


Andere aanpak dan Uribe?

Gedurende acht lange jaren bouwde de voorganger van Santos, president Uribe, een beleid van 'democratische veiligheid' uit. President Uribe zette volop in op de militaire overwinning van de rebellen, bouwde een sterk leger uit en trok de uitgaven voor defensie op tot meer dan 6,5% van het BIP. In zijn drang om de rebellen manu militari op de knieën te dwingen, deinsde Uribe er niet voor terug om het internationaal recht te overtreden en onaangekondigd Ecuador binnen te vallen om daar een kamp van de FARC te vernietigen. De gevolgen voor de burgerbevolking waren desastreus. Hele gemeenschappen raakten gekneld tussen de strijdende partijen. Het aantal interne vluchtelingen bleef toenemen. Het leger ging zich te buiten aan duizenden buitengerechtelijke executies, in hun drang om resultaten te boeken. Vredesactivisten en mensenrechtenverdedigers werden bestempeld als verraders van het vaderland, die meeheulen met de guerrilla. De veiligheidsdiensten werden ingeschakeld om al wie kritiek had op het beleid te bespioneren, verdacht te maken en indien mogelijk uit te schakelen.


Militaire aanpak primeert

De militaire operaties van de afgelopen weken, tonen aan dat Santos blijft inzetten op de militaire aanpak van het conflict en de vernietiging van de rebellenbeweging. Bewijs hiervan zijn de uitschakeling van Alfonso Cano begin november en de dramatische afloop van het laatste militaire offensief. Dat was erop gericht een groep gegijzelde soldaten en militairen te bevrijden uit de handen van de FARC. Dit is ook de analyse die de Afrocolombiaanse politica Piedad Córdoba maakte tijdens een persmeeting op het Europese parlement op 30 november. Piedad Córdoba vertegenwoordigt 'Colombianas y Colombianos por la Paz', een groep vooraanstaande personaliteiten die streven naar een onderhandelde politieke oplossing.


Een onderhandelde oplossing: de noodzakelijke weg om mensenlevens te redden

Piedad Córdoba zet zich al verschillende jaren in om gevangenen van de FARC zonder bloedvergieten vrij te krijgen. Zo probeert ze voorwaarden te scheppen om politieke onderhandelingen op te starten met de rebellen. Ze staat ook in nauw contact met de familieleden van de geüniformeerde gijzelaars die de FARC nog steeds gevangen houdt en waarvan er op 26 november vier werden afgemaakt. Deze 4 soldaten en politiemannen maakten deel uit van een groep van de 6 gijzelaars die sinds meer dan 10 jaar gevangen worden gehouden in de jungle. Volgens Córdoba stond de FARC op het punt om de zes vrij te laten als teken van goodwill en was de regering ook op de hoogte van die nakende vrijlating. Door toch een militaire operatie te houden in het gebied waar de vrijlating moest plaatsvinden, nam Santos dus een onaanvaardbaar risico.



Respect voor het internationaal humanitair recht moet voorop staan

Voor alle duidelijkheid: het doden van gijzelaars in een context van een intern conflict is volgens het internationaal recht een oorlogsmisdaad, waarvoor de FARC vroeg of laat berecht moeten worden. Maar de familieleden van de omgebrachte soldaten en militairen, stellen de terechte vraag of hun dood niet vermeden had kunnen worden. De moeder van een van de vermoorde politiemannen verklaart dat zij om toestemming werd gevraagd voor een mogelijke militaire bevrijdingsoperatie. Zij weigerde die echter te geven, omdat zij (terecht, zo blijkt nu) vreesde voor het leven van haar zoon.

Naar aanleiding van de feiten roept de aartsbisschop van Cali, Mons. Darío de Jesús Monsalve Mejía, op om de ideologie van de vernietiging van de vijand te laten varen. Vanuit menselijk, maar ook vanuit strategisch oogpunt moet men inzetten op het redden van de levens van de gijzelaars. Hij vraagt de regering ook om zelf humanitaire daden te stellen en het oorlogsrecht te respecteren, door de kopstukken van de FARC niet te doden, maar gevangen te nemen en te berechten.
Wie heeft de sleutel tot de vrede in handen?

In Colombia zijn er tal van vredesgroepen en initiatieven actief, die ondanks een decennium van oorlogstaal en aanhoudende stigmatisering aan hun adres, blijven ijveren voor een onderhandelde vrede. Niet om de guerrilla te 'belonen', maar omdat het de enige manier is om de spiraal van geweld stop te zetten. Er blijft behoefte aan een sterk signaal vanuit de georganiseerde civiele maatschappij om de strijdende partijen aan de onderhandelingstafel te dwingen en een echt vredesproces op gang te brengen. De sleutel van de vrede ligt immers niet in handen van de regering of van de FARC, maar van een stevige burgerbeweging voor de vrede, die het conflict zonder verder bloedvergieten eindelijk wil beëindigd zien.

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel