De NAVO creëert vooral onveiligheid

Na maanden van stilte lijkt er zich eindelijk een debat te ontwikkelen over de regeringsbeslissing om het Belgische engagement in Afghanistan met 4 F-16’s en een honderdtal troepen op te schroeven. Dat werd tijd. De manier waarop onze noorderburen in het Afghaanse oorlogsmoeras zijn verzeild geraakt - van wat in feite een heropbouwmissie moest worden - maakt duidelijk dat dit geen overbodige luxe is. Maar Afghanistan dwingt ons tot een nog fundamenteler debat, namelijk op welke wijze kunnen we de veiligheid van België, Europa en de rest van de wereld het best dienen. Of meer algemeen: hoe zou het veiligheidsbeleid van de 21ste eeuw er moeten uitzien.

In 1994 publiceerde de Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNDP) een rapport met een poging om veiligheid in het post-koudeoorlogtijdperk te herdefiniëren als ‘menselijke veiligheid’. In dit concept staat niet het militaire centraal, maar wel het evenwichtig tegemoet komen aan een breed gamma van menselijke behoeften voor elk lid van de wereldgemeenschap. De grote achterliggende idee is dat heel wat onveiligheid en geweld in deze geglobaliseerde wereld wordt veroorzaakt door economische en sociale achteruitstelling van individuen en gemeenschappen of nog door zaken als milieudegradatie, voedsel- en waterschaarste. Het conflict in Darfour is daarvan een illustratie en draait in essentie over de toegang tot water en grond. Met andere woorden, als we er kunnen voor zorgen dat elk lid van de wereldgemeenschap gevrijwaard wordt van de diverse vormen van ontberingen en structureel geweld, dan is een vreedzame samenleving niet langer een ijdele droom. Jammer genoeg lijkt dit alles in dovemansoren gevallen.

Terwijl regeringsleiders aan het eind van de Koude Oorlog en kort daarna nog oproepen lanceerden voor ontwapening en er zelfs verdragen over afsloten, is er nu de oproep om juist de militaire uitgaven te laten stijgen en veiligheid opnieuw erg militair te kleuren. Inmiddels is het vredesdividend volledig opgesoupeerd. In het Verdrag van Lissabon staat: “de lidstaten verbinden zich ertoe hun militaire vermogens geleidelijk te verbeteren”. Onlangs (De Morgen, 19/06) herinnerde Navo-Secretaris-Generaal de Hoop Scheffer ons nog eens aan de NAVO-afspraak om minstens (sic) 2 procent van het Bruto Binnenlands Product te besteden aan defensie. Dat zou betekenen dat het Belgische defensiebudget zou moeten stijgen van 2,7 naar bijna 5 miljard Euro. De NAVO moet opschuiven in de richting van een ‘expeditieleger’, aldus de NAVO-topman nog. Het klinkt niet alleen als een koloniale term. We krijgen steevast de indruk dat we ons ook effectief in neokoloniaal vaarwater begeven.

De realiteit is dat de NAVO een coalitie vormt van westerse staten die, in de woorden van de Hoop Scheffer, zich een ‘bepaalde legitimiteit’ hebben toegeëigend om daar waar nodig elders in de buitenwereld militair te interveniëren. Meestal wordt met die legitimiteit bedoeld dat wij democratieën zijn geïnspireerd vanuit humanitaire waarden. Dat is peptalk van de bovenste plank. Immers, we hoeven niet ver te zoeken in het verre of recente verleden, dat als het er echt op aan komt, we in de eerste plaats onze economische en politieke belangen achterna hollen. In extremis moeten we dan maar ons legerapparaat inzetten om die belangen ook militair te verdedigen. Dat is in essentie het verhaal van Irak en voor een groot deel ook Afghanistan. Alsof de westerse aanwezigheid en opoffering er is om het welzijn van de Afghaanse burger te verdedigen… Kom nou. En de zogenaamde militair-civiele component (CIMIC) dient in de eerste plaats om de bevolking de militaire bezetting te doen slikken. Wat wel telt is dat Afghanistan in de buurt ligt van China en van het olie- en gasrijke Centraal-Azië. Het Oostenrijkse federale ministerie stelde in 2001 al onomwonden dat de Europese veiligheidspolitiek tot doel heeft “de toegang te verzekeren tot strategische ruwe grondstoffen en het behoud van vrije handel en navigatie”. ‘Energieveiligheid’ heeft ook een plaats gekregen in de slotverklaring van de NAVO-top in Boekarest. Tegen de volgende top, in 2009 moet er een stevig rapport komen dat de basis moet vormen voor een discussie die, om het met minder omfloerste woorden te zeggen, onze energieconsumptie moet veiligstellen. Dat we misschien eens onze energieconsumptie drastisch naar beneden moeten halen om onze ontwikkeling veilig te stellen, is niet meteen het antwoord dat je uit NAVO-hoek moet verwachten. De NAVO wil in eerste instantie een wereldspeler zijn.

Het valt op, of het nu over Europa gaat of de NAVO, hoe onze gezagdragers de neiging vertonen om aan diverse lokale en mondiale crisissen meteen een militaire optie vast te koppelen. We moeten onze militaire bestedingen verhogen en verbeteren. Het legerapparaat moet klaarstaan om vlug te interveniëren. Als we maar iets doen, ook al blijkt zoals zo dikwijls dat militaire interventies meer kwaad dan goed doen. Als we het voorbeeld volgen van de VS, de machtigste NAVO-bondgenoot waar minister van Defensie De Crem zo naar opkijkt, dan zullen we met een enorme stijging van de militaire uitgaven en het militair opleggen van onze ‘democratische’ wil in eerste plaats vooral bijdragen aan de onveiligheid. Was het niet de conclusie van verschillende rapporten in de jaren tachtig dat de groeiende bewapening zorgt voor meer onveiligheid?

Het is veelbetekenend dat de voormalige Amerikaanse opperbevelhebber in Afghanistan, McNeill, onlangs bij zijn aftreden stelde dat er maar liefst 400.000 militairen nodig zijn om de problemen de baas te kunnen. Eigenlijk geeft hij toe dat we dat soort oorlogen niet kunnen winnen, tenzij we naar een veelvoud van de huidige militaire uitgaven gaan. En hoe efficiënt is dat allemaal? Vorig jaar vielen er naar schatting meer dan 6.500 dodelijke slachtoffers, het hoogste aantal sinds het begin van de invasie in 2001. Volgens een rapport van Oxfam zijn 600 van hen burgerslachtoffers veroorzaakt door het optreden van internationale en Afghaanse troepen. Het indirecte resultaat van de conflicten in Irak en Afghanistan is dat de bewapeningsuitgaven een zodanige recordhoogte hebben bereikt dat ze middelen voor duurzame ontwikkeling wegdraineren. Dat terwijl we de andere kant opkijken als het over de middelen en instrumenten gaat nodig om de millenniumdoelstellingen te behalen.

Het recente defensiedebat zou nu best evolueren tot een echt veiligheidsdebat, met als prioritair uitgangspunt hoe we de oorzaken van onveiligheid kunnen aanpakken. En dat is, kunnen we nu al zeggen, iets dat zich buiten de militaire sfeer bevindt.

Deel dit artikel