De politiek van de chaos

Het met veel poeha aangekondigde verslag van de Amerikaanse opperbevelhebber in Irak, David Petraeus, heeft veel weg van de goednieuwsshow waar het kabinet Bush al jaren zo goed in is.

11 september, dat is de dag die werd gekozen voor de opvoering van het spektakel en dat ‘toevallig’ enkele dagen na de onheilsboodschap van een verbazend frisse Osama Bin Laden. Voldoende ingrediënten om het grote drama, de immense gemanipuleerde dreiging waarvan de VS het slachtoffer is op overtuigende wijze in herinnering te brengen. In die setting komt de zoveelste bevrijdende boodschap: we boeken vooruitgang. Congresleden, zo klinkt het, ga op je twee oren slapen, de ‘surge’ werkt en er is alleen meer tijd nodig om het karwei af te maken. Om de meerderheid van de al maanden sceptische democraten toch een beetje te paaien kan er een begin gemaakt worden van een terugtrekking van enkele duizenden soldaten op korte termijn. Maar het genoemde aantal is in verhouding met de totale troepenmacht van 170.000 zo betekenisloos, dat het louter om een symbolische terugtrekking gaat.

Een meerderheid van de Irakezen ziet de situatie waarin ze vertoeven helemaal anders. Uit een gemeenschappelijke enquête van een Brits, Amerikaans en Japans TV-station blijkt dat om en bij 70 procent van de Irakezen vindt dat de ‘surge’ de situatie alleen maar heeft verergerd met nog eens tussen de 10 en 20 procent dat denkt dat er helemaal niets is veranderd. Het is zelfs zo dat meer dan 60 procent van de respondenten aanslagen op de bezettingstroepen legitiem vindt. Erg geliefd zijn de ‘bevrijders’ blijkbaar niet.

Meteen na de val van het regime in Bagdad hamerde president Bush er op dat Irak het startschot was van het ‘Groter Midden-Oosten’-initiatief (2004). Dit project zou de hele regio ‘van Marokko tot Afghanistan’ op het pad van de democratie en de vrijheid helpen, gekoppeld aan economische hervormingen en meer stabiliteit en veiligheid. Drie jaar later kunnen we al besluiten dat het project niet meer dan een grote retorische luchtballon is, de verpakking voor een verborgen agenda van economische en militaire belangen die het Witte Huis zo sterk in de greep houden. De ‘regime change’ heeft er vooral voor gezorgd dat elke week honderden nieuwe doden vallen, waarbij niemand nog de moeite lijkt te nemen om de tel bij te houden. Ook politiek en economisch is Irak een puinhoop. Doodseskaders opereren vanuit ministeriegebouwen en het sektarisme heeft stevig wortel geschoten. Britse NGO’s berekenden onlangs dat maar liefst 8 miljoen mensen dringend behoefte hebben aan noodhulp. De tendens is over de hele lijn negatief. Het aantal ondervoede kinderen steeg van 19 % (2003) naar 28 % vandaag. Het aantal Irakezen dat geen toegang heeft tot zuiver water is ook gestegen van 50 naar 70 %. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. De statistieken laten geen spaander heel van het door spindokters gefabriceerde succesverhaal.

Daarbij stapelt de Amerikaanse bezettingsmacht de ene blunder op de andere. Terwijl Iran de mantel wordt uitgeveegd voor vermeende wapenleveringen aan het Iraakse verzet, bleek uit een officieel rapport deze zomer dat meer dan de helft van de militaire uitrusting die de VS leverden aan de Iraakse troepen gewoon ‘verdwenen’ is, vermoedelijk grotendeels richting datzelfde verzet, criminele bendes en doodseskaders.

Alleen de grote bedrijven met goede contacten in het Witte Huis, de oorlogsprofiteurs, kunnen spreken van een successtory. Voor bedrijven als Halliburton, een constructiebedrijf waarvan vice-president Dick Cheney CEO was en Veritas, een holding met mensen als de voormalige vice-defensieminister Richard Armitage en ex-topgeneraal Anthony Zinni, die investeert in de defensie-industrie en veiligheidsbedrijven, is Irak een goudmijn met een omzet van respectievelijk 17,2 en 1,5 miljard dollar. De grootste winnaars van de ‘oorlog tegen de terreur’ zijn evenwel de wapenbedrijven die sinds 9/11 astronomische bedragen verdienen. Lockheed Martin voert de lijst aan en sleepte sinds 2002 voor 105 miljard dollar aan contracten met het Pentagon in de wacht, gevolgd door Boeing (89,4), Northrop Grumman (61,8 miljard), General Dynamics (45,8 miljard) en Raython (42,5 miljard). Door de oorlogspolitiek lijkt de markt onverzadigd. Naast het bevoorraden van de eigen troepen gaat er veel naar externe militaire steun aan ‘bevriende’ naties. Washington is nu bezig het Midden-Oosten vol te proppen met wapens.  In weerwil van het democratie-discours zijn het vooral de Arabische autocratische regimes die daar naast bezettingsmacht Israël van genieten. Deze laatste ziet de militaire hulp opgeschroefd naar 30 miljard dollar de komende tien jaar. Aan Arabische zijde gaat het om 20 miljard voor de Golfstaten (vooral aan het fundamentalistische Wahabitische koninkrijk Saoedi-Arabië) en 13 miljard voor het al evenmin erg democratische Egypte. De Amerikaanse krant, The Washington Post, spreekt van een ‘Groen Gordijn’ (naar analogie van het IJzeren Gordijn), omdat het militaire hulppakket gericht is tegen Iran en het een wapenwedloop in de regio zal uitlokken.

Als we daar nog de VS-houding in de oorlog in Libanon afgelopen jaar en de uitgesproken pro-Israëlische politiek bij rekenen, dan is er maar een duidelijke lijn te trekken in het hele Amerikaanse Midden-Oostenverhaal en dat is de politiek van de groeiende instabiliteit en de terreur van de chaos. Bedoeld of niet bedoeld, het is een schande dat Europa laat begaan en dat bepaalde Europese landen zelfs hand en spandiensten leveren aan die failliete politiek van een grootmacht die we tegen beter weten in ‘bondgenoot’ blijven noemen. In de VS blijven de zo goed als doodgezwegen Amerikaanse vredesbeweging – die dit weekend een mars houdt op Wahington - en de familieleden van gesneuvelde Amerikaanse soldaten zich verzetten tegen de oorlogspolitiek van het kabinet Bush. Een belangrijk deel van de Amerikaanse kiezers heeft begrepen dat ze al die jaren bij de neus zijn genomen en liet dat ook blijken bij de jongste verkiezingen. Alleen is de Amerikaanse politieke top - Republikeinen en Democraten - zo verstrengeld met het belangenwereldje van grote bedrijven, dat die vooralsnog weinig zin lijkt te hebben om echt de anti-oorlogstrom te roeren.

Ludo De Brabander

Vrede DOOR:

Deel dit artikel