De verwoesting van Syrië



syria chaos cc[Foto: Creative Commons - Flickr/ Syria-Frames-Of-Freedom ]

Sinds een aantal maanden is het conflict in Syrië volledig geëscaleerd. Volgens de Verenigde Naties vielen er sinds maart 2011 al 60.000 dodelijke slachtoffers. De voorspellingen dat het Assad-regime snel zou verdwijnen, waren op zijn minst voorbarig. De oorspronkelijk vreedzame opstand evolueerde door het extreme geweld van het regime naar een militair conflict tussen het regime en de gewapende oppositie.




 

Situatie op het terrein

Volgens het Internationale Comité van het Rode Kruis is het een 'burgeroorlog'. Vele vreedzame activisten, die door de militarisering sterk naar de achtergrond zijn verdrongen, zien het eerder als een oorlog van het regime tegen het volk. Toch is de toenemende sektarische dimensie van het conflict een feit. Heel wat alawieten en christenen blijven uit schrik voor hun toekomst in een islamitischer Syrië achter het regime staan. Bovendien is de opmars van extremistische groepen, gevoed door de disintegratie van de staat en het machtsvacuüm, verontrustend.

Het regime zette in op een strategie van extreem geweld en steunt hierbij ook sterk op zijn externe bondgenoten Iran en Rusland. De rebellen maakten de afgelopen maanden echter grote winst op het terrein en bevrijdden enkele steden. Sommige waarnemers schatten dat 75% van het Syrische grondgebied onder hun controle is. Die steden zijn vaak echter slechts gedeeltelijk bevrijd en worden constant belegerd door regeringsvliegtuigen en raketten. Aleppo is bijvoorbeeld verdeeld en wordt deels omcirkeld door het Syrische leger. Het regime laat in de bevrijde gebieden geen humanitaire hulp toe.

Ondanks de aanvallen en de groeiende humanitaire noden, ontwikkelt zich toch een bestuur in deze gebieden. In de meeste steden zijn er een civiele en militaire raad, rechtbanken en een politiemacht. De uitdagingen voor deze lokale raden zijn echter enorm. Door hun onvermogen om basisdiensten te leveren en de bevolking te beschermen, verliezen ze aan geloofwaardigheid bij een bevolking steeds kritischer en radelozer wordt.

 

 

Toenemend geweld

Het Vrije Syrische Leger kampt met problemen van coördinatie tussen de verschillende fracties en het maakt zich ook schuldig aan mensenrechtenschendingen en plunderingen. De kritiek van de bevolking neemt toe. 'Het regime moordt, het Vrije Syrische Leger plundert en wij burgers zitten gevangen tussen hamer en aambeeld', stelde een activist. 

Ook het ongenoegen over gewelddadige jihadistische groeperingen groeit. Deze groeperingen spelen immers een steeds grotere rol, terwijl ze de revolutie niet genegen zijn en hun eigen, extremistische agenda hebben.

Met name het Jabhat an-Nusra, dat door de VS op de lijst van terroristische organisaties is geplaatst, wint aan invloed op het terrein omdat het over wapens en gedisciplineerde strijders beschikt. Het aantal strijders zou op enkele maanden zijn gestegen van 2.000 tot 10 à 15.000. De grote aantrekkingskracht ligt voor vele, ook seculiere, rebellen in hun effectieve slagkracht.


Het regime maakt gebruik van de militaire en sektarische verdeeldheid om zijn positie te handhaven. Zo versterk het de invloed van de Koerdische Arbeiderspartij PKK, en met name zijn Syrische tak , de Democratic Union Party (PYD).

Het Syrische leger droeg afgelopen zomer een aantal steden in het oosten over aan de PYD. Voor de Koerden die decennia gediscrimineerd werden door het regime, had dit de verwezenlijking van een droom moeten betekenen. Maar de relatie met de nieuwe machthebbers, die niet te vinden zijn voor de revolutie, verloopt vaak niet van een leien dakje.  Er vonden ook schermutselingen plaats tussen het Vrije Syrische Leger en de gewapende militie van de PYD. Dit voedt de angst over verslechterende relaties tussen Koerden en Arabieren.

Op 30 januari 2013 voerde Israël, voor het eerst sinds 2007, een aanval uit in Syrië. Volgens de VS was het doelwit een wapenkonvooi van luchtafweergeschut bestemd voor Hezbollah. De Syrische regering stelde dat het een onderzoekscentrum was en verklaarde dat ze als vergelding eventueel een verrassingsaanval kan uitvoeren. Waarnemers zijn bezorgd over mogelijke raketaanvallen of aanslagen door Hezbollah. Deze aanval benadrukt nogmaals hoe groot het risico op regionale onstabiliteit is.


 

De humanitaire crisis deint uit

Volgens de VN hebben momenteel meer dan 4 miljoen burgers in Syrië, waaronder 1,5 miljoen intern verplaatste burgers, humanitaire hulp nodig. De voedsel-, water- en benzineschaarste vergroten het lijden van de burgerbevolking.  Deze tekorten zijn voornamelijk veroorzaakt door de regering die doelbewust infrastructuur viseert als collectieve bestraffing van de bevolking.

Tot voor kort had de internationale gemeenschap te weinig aandacht voor deze ongeziene humanitaire catastrofe. Op de internationale donorconferentie in Koeweit op 30 januari trokken donoren echter 1,5 miljard$ uit voor humanitaire hulp.

De levering van humanitaire hulp in Syrië is echter problematisch. Eén van de problemen is de moeilijke toegang tot burgers. De Syrische regering deed geen aanvraag voor internationale hulp. Volgens het internationaal humanitair recht moeten regeringen externe agentschappen uitnodigen of de toestemming geven om actief te zijn. Het feit dat dit niet gebeurt, maakt het moeilijk voor internationale hulporganisaties om officieel activiteiten te ontplooien. 

Vele organisaties werken in de buurlanden en wachten op toestemming voor humanitaire toegang tot Syrië. De Syrische regering besliste dat alle hulp via de lokale tak van de Internationale Federatie van het Rode Kruis/de Rode Halve Maan, het SARC, moet worden gekanaliseerd. In 2012 gaf het SARC aan slechts 8 internationale ngo's de toestemming om in Syrië te werken.  Bijgevolg zijn er weinig internationale organisaties. Bovendien verhinderde de regering internationale organisaties systematisch in het land te werken.


Een groot deel van de hulp geraakt niet aan bij noodlijdende burgers. Lokale activisten proberen hun noden te lenigen, vaak ondergronds en in moeilijke omstandigheden. Sinds de start van de protesten, verspreidden solidariteitsnetwerken zich. Activisten leveren basisvoorzieningen: ze maken buurten schoon, heropenen scholen, smokkelen brood, richten geheime bakkerijen en veldhospitalen op en smokkelen ernstig gewonde mensen de grens over voor medische behandeling.

Afgezien van veiligheidsproblemen, is de voornaamste zorg van deze activisten het gebrek aan financiering. Het is moeilijk om regeringen en ngo's te vinden die bereid zijn om kleine initiatieven te steunen, tenzij ze onder de vleugels van erkende ngo's komen of zich laten registreren. Dat is echter niet realistisch omdat de Syrische wetgeving de ontwikkeling van een middenveld aan banden legt.


 

Diplomatieke inspanningen

De Verenigde Naties benadrukken het belang van een onderhandelde oplossing. Lakdar Brahimi, de speciale gezant voor de VN en de Arabische Liga, toonde zich bijzonder pessimistisch over het gebrek aan politieke vooruitgang.

Op 29 januari stelde hij in een briefing in de Veiligheidsraad dat de regering en de oppositie 'samenwerken aan de vernieling van Syrië'. Hij verklaarde dat het regime repressiever wordt, maar de rebellen even wreedaardige misdaden begaan.

Brahimi meent dat de verklaring van Genève, met een transitieregering van oppositieleiders en leden van het regime, de enige oplossing biedt. Hij ziet hierin geen rol meer voor Bashar al-Assad. Die verwerpt het Brahimi-plan en weigert met de oppositie, die hij als 'terroristen' en 'criminelen' bestempelt, te praten. De oppositie wil niet onderhandelen zolang al-Assad aan de macht is.

Ook de VS en Rusland zijn het oneens over het lot van al-Assad. Volgens Brahimi is de verdeeldheid binnen de Veiligheidsraad één van de voornaamste obstakels voor een oplossing. Hij benadrukt dat er een einde aan deze verdeeldheid moet komen.

De Syrische Nationale Coalitie, die de meeste oppositiegroepen vertegenwoordigt, staat onder toenemende druk om te presteren. Ze werd gevormd als alternatief voor de Syrische Nationale Raad, om de coherentie te vergroten, de rechten van minderheden te verzekeren en de dialoog aan te gaan met andere groepen zoals het Nationale Coördinatie Comité voor Democratische Verandering. Haar voornaamste taak is een perspectief te bieden voor een politieke oplossing. Zij slaagt hier niet in, onder meer omdat ze onvoldoende voeling heeft met de realiteit op het terrein.

De internationale nadruk op onderhandelingen en de weigering om de rebellen te bewapenen,  vergroten de druk om met het regime te onderhandelen. Tot voor kort was het aftreden van president al-Assad een niet-onderhandelbare voorwaarde voor de oppositie. De bereidheid van oppositieleider Moaz al-Khatib om een dialoog te starten met het regime, op voorwaarde dat het 160.000 gevangenen vrijlaat en de paspoorten van Syriërs in het buitenland verlengt, zorgde voor verdeeldheid.

Dat er effectieve gesprekken komen is echter weinig waarschijnlijk. Het regime wil enkel spreken met de oppositie die het zelf selecteert, zoals het Nationale Coördinatie Comité voor Democratische Verandering. De kans dat het gevangenen vrijlaat, is ook klein.

Het regime beseft dat het niet aan de absolute macht kan vasthouden, en kiest dan maar voor het creëren van een uiteengevallen en onbestuurbaar land waarin Bashar al-Assad een soort krijgsheer is.  Door haar bereidheid tot dialoog, verzet de oppositie zich tegen de verwoesting van Syrië. Daarnaast benadrukt ze dat het regime misschien de militaire overmacht heeft, maar geen politieke uitkomst biedt.

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen


Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel