De sociale protesten in het Midden-Oosten

De volksprotesten in Tunesië, Egypte, Libië en andere landen zijn het Midden-Oosten grondig aan het veranderen. De presidenten van Tunesië en Egypte zijn verjaagd, er zijn beperkte hervormingen doorgevoerd in Jordanië en het protest in Saoedi-Arabië groeit. In Libië dreigt echter het gevaar van een echte burgeroorlog, waarbij kolonel Kadhafi grof geweld gebruikt tegen de burgerbevolking en een zwaar tegenoffensief lanceerde tegen de rebellen. Terwijl de protesten hun dynamiek hebben en de uitkomst onzeker is, ontkrachten ze nu reeds de heersende beeldvorming over de regio. Ze tonen dat democratisering geen onmogelijke droom is. Als sociale bewegingen, steunen we de bevolking die op eigen kracht een einde stelt aan dictaturen en beschouwd wil worden als rechthebbenden. Deze protesten zijn een lichtpunt in een regio die gedurende decennia verlamd werd door politieke impasses en inmenging van buitenaf.

Noch brood, noch vrijheid
De stijgende werkloosheid, voedselprijzen, sociale ongelijkheid en de bevolkingsexplosie voedden de protestbewegingen die spontaan ontstonden in de verschillende landen. Ondanks de economische hervormingen, verslechterde de socio-economische situatie van de meerderheid van de 300 miljoen inwoners in de regio. De liberalisering, waar ook de Europese Unie op aanstuurde, bracht geen welvaart en versterkte de corruptie en de macht van een kleine elite. De bevolking begreep dat economische hervormingen niet mogelijk zijn zonder politieke hervormingen. Daarom eist ze eerst en vooral een billijker en democratisch systeem.

De rechtsstaat, vrijheid en waardigheid
De eis op vrijheid en waardigheid is dé motor voor de protestbewegingen. In het Westen heerste te lang de mythe over een regio waar democratie geen wortel kan schieten. De vernedering van de burgers door de dictatoriale regimes en de houding van de internationale gemeenschap, werd niet gezien. Nochtans zijn hun wensen niet uitzonderlijk: waardigheid en vrijheid. Ze willen een einde aan de cultuur van corruptie en straffeloosheid, noodwetten, betogingverbod, arbitraire arresten, enz. Wat alle protesten verbindt is de eis op een legitiem bestuur: de garantie van burger- en politieke rechten door vertegenwoordiging, rekenschap door de machtshebbers, en een beperkte regeringstermijn. Dit moet gebeuren door het instellen van een rechtsstaat, een pluralistisch systeem, waar ook de Moslimbroeders deel van kunnen zijn. De ‘Arabische straat’ wil zelf beschikken over haar lot. Ze zal niet zo volgzaam zijn tegenover de internationale gemeenschap als de dictatoriale regimes.

De nood tot brede participatie en een verenigde oppositie
Eén van de grote uitdagingen, is een democratische transitie met diepgaande hervormingen. Zo spelen leiders van het ancien régime een grote rol in het transitieproces in Tunesië en Egypte. De politieke oppositie is ook zwak en weinig georganiseerd door de jarenlange politieke repressie. De vakbondverenigingen, de Moslimbroeders of islamistische beweging, jongeren en een aantal intellectuelen vormen de voornaamste oppositiekrachten. Ze hebben echter geen gemeenschappelijke visie of platform. Het gevaar bestaat dat zij niet voldoende betrokken zullen worden in de transitie. Een andere valkuil is dat vrouwen, die een cruciale rol speelden bij de geweldloze protesten, uitgesloten worden bij de politieke, constitutionele, juridische en institutionele hervormingen.

Schendingen van het internationaal recht
Bij de aanvang van de protesten gebruikten de regimes in onder meer Tunesië, Egypte, Algerije en Bahrein geweld tegen de burgerbevolking. De situatie in Libië is echter ronduit alarmerend. Het is positief dat de VN-Veiligheidsraad de situatie doorverwees naar het Internationaal Strafhof en er sancties tegen het regime van kolonel Kadhafi werden ingezet. Het regime van Kadhafi verscherpte echter zijn aanvallen tegen de rebellen die een groot deel van het land controleren en gebruikt buitensporig geweld. Om een burgeroorlog te voorkomen en de burgers te beschermen, overwegen sommige Westerse landen militaire stappen zoals de oplegging van een no fly zone. Dit is echter een zeer ingrijpende maatregel die slechts uitzonderlijk succesvol is, en zeker niet zonder extra grondtroepen. De bevolking en de rebellen zijn gekant tegen een Westerse militaire interventie. De internationale gemeenschap moet lessen trekken uit de fiasco’s van Irak en Afghanistan en een  meer coherent beleid inzake militaire interventie hanteren. Waarom wel eventueel optreden in Libië, maar niet in Gaza of Darfoer? Een militaire interventie zou contraproductief zijn en ook veel burgerslachtoffers maken. De internationale gemeenschap moet aandringen op een staak-het-vuren en op onderhandelingen. Daar ligt een belangrijke taak van de VN-Veiligheidsraad.

Een coherent Midden-Oostenbeleid
Het ACW, Broederlijk Delen en Pax Christi pleiten voor een coherenter Europees Midden-Oostenbeleid en dringen er bij de Belgische regering op aan dat ze hier mee voor ijvert.  De EU moet aan de kant van de volksbewegingen staan en hun legitieme strijd steunen. Het Europese economische en politieke beleid in de regio faalde. Dit was eng toegespitst op de eigen belangen: economische akkoorden, samenwerking in de strijd tegen terrorisme en migratie, enz. In de hoop op stabiliteit werden de Europese waarden opgeofferd. De nieuwe geopolitieke situatie noopt tot een ander beleid met behoud van de lange termijn visie: de totstandkoming van een democratische, stabiele en welvarende regio. Het dilemma tussen stabiliteit en dictaturen moet echter sneuvelen. De Europese ervaring inzake democratische transities, de rechtstaat en internationaal recht moeten worden ingezet. De EU moet haar instrumenten zoals het Nabuurschapsbeleid aanwenden om de transities te bevorderen. Bovenal moeten de Europese lidstaten afzien van ongevraagde politieke en militaire inmenging.

Deel dit artikel