Congo: bescheidenheid zou ons sieren

Als antwoord op het geweld in Oost-Congo pleitten verschillende NGO’s en Congo-waarnemers voor een Europese militaire interventie. Er valt te vrezen dat de kwaal tot remedie wordt verheven, terwijl landen als België en Frankrijk heel wat historische verantwoordelijkheid dragen voor de Congo-miserie vandaag.

“De EU heeft voor dit soort operaties gemengde zogenaamde Battle groups ter beschikking”, lezen we in een opiniestuk van Walter Zinzen. Het Europees netwerk voor Centraal Afrika, EURAC, ziet daar eveneens brood in, zij het met een “duidelijk afgebakende opdracht en een afgelijnd mandaat in tijd en ruimte”. Sinds 2000 is er in Congo nochtans een van de grootste en duurste VN-operaties actief. Met een jaarlijks budget van 1 miljard dollar telt MONUC op dit ogenblik 16.500 manschappen van wie de helft uit Indië, Pakistan en Nepal en welgeteld nul westerse troepen. De EU zou nu deze MONUC-operatie moeten versterken of zoals EURAC bepleit, ‘complementair’ naast de verbrande MONUC opereren.

Er bestaat geen simpele oplossing voor Oost-Congo, laat staan een ideale oplossing. Maar misschien moeten we toch opletten met remedies die in bepaalde opzichten juist deel van het probleem zijn. MONUC is om allerlei redenen niet geslaagd in zijn missie die er o.m. uit bestaat toe te zien op het naleven van de vredesakkoorden, de bescherming van de bevolking te organiseren en de taken op te nemen die vallen onder het Franse acroniem DDRRR (Désarmement, Démobilisation, Rapatriement, Réinstalation et Réinsertion). De reputatie van MONUC kreeg verder een deuk toen bleek dat bepaalde eenheden zich verrijkten via corruptie en smokkel. Bij dit alles komt nog dat MONUC met een dilemma kampt. Als zij optreedt tegen een van de warlords die doorgaans etnisch zijn verbonden dan riskeren ze rechtstreeks betrokken te geraken bij de gevechten. Hetzelfde geldt wanneer MONUC zou willen optreden tegen de wanpraktijken van het Congolese leger, met wie ze bovendien geacht wordt in samenspraak te opereren. MONUC kan nog op weinig sympathie rekenen in de regio. Een breed platform van Congolese jongerenorganisaties heeft alvast een brief gestuurd naar de VN-Secretaris-Generaal met de vraag een einde te maken aan MONUC, want ze heeft “geen bestaansreden” meer.

Europese troepen dan maar? Ook hier is enige voorzichtigheid geboden, in het bijzonder wat de rol betreft van een aantal Europese hoofdrolspelers in deze zaak. België werpt zich bij monde van onze minister van Buitenlandse Zaken steevast op als grote voorvechter van mensenrechten en goed bestuur, wat hem al aanvaringen bezorgde met het Congolese regime. Maar de Belgische historische verantwoordelijkheid zou onze minister tot meer bescheidenheid moeten aanzetten. De massale moord- en plundertochten in Leopolds Congo-Vrijstaat, de koloniale exploitatie van Congo als wingewest, de betrokkenheid bij de afzetting en moord op Lumumba, de steun aan dictator Mubutu en de postkoloniale militaire interventies die vooral tot doel hadden de Belgische belangen veilig te stellen…. Hoe je het ook draait of keert, de Congolese miserie is via het koloniaal verleden voor een groot stuk van Belgische makelij. Dat wordt in diplomatieke kringen al eens gauw vergeten, meer nog, het is een onderwerp waarop een taboe rust.

Wat is de betekenis van de eventuele aanwezigheid van Franse troepen in de Europese Battle groups? Frankrijk is het land dat er met Opération Turquoise in Rwanda (juni 1994) voor heeft gezorgd dat heel wat genocidairs toen konden ontsnappen in zogenaamde 'safe zones' om vervolgens vandaaruit hun moorddadige activiteiten voort te zetten en later de grens met Congo te overschrijden. Uit deze groep is de FDLR geboren die zich in Oost-Congo te buiten gaat aan mensenrechtenschendingen en exploitatie van natuurlijke rijkdommen. De aanwezigheid van de FDLR was het gedroomde argument voor Laurent Nkunda, die met zijn Nationaal Congres voor de Verdediging van het Volk (CNDP), beweert de Congolese Tutsi’s te beschermen en recentelijk een succesvol offensief lanceerde tot aan de poorten van Goma. Zoals elke krijgsheer in het gebied streeft hij naar de controle van de natuurlijke hulpbronnen waar de regio zo rijk aan is. Nu zegt Nkunda openlijk dat hij de Kivu wil afscheiden, een denkpiste die Rwanda mooi in de oren moet klinken. Het is al lang geen geheim meer dat Nkunda politieke, militaire en logistieke steun krijgt vanuit Burundi en Rwanda. Dat laatste land onderhoudt goede relaties met de VS, inclusief militaire. De VS beschikken dus over voldoende diplomatieke macht om de Rwandese president Kagame duidelijk te maken dat hij zijn bondgenoten in Oost-Congo tot de orde moet roepen en de regio niet langer als een gemakkelijk wingewest kan beschouwen. De rijkdommen ervan komen trouwens op Amerikaanse, Europese of Chinese markten waarover onderlinge wedijver heerst en belangen van mijnbouwbedrijven aan gekoppeld zijn. M.a.w. er zijn nog heel wat zaken die kunnen worden aangepakt zonder alle heil te willen zoeken in een zoveelste militaire interventie, die, zo leert ons de geschiedenis, doorgaans meer kwaad dan goed doet.

Bij al dit negatieve is er alvast het lichtpuntje dat VN-Secretaris-Generaal Ban Ki-Moon een diplomatiek offensief is gestart. Gelukkig heeft ook minister De Gucht inmiddels begrepen dat Kagame een sleutelrol speelt en dat er daar nog heel wat diplomatieke pistes openliggen. Een internationale conferentie is zo’n goede piste ook al stelt zich de vraag wat te doen met de aanwezigheid van oorlogsmisdadigers. Laat ons in elk geval niet langer hoog van de toren blazen, dan kan het misschien lukken…

Dit artikel verschijnt in Vrede, Tijdschrift voor Internationale Politiek nr 394 (november-December 2008). Meer info voor een abonnement? abo@vrede.be

Deel dit artikel