De Mossad in Noord-Irak

De bezettingsoorlog en de chaos waar Irak onder gebukt gaat vormen een ideale voedingsbodem voor buitenlandse krachten die het Irakees grondgebied gebruiken voor hun eigen politieke en economische agenda’s: oliebelangen in het Westen, geostrategische vanuit Iran en Turkije, etc. Een opmerkelijke actor in dit belangenspel vormt de aanwezigheid van de Israëlische legerinstructeurs en de geheime buitenlandse inlichtingendienst Mossad.

De oorlog en de bezetting door de VS-‘coalitie’ – een eufemisme voor bezettingstroepen - en daaruit voortvloeiende chaos maken van Irak het ideale speelterrein voor buitenlandse krachten die de situatie uitbuiten om er politiek of economisch profijt uit te trekken. Een rapport van Britse NGO’s maakte onlangs publiek dat Brits-Amerikaanse oliemultinationals met de steun van hun regeringen een contract aan het onderhandelen zijn – via het systeem van ‘product sharing agreements’ - dat superwinsten garandeert.(1) De return die de oliemultinationals kunnen genereren varieert van 42 tot 162 procent. Het afstaan van de olieproductie zou de Irakezen tussen 74 en 194 miljard dollar aan inkomsten kosten in vergelijking met olieontginning in eigen publieke handen. Dat soort praktijen is niet nieuw. Sinds de invasie is Irak al langer een wingewest voor grote bedrijven die actief zijn in allerlei infrastructuurwerken of er bewakingsopdrachten uitvoeren, meestal tegen woekerprijzen. De grote bedrijven worden daarbij goed geholpen door de VS-regering die voor de officiële machtsoverdracht enkele honderden bedrijven via ‘order 39’ lieten privatiseren.(2)

Politiek betekent de bezetting van Irak dat Iran - een land dat volgens president Bush tot de ‘as van het kwaad’ behoort - in de tang wordt genomen. De VS zijn militair sterk aanwezig in de regio met niet alleen geplande permanente militaire basissen in Irak, maar ook reeds goed uitgeruste militaire basissen en posten in Turkije, Afghanistan, Qatar, Saudi-Arabië en andere Golfstaten.

Iran, op zijn beurt, blijft evenzeer actief in de regio. De meerderheid van de Irakese bevolking is religieus verwant aan Iran. De belangrijkste sjiïtische partijen in het zuidelijke deel van Irak zijn jarenlang door Iran financieel en militair gesteund geweest tegen het regime van Saddam Hoessein. Deze banden bestaan nog altijd. Iran probeert via bevriende partijen de Irakese politieke scène te controleren. Op dit ogenblik heeft Iran belang bij een status quo van de chaos. Zolang deze aanhoudt blijft Iran vermoedelijk gespaard van grootschalige militaire VS-acties.

Verder is er nog het Irakese verzet, waarvan bepaalde fracties geïnfiltreerd zijn of gecontroleerd worden door krachten die niet alleen de bezettingsmacht viseren, maar er ook een religieus-integristische en separatistische agenda op nahouden. Het is trouwens onduidelijk in hoeverre bepaalde acties, zoals ontvoeringen, die toegeschreven worden aan Al Qaida niet ook het werk zijn van inlichtingendiensten en aanverwante.

Israël

Een opmerkelijke actor op het Irakese speelveld is Israël. Het gaat om activiteiten die zich vooral, maar niet uitsluitend, in het Koerdische noorden afspelen. Het is moeilijk om er veel informatie over te vinden, want zowel Koerdische, als Amerikaanse en Israëlische bronnen, ontkennen of houden de lippen strak op mekaar. De Amerikaanse onderzoeksjournalist Seymour Hersch wijdde er vorig jaar een lang artikel aan in het magazine The New Yorker.(3) Volgens Hersch die zich baseert op Amerikaanse, Israëlische en Turkse bronnen, is de aanwezigheid van Israël ingegeven door de vrees voor infiltraties van Iraanse veiligheidsdiensten en andere buitenlandse strijders in Irak. De Israëli’s waren er eind 2003 al van overtuigd dat de VS de bezetting niet konden winnen en dus kozen ze voor een scenario dat de schade die Israël daarvan zou kunnen ondervinden, moest beperken door hun reeds lang bestaande banden met de Iraakse Koerden aan te halen en te zorgen voor een substantiële aanwezigheid. Sinds midden 2004 zijn Israëlische militairen en agenten van de inlichtingendiensten actief in Koerdistan, waar ze de Koerdische Peshmerga’s (militaire milities) trainen. Noord-Irak vormt daarnaast ook een ideale uitvalsbasis voor geheime operaties in Syrië en Iran. Volgens Hersh zijn er ook leden van de Mossad actief, de Israëlische buitenlandse inlichtingendienst, vermomd als zakenlui. De Israëlische aanwezigheid heeft al geleid tot spanningen met Turkije, die zelf geregeld militair aanwezig is in Noord-Irak en voor wie een onafhankelijk Koerdistan een nachtmerrie vormt. Turkije en Israël zijn nochtans militaire en economische bondgenoten, hoewel de goede relaties van eind de jaren negentig sinds het aan de macht komen van de Turks islamitische partij AKP enkele jaren terug iets minder hartelijk zijn.

Mossad helpt Koerdische veiligheidsdienst uitbouwen

De Israëlische aanwezigheid in Noord-Irak is niet nieuw. Toen het Hasjemitisch koninkrijk ten val kwam in 1958 begon Israël in samenwerking met het Iraanse regime van de Sjah de Koerden te bewapenen en te trainen zodat ze zich konden verzetten tegen het nieuwe Autoritair-linkse en Arabisch nationalistische regime van Qassem. In 1963 zou de steun opgevoerd worden met de levering van wapens en militaire adviseurs. Israëlische militaire instructeurs trainden de Persmerga’s. Israël zou volgens een voormalig lid van de Mossad de Koerden elk jaar 500.000 dollar steun per maand hebben geven.(4) Het is in die periode dat met de hulp van Mossad, de inlichtingendienst van de Koerdisch Democratische Partij, Parastin, werd opgericht. Behalve met de Mossad werkte Parastin nauw samen met de Savak (geheime politie van Iran) en de Amerikaanse inlichtingendienst CIA. Het luidde het begin in van een periode waarin de Koerden zich jarenlang zouden laten gebruiken in een geopolitiek spel waar de verschillende Koerdische fracties tegen elkaar werden uitgespeeld. Zo zou Parastin Iraans-Koerdische opponenten uitleveren aan de Savak. Parastin is tot vandaag actief en wordt genoemd in de ontvoering van de schrijver en mensenrechtenactivist Dr. Kamal Said Qadir, die KDP-leider Mesud Barzani en zijn zonen verweet de politieke vrijheden in te perken en daarom een proces tegen hen was gestart. De Israëlische steun aan de Koerden stopte met het akkoord van Algiers in 1975, wanneer Saddam Hoessein en de Sjah van Iran elkaar de hand schudden. De Koerdische opstand bloedde dood. Dat neemt niet weg dat gedurende de Iraans-Iraakse oorlog (1980-’88) en de Golfoorlog van 1991 de samenwerking met Israël voortduurde.

De relatie tussen Israël en de Iraakse Koerden kent volgens bepaalde strekkingen binnen het nationalistisch-Koerdische kamp genealogische, historische en politieke banden. Een team van Israëlische, Indische en Duitse wetenschappers stelde onlangs vast dat er een grote genetische verwantschap zou bestaan tussen Joden en Koerden als gevolg van de eeuwenlange aanwezigheid van Serfadische joden in Noord-Irak. Dat en andere (historische) banden voedt binnen bepaalde Koerdische kringen een romantische idylle tussen Israël en de Koerden in Irak. Baqi Barzani, een journalist van KurdishMedia.com en stem van deze strekking schrijft in een fel geëmotioneerd artikel: "In deze kritische tijden, waarin de mensheid en Israël verstrikt zijn geraakt in een oorlog tegen het globale terrorisme, is Koerdistan een van de meeste betrouwbare, waterdichte en waarschijnlijk enige boezemvriend van Israël in het Midden-Oosten."(5) In een merkwaardige vergelijking en omkering van de feiten stelt Baqi: "Beide, Koerden en Joden, zitten met precies hetzelfde dilemma; repressie." Baqi is zeker niet de enige die een bondgenootschap met Israël koestert, al was het maar omdat beide als niet-Arabische bevolkingsgroepen, dezelfde tegenstanders kennen met vooraan Syrië, Iran en de Arabische nationalisten (o.a. de vroegere Baath) in Irak. Baqi stelt verder nog dat het hoogtijd wordt om de Koerdisch-Israëlische vriendschapsband te versterken.

Dat zal wellicht nog op zich laten wachten. De Franse krant Le Figaro schreef eind september 2005 dat de "geheime veiligheidssamenwerking tussen Israël en de Irakese Koerden een plotse stop kende als gevolg van de invloed van Washington".(6) De krant citeert Franse inlichtingendiensten die stellen dat er van de 1.200 leden van Mossad en militaire inlichtingendiensten nog amper een honderdtal actief blijven in het gebied. De Israëlische aanwezigheid stootte op groeiende kritiek, niet alleen van Turkije, maar vooral ook van de Sjiïtische en Soennitische leden van de regering in Bagdad. De krant citeert een Midden-Oosten expert die stelt dat "Talabani (de leider van de Koerdische PUK, nvdr.) het zich als nieuw staatshoofd, niet langer kon permitteren relaties te onderhouden die door de meerderheid van de bevolking worden veroordeeld".

Ludo De Brabander

Noten:

(1) Het rapport kan gedownload worden op de site van War on Want: http://www.waronwant.org/download.php?id=377&PHPSESSID=b3c541a0637e94dbcdbbc1dd0853393d
(2) De Brabander, Ludo. Privatiseringen in Irak: order 39. In: Uitpers nr 49, januari 2004 http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=676
(3) Hersch, Seymour M. Plan B. As June 30th approaches, Israel looks to the Kurds. In The New Yorker, 28 juni 2004. Het artikel is in licht gewijzigde vorm overgenomen in zijn boek chain of command dat in het Nederlands is uitgeven onder de titel Bevel van hogerhand. De weg van 11 september tot het Abu Ghraib-schandaal, uitgegeven bij de Bezige Bij, Amsterdam, 2004 pp. 409- 419.
(4) Ostrovsky, Victor. Capture of Kurdish Rebel Leader Ocalan Recalls Mossad Collaboration with both Turkey, Kurds. In: The Ostrovsky Files, april/mei 1999.
(5) Barzani, Baqi. Kurdish-Israeli Amity. In : KurdishMedia.com (7 november 2005)
Le Figaro, 28 september 2005

Vrede DOOR:

Deel dit artikel