Congo heeft meer nodig dan verontwaardiging

Dit stuk verscheen in De Morgen van 31/12/2012



0829 bunia vrouw voor VNvoortuigVan Mohamed Ali en Jacques Chirac tot de achterachterneef van Leopold II, velen hebben in deze donkere dagen tussen kerst en nieuw hun verontwaardiging uitgesproken over wat er zich afspeelt in Oost-Congo. Waar dit vooral toe bijdraagt is dat het lijkt alsof er geen oplossing voor de Congolese problemen bestaat. Niets is echter minder waar.



Natuurlijk is verontwaardiging een evident gevoel bij de nooit eindigende oorlog waarin meer dan twintig gewapende groepen het leven van de gewone man en vrouw verzieken, waarin verkrachting als oorlogswapen wordt gehanteerd, journalisten en dokters worden bedreigd en vermoord, het nationale leger vooral rooft, plundert en vlucht en politici zich besluiteloos terugtrekken achter de veilige muren van een conferentiezaal.

En toch zijn de oplossingen er. Enkel de politieke wil om ze waar te maken ontbreekt. Daarbij moeten de Congolese leiders vanzelfsprekend eerst zelf hun verantwoordelijkheden opnemen. Twee fundamentele acties zouden al wonderen verrichten.

Ten eerste: de uitbouw van een echt nationaal leger. Gerecycleerde rebellen worden nooit loyale soldaten. Wie dat nu nog gelooft is stekeblind. Het mandaat van MONUSCO versterken is symptoombestrijding. Een vredesmacht hoort van bij het begin een exitstrategie te hebben: hoe zal het nationale leger worden opgebouwd terwijl de blauwhelmen zichzelf overbodig maken? Zonder die vraag te stellen zal MONUSCO de neiging hebben op automatische piloot te vliegen en zichzelf te bestendigen.

Veel tijd is verloren, maar het is nog niet te laat. In vijf jaar kan veel gebeuren. Maar dan heb je een VN nodig die op langere termijn denkt dan jaarlijks vernieuwde mandaten. En donoren die ophouden met elk hun eigen bilaterale vormingsprojectjes uit te werken, maar bijdragen tot de vorming van één nationaal leger, op basis van een gemeenschappelijk plan gedragen door alle partijen.

Ten tweede moet er eindelijk werk gemaakt worden van het uitvoeren van de grondwet. In 2005 werd die bij referendum goedgekeurd door 84 procent van de bevolking, maar de president zag in de decentralisatie een bedreiging voor zijn eigen macht en heeft er alles aan gedaan om de uitvoering ervan te voorkomen. De 26 kleinere en dus beheersbaardere provincies zouden de helft van hun inkomsten zelf kunnen investeren in een economie die wordt opgebouwd met eigen middelen.

Goed opgeleide, betaalde en betrouwbare politie zou veiligheid veel dichter bij de mensen brengen. Conflictpreventie zou van de basis kunnen beginnen. Inspraak, controle en corruptiebestrijding zijn voorzien in decentrale instellingen die via lokale verkiezingen zouden worden bevolkt. Voor het eerst zou het land het D-woord in zijn naam waardig zijn. Maar dan moeten die verkiezingen natuurlijk wel worden gehouden.

De enige manier om Oost-Congo uit het moeras van het bloedvergieten te tillen is op alle mogelijke niveaus synergieën na te streven. Om te beginnen in het maatschappelijke middenveld van Congo. De bevolking heeft de grootste legitimiteit om van hun leiders veranderingen te eisen.

De boerenorganisaties bijvoorbeeld, die toch 70 procent van de bevolking vertegenwoordigen, zijn nog volop aan het sleutelen aan federaties op provinciaal en nationaal niveau. Laat ons hen alle steun geven om dat proces te versnellen zodat ze de democratisch goedgekeurde decentralisatie kunnen afdwingen.

Het volgende niveau is dat van de politieke leiders. Geïnterpelleerd door hun eigen basis zullen ze wel werk moeten maken van een gemeenschappelijke visie op de toekomst van hun land. En als de landen die ontwikkelingssteun geven samen met hen een transparant plan opmaken, dan zal er vooruitgang worden geboekt. Buurlanden die nog altijd geloven dat ze de nood aan lebensraum voor hun uitpuilende populatie gewapenderhand kunnen afdwingen, moeten niet alleen worden teruggefloten. In het kader van de economische unie van de landen van de Grote Meren kan Congo zelf vreedzame oplossingen aanreiken.

In het dossier van de Grote Meren kan België het verschil maken, zoals we dat eerder deden in de strijd tegen de landmijnen. Maar dan moet onze minister van Buitenlandse Zaken stoppen met altijd maar eerst af te wachten wat de anderen gaan doen. Het ontbreekt ons land niet aan expertise en contacten, zowel in academische, militaire en politieke middens als in het middenveld en de privésector. Beeld je in dat ons land de broker wordt voor een synergetisch Congobeleid in de EU en de VN. Stel dat we zo politieke en financiële steun mobiliseren voor de Congolese en regionale actoren om een gemeenschappelijk beleid te voeren dat vertrekt vanuit de kracht van de lokale economie. Zou dat geen goed voornemen zijn voor 2013?


Ivan Godfroid, medewerker van Vredeseilanden in de regio van de Grote Meren



Rikolto (Vredeseilanden) DOOR:

Deel dit artikel