De Belgische Ontwikkelingssamenwerking in 2004

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking in 2004

Bijkomende middelen voor Ontwikkelingssamenwerking, het onverkort volgen van het groeipad naar de 0.7 en geen toepassing van het ankerprincipe op het budget Ontwikkelingssamenwerking. Dit waren de 11.11.11 eisen die 34 parlementsleden van oppositie én meerderheid ondertekenden, nadat bekend werd dat het budget Ontwikkelingssamenwerking in 2004 een vrije val maakte.

Lobbywerk bij de premier, de minister van begroting en ontwikkelingssamenwerking zorgde tijdens het begrotingsconclaaf voor een aantal correcties op het budget voor 2005. Ondanks deze maatregelen, brengt ook 2005 niet meteen spectaculair beterschap. Minister Verwilghen en zijn opvolger Minister De Decker kleuren intussen het ontwikkelingsbeleid blauw.

Op 13 april jl. schreef 11.11.11 voorzitster Mieke Molemans een open brief aan premier Verhofstadt. Daarin luidde ze de alarmklok. Want, zo bleek uit de cijfers van de begroting van 2004, het groeipad naar de 0, 7 % van het BNI is verlaten.

Ondanks alle retoriek van de premier op het internationale toneel dreigt België eerder aan het staartje dan aan de kop te gaan hangen in het peloton van de donoren. Na intensief lobbywerk van 11.11.11, zocht de regering naar bijkomende middelen en mechanismen om 0.46 % van het BNI uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking.

In termen van duurzame groei naar de 0.7 % tegen 2010 was deze operatie vooral een lege zak. Er komt 60 miljoen euro extra om in 2005 een achterstallige betaling uit 2003 aan te zuiveren voor het zacht leningenluik van de Wereldbank voor lage inkomenslanden ( IDA). En een 50 miljoen euro oude schuld van DR Congo tegenover Belgacom wordt overgenomen en kwijtgescholden.

Ook deze keer gaat het niet om 110 miljoen euro extra voor het Zuiden. Met een beetje goede wil kan de bijdrage aan de IDA nog vers en bijkomend genoemd worden. Maar de schuld van Congo is oud en waardeloos. . Bovendien blijft het risico bestaan dat de 0,46% later dit jaar toch nog sneuvelt in een volgende begrotingsronde.

Ook aan de kwaliteit van de Belgische samenwerking moet worden gesleuteld. België gaat immers langzaam maar zeker mee in de trend van de ' vervuiling' van de ontwikkelingsbijdrage. In de uitgaven van het Directie Generaal Ontwikkelingssamenwerking in 2004 zat minstens 14 miljoen euro die door het ontwikkelingscomité van de OESO niet als ontwikkelingssamenwerking wordt aanvaard.

Met achtereenvolgens Marc Verwilghen en Armand De Decker drukten twee blauwe excellenties hun stempel op het beleid: de versterking van de privé-sector, veiligheid, defensie en 'good governance.' De Decker begon zijn mandaat met grote ambities. Bij zijn aantreden verklaarde de nieuwe minister zijn collega's ervan te kunnen overtuigen om een coherent ontwikkelingsbeleid te voeren. Maar in zijn beleidsnota spreekt De Decker geen andere departementen aan om hun beleid af te stemmen op ontwikkelingssamenwerking.

Hij geeft bovendien op geen enkele wijze de garantie dat hij wat in te brengen heeft bij zijn collega- ministers. In zijn beleidsnota trekt hij het liberale beleid van zijn voorganger door. Hij legt wel een aantal nieuwe accenten op het vlak van veiligheid en defensie. Maar van nieuwe initiatieven is er geen sprake. Integendeel, sommige beloftes van Verwilghen, zoals de bijkomende enveloppe voor UNAIDS, herhaalt de huidige minister niet meer.

De steun aan het Global Fund to Fight Aids valt bij De Decker in de begroting 2005 terug met 80 %. De toezegging van zijn voorganger Verwilghen voor meer bilaterale hulp is ook gesneuveld. Wel is hij de eerste minister voor ontwikkelingssamenwerking die samen met de minister van Financiën België vertegenwoordigt op het ontwikkelingscomité van de Wereldbank, voorheen een exclusief jachtterrein voor Financiën.


Veiligheid is een thema dat Minister De Decker altijd al nauw aan het hart lag. Tijdens de vergadering in december 2004 van het OESO-ontwikkelingscomité pleitte hij ervoor om kosten voor peace-keeping en andere veiligheidsgerelateerde uitgaven in aanmerking te laten komen als kosten van ontwikkelingssamenwerking. 11.11.11 vindt dat de minister hier een zeer gevaarlijke weg inslaat. Van zodra deze uitgaven onder de noemer 'ontwikkelingsinspanningen' vallen , zullen vele landen niet nalaten die kosten te dekken met ontwikkelingsgeld. De Belgische ontwikkelingssamenwerking is maar een kleine speler op de internationale scène, maar 11.11.11 eist dat de Belgische regering het spel tenminste goed speelt, en dat België in haar beleidsbeslissingen de belangen van het Zuiden vooropstelt.

Deel dit artikel