Congo heeft eindelijk een nationale kaderwet voor landbouw

Een SMS met alleen maar hoofdletters en uitroeptekens, en drie enthousiaste telefoontjes uit Kinshasa: het Congolese parlement heeft eindelijk de landbouwwet gestemd!

Als je er even bij stilstaat is het eigenlijk toch wel kras: pas in het tweede decennium van de 21ste eeuw komt er in Congo een wet tot stand die de algemene principes van de landbouwsector vastlegt. Zeventig procent van de bevolking leeft van de landbouw, en het is sinds mensenheugenis de sector die het meest bijdraagt tot het BNP, ook vandaag nog, méér dan de mijnsector. En toch bestond er nog geen landbouwwet.

Gezinslandbouw krijgt een plaats

Dat heeft alles te maken met de perceptie van de boer(in) in dit land. Wie niet ergens op een loonlijst staat en geen handelaar is, dat moet beslist een werkloze zijn. Dat activiteiten op het land van hun ouders middelen hebben gegenereerd om de huidige elite naar school te laten gaan om te kunnen worden wie ze nu zijn, daar is niemand blijven bij stilstaan. Boeren, dat is geen beroep. Dat doe je als je niets anders kan doen. Dat ben je par défaut. Zo heeft men dat hier al die tijd bekeken. Gevolg: door de verwaarlozing van de landbouwsector moeten er intussen jaarlijks 640.000 ton voedingswaren uit het buitenland worden ingevoerd om Kinshasa en zijn periferie te voeden.

Met de nieuwe landbouwwet komt daar nu verandering in. Voor het eerst wordt gedefinieerd wat gezinslandbouw is. Dat komt erop neer dat voor het eerst ook wordt erkend dat gezinslandbouw de ware hoeksteen is van de Congolese economie. En dat het een sector met toekomst is.

Nochtans was dat lang niet voor iedereen duidelijk. Jarenlang is er gediscussieerd over het wetsontwerp, en in het begin ging dat vooral over wat de grosses légumes van de Congolese politiek onder landbouw verstaan: grootschalige gemechaniseerde plantages. Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om die mensen hun ogen te openen dat de ware landbouw met de grootste tewerkstelling die de meeste mensen voedt de gezinslandbouw is. Nu zijn ze me net wat te ver gegaan in de tegenovergestelde logica. De wet maakt nu onderscheid tussen huishoudelijke en gezinslandbouw. Waar dat voor nodig was ontgaat me alsnog. Elke provincie krijgt nu, gelet op de belangrijke agro-socio-ecologische verschillen, als opdracht mee om te gaan definiëren wat dat voor elke provincie precies kan inhouden. Vermoedelijk willen ze toch absoluut een onderscheid blijven maken tussen overlevingslandbouw en marktgerichte landbouw. Terwijl het nu net de bedoeling is om van overlevingslandbouw over te schakelen naar productieve landbouw. Alsof ze daar toch nog niet helemaal in geloven.

Wat staat er (niet) in de wet?

De wet haalt heel wat positieve punten binnen. Een landbouwkadaster wordt ingevoerd, nationale, provinciale en territoriale landbouwadviesraden worden samengesteld, elke territoriale entiteit wordt verplicht een budget te voorzien voor de aanleg en het onderhoud van ontsluitingswegen en andere landbouwinfrastructuur, een nationaal fonds voor landbouwontwikkeling wordt opgericht, alle landbouwinputs worden vrijgesteld van invoerrechten en alle landbouwproducten van uitvoerrechten, de noodzaak voor milieu-impactstudies van de grotere bedrijven wordt vastgelegd.

Vreemd genoeg zijn er ook belangrijke punten weggevallen. Het wetsontwerp was eerst in januari goedgekeurd door de Senaat, en pas vandaag door de Assemblée nationale, eigenlijk de omgekeerde weg. En dat zullen we geweten hebben. Want de Kamer heeft toch wel tamelijk lelijk huis gehouden in het wetsontwerp.

Zo heeft ze de veeteelt en de visvangst er volledig uitgehaald. Voor de visvangst kan ik dat nog begrijpen, maar als je weet dat de integratie van veeteelt en akkerbouw mee borg moet staan voor de instandhouding van bodemvruchtbaarheid, dan is een apart (toekomstig) wetsontwerp voor de veeteelt toch maar weer een indicator dat men niet in de eerste plaats aan gezinslandbouw dacht, maar aan ranching. Voor alles wat grondconflicten betreft had de Senaat gekozen voor lokale grondrechtcomités die met grondige kennis van de lokale context bemiddelend zouden optreden vooraleer eventueel naar de rechtbank te stappen. De Kamer vond dat maar niks en wou die bemiddelingsopdracht aan de provinciale adviesraden geven, die toch weer wat meer op afstand staan. Maar dankzij het lobbywerk van de boeren is dat dan toch teruggegeven aan de adviesraden van de gedecentraliseerde territoriale eenheden, ook al mag de eerdere benaming comité foncier local niet meer worden gehanteerd. Voor de rest wordt alles doorverwezen naar de nieuwe wet op het grondrecht (in voorbereiding).

Een processie van Echternach

Een gedetailleerde beschrijving van het proces dat tot de landbouwwet heeft geleid zou ons te ver leiden. Zelden zulke processie van Echternach meegemaakt! In principe had de wet in december al kunnen worden gestemd. Maar toen moest alles wijken voor de grondwetsherziening om de president in een enkele ronde verkiesbaar te maken. En in april was het de hoogoplopende discussie over de kieswet die stokken in de wielen stak. Hoe is het dan toch zover kunnen komen? Omdat de boeren zich politiek georganiseerd hebben!

Voor het eerst in de geschiedenis van Congo is een lobbycel van boerenorganisaties neergestreken in Kinshasa om het hele proces minuut per minuut te volgen. Nogal wat parlementsleden vroegen zich af wat die ‘boerkes’ nu ineens in het parlement deden. Maar ze kregen de steun van de minister van landbouw, die er wel op aandrong dat ze hun legitimiteit zouden bewijzen, en die deze dan ook probleemloos heeft aanvaard. Zijn beleidsmewerker Paulin Osit heeft trouwens de hele tijd de cel mee ondersteund, en dat geldt ook voor Malembe Simplex van een diensten-NGO Forum des Amis de la Terre. Maar de ware helden van deze saga zijn zonder meer Paluku Mivimba van de federatie FOPAC uit Noord-Kivu, Espérance Nzuzi Muaka van Fopako uit Bas-Congo, Rosalie Biuma van de boerinnenorganisatie Afriki van Kinshasa en Donatien Malonda van Repam. Zij hebben gezin en boerderij verlaten om er voor te zorgen dat de parlementsleden zouden doorwerken om de wet nog in deze sessie goed te keuren. Want anders zou alles met minstens een jaar worden uitgesteld, gezien de nakende verkiezingen in november.

In december lanceerden ze al de kreet “sans notre loi, pas de voix”. Hun hardnekkigheid heeft de ogen geopend van de honorables. Het heeft nochtans niet veel gescheeld. Vorige vrijdag zou de wet ter stemming worden voorgelegd, maar er waren nog geen 220 van de 500 parlementsleden aanwezig. Het stemquorum werd dus niet gehaald. Voor velen is de kiescampagne immers al begonnen. Vandaag was dat gelukkig anders: 283 aanwezigen leverden 282 pro-stemmen, 1 onthouding en géén tegenstem op. Een dikke proficiat aan de lobbycel van de boerenorganisaties, die naast het harde binnenskamerswerk ook heel manifest aanwezig was in de media. De persconferentie die ze zaterdag nog gaven heeft ongetwijfeld bijgedragen tot het behalen van het quorum vandaag. De parlementsleden hebben opgekeken van de krachtige stem van de boeren en boerinnen.

En nu?

Is het pleit nu gewonnen en de toekomst van de gezinslandbouw verzekerd? Verre van! De uitdagingen blijven levensgroot: eerst en vooral moeten de provinciale uitvoeringsbesluiten goed doordacht worden uitgewerkt. Gebeurt dat niet, dan blijft de wet dode letter, en daar heeft niemand wat aan.

Daarnaast moet eenzelfde waakzaamheid worden opgebracht voor de aanverwante wetten in voorbereiding: de wet op de veeteelt, op het grondrecht, op het zaaigoed, enz. En niet in het minst moet er ook werk worden gemaakt van een harmonisering van de landbouwwet met de wetten op de mijnbouw, de bosbouw, de investeringen, water en energie, want tegenstrijdigheden zijn legio. Tenslotte moet het deze keer ook menens zijn met de lokale verkiezingen, nu voorzien voor 2013. Want als die weer onder de presidentiële mat zullen worden weggemoffeld zoals in 2007, zal de decentralisatie toch maar halfslachtig blijven. En dat druist in tegen de geest van de landbouwwet.

Nog veel werk op de akker voor de boerenorganisaties! Geen wonder dat dit dan ook precies het onderwerp is geweest van een planningsvergadering van de lobbycel deze namiddag, meteen na de goedkeuring van de landbouwwet: geen kwestie van op de lauweren te gaan rusten!

De lobbycel is aan het werk geweest van begin december tot half januari en van eind maart tot begin mei. Zonder die cel zou er vandaag geen wet zijn, zoveel is duidelijk. Maar het is al even duidelijk dat de nieuwe wetgevende uitdagingen die de boeren aanbelangen boomhoog blijven, en dat er grote nood is aan een permanente vertegenwoordiging van de boerenorganisaties in Kinshasa. AgriCongo, een alliantie van zes Belgische NGOs waaronder Vredeseilanden, heeft dat ook begrepen. Met de hulp van bevriende donoren zoals IFDC konden de middelen worden verzameld voor de lobbycel. De uitdaging nu is om die permanente vertegenwoordiging van de boerenorganisaties mogelijk te maken op een structurele duurzame manier. Zodat de boerenorganisaties over een blijvende hefboom beschikken in de hoofdstad, en er zo ook hun hoofdstad van maken.

Artikel overgenomen van de Mo* Wereldblog van Ivan Godfroid, medewerker van Vredeseilanden in Congo

Rikolto (Vredeseilanden) DOOR:

Deel dit artikel