De wereldwijde handel in afval met de arme landen

Enkele weken na de tsunami maakte de pers melding van  stukgeslagen afvalvaten voor de Somalische kusten. De afvalvaten gevuld met chemische en radioactieve stoffen waren Westers afval die daar voor en  tijdens de burgeroorlog in Somalië door hoofdzakelijk Europese bedrijven werden gedumpt. Het voorval bracht ongewild de grote milieuproblemen voor de Afrikanen tengevolge van de zeer winstgevende handel in afval weer voor het voetlicht.

INTERNATIONALE EN LOKALE REGULERING
Gedurende de laatste dertig jaar dienen de Afrikaanse landen als afzetgebied voor gevaarlijk afval afkomstig van   Europa en de Verenigde Staten die erop uit zijn om de kosten voor het recycleren van hun industriële  bijproducten  zo laag mogelijk te houden. Begin de jaren ’90  zei de schatbewaarder van de Wereldbank, Lawrence Summers dat hij geen graten zag in het dumpen van een lading toxisch afval in de armste landen. De economische logica achter deze praktijken waren volgens hem te verdedigen vermits hun milieu bijlang nog niet vervuild was zoals in de industriële landen, aldus Lawence Summers. De uitspraak tekent het klimaat in die tijd in de Wereldbank en de WTO die de afval als een lucratieve koopwaar beschouwen.
In de wurggreep van de schuldenlast en armoede worden ook veel Afrikaanse landen aangetrokken door de mogelijke financiële winsten (die in sommige gevallen het BBP van vele arme Afrikaanse landen overschrijden). Het dumpen van toxisch afvalmateriaal brengt echter zeer ernstige milieu- en gezondheidsproblemen met zich mee waarvan de Afrikanen niet op de hoogte zijn en waarvoor ze niet de nodige geldmiddelen, kennis en milieuwetgeving hebben om ze op te lossen.
Deze problemen hebben op internationaal en op lokaal vlak de aanzet gegeven tot pogingen om het internationaal transport  van afval te controleren en aan banden te leggen. Het milieuprogramma van de Verenigde Naties nam in 1987 de eerste stappen naar een oplossing voor het wereldafvalprobleem. Ze adopteerde de Cairo Richtlijnen waaruit de Basel Conventie is voortgekomen. Het voornaamste doel is de regulering van de internationale scheepvaart voor gevaarlijk afval. Op regionaal vlak stemde de Organisatie voor Afrikaanse Staten (OUA) een resolutie waarbij alle staten overeenkwamen geen dumping van gevaarlijk afval op hun grondgebied toe te laten. Maar ondanks deze belangrijke initiatieven om deze lucratieve en milieuverwoestende handel te reguleren draait de afvalindustrie nog steeds op volle toeren. Het gevaarlijk afval wordt nog steeds clandestien verscheept naar de arme ontwikkelingslanden. En de belangrijkste bestemmingen zijn nog steeds de uitgestrekte gebieden in vele Afrikaanse landen. Afrika blijft aantrekkelijk wegens de lage kosten voor de verbranding van de afval en het gebrek aan lokale regelgeving inzake milieuwetgeving.

HARDE VALUTA
De nood aan harde valuta en de grote armoede alsook de hebzucht van enkele Afrikaanse zakenlui die in korte tijd veel geld willen maken spelen een belangrijke rol in de groei van de afvalindustrie. In Benin, Nigeria en Somalië tekenen individuele zakenlui contracten om afval in te voeren tegen een fractie van de recyclagekost in de rijke industrielanden. In 1987 was er de beruchte Koko deal waarbij een Nigeriaanse zakenman aan een Italiaanse afvalbaron               de toelating gaf om tegen 100$ per maand afval te dumpen op zijn land. In 1988 onderhandelde de regering van Benin met de Franse regering over de import van radioactief en industriële afval dat Benin een voordeel van 1,6 miljoen$ en 30 jaar economische bijstand zou opleveren. Tijdens de burgeroorlog in Somalië sloot een van de oorlogvoerende partijen een deal om gevaarlijk afval te dumpen in het land. Hier waren Zwitserse en Italiaanse firma’s bij betrokken. De deal ging niet door omdat pers en media de zaak bekend maakten. In al deze gevallen was de nood aan geld de drijvende kracht. Zowel de export- als de importlanden waren hierbij in overtreding met de internationale verdragen die ze geratificeerd hadden. De voorbeelden tonen de inefficiëntie van de internationale en regionale overeenkomsten om die lucratieve en gevaarlijke handel in banen te leiden. In december nog waren er klachten van twintig Afrikaanse landen over dumping van onbeheerde en naamloze schepen in hun territoriale wateren die rijp zijn voor de sloop. Daarom roepen milieugroeperingen op voor de volledige banning van deze afvalindustrie wat korte metten zou maken met de legitimiteit van de regulering. 

SOMALIE
Begin de jaren ’70 zien de eerste rapporten over clandestiene deals tussen Afrikaanse landen en bedrijven in de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittanië, Zwitserland, Italië en de vroegere Sovjet Unie het daglicht.  Het overgrote deel van de afvalhandel bestemd voor goedkope dumping in Afrika wordt clandestien gevoerd. Afval wordt gekocht en verkocht zoals gelijk welk andere koopwaar. De makelaars in afval opereren in de schaduw vanuit bepaalde plaatsen zoals Gibraltar, het eiland Man, en Liechtenstein. Er wordt geknoeid met   de eindbestemming van schepen en met vrachtbrieven. In het geval van Somalië kwamen de eerste onthullingen begin de jaren negentig in een Italiaanse krant Famiglia Cristiana. Onderzoeksjournalisten die samenwerkten met de milieuorganisatie Greenpeace  onthulden de dumpingactiviteiten van de Zwitserse firma Achair Partners en een Italiaanse afvaltraider Progresso.
De Europese Groenen kregen documenten in handen waaruit bleek dat krijgsheer Ali Mahdi Mohammed tegen betaling van 80 miljoen dollar op zijn persoonlijke rekening  tien miljoen ton gif op Somalisch grondgebied aanvaardde, dat is 8 dollar per ton. Somalië met zijn kust van 3 300 km is moeilijk te controleren.  De lokale bevolking en de vissers in de dorpen waren niet op de hoogte van de gevaren. In 2001 publiceerde Greenpeace een nieuw rapport in verband met afvallozing van de Zwitserse Oceanic Disposal Managment (ODM),  een bedrijf dat zich specialiseert in het offshore dumpen van kernafval. Legale afvalbedrijven  die deel uitmaken van grote ondernemingen zoals Société Générale des Eaux en Lyonnaise des Eaux verkochten hun afval aan ODM die het dan doorverkochten aan de Siciliaanse Cosa Nostra. De betrokkenheid van de georganiseerde misdaad in de afvalhandel is allang bekend en is een ernstig obstakel in het bestrijden  van het probleem. Ondertussen blijft Somalië de meest aantrekkelijke illegale stortplaats van de wereld.

DE ECO-MAFFIA
De betrokkenheid van Italiaanse firma’s dwong het parlement in 1998 tot een onderzoekscommissie. Het eindrapport zegt dat de eco-maffia  bedrijven leidt die 35 miljoen ton afval per jaar  verhandelen en daarbij een winst van 6.6 miljoen dollar maken. De 158 Italiaanse families die deel uitmaken van de eco-maffia beschikken over een arsenaal aan kennis om de milieudiensten te omzeilen. Ze vervalsen certificaten zodat gevaarlijke ladingen onder het mom van huishoudelijk afval passeren, ze wijzigen transportvergunningen voor het vervoer van toxische afval zodat het van de ene regio naar de andere kan getransporteerd worden. Het afval wordt in eerste instantie gedumpt op bouwterreinen, in beschermde natuurgebieden, rivieren en ravijnen, op boerderijen in Italië en  in de Middellandse zee.Nog volgens het rapport controleert de maffia 30% van de Italiaanse afvalverwerkende industrie waaronder toxisch en radioactief afval.
Slechts in 2001 wordt in  Italië een wet van toepassing waarbij de handel in afval een misdrijf wordt. Het laattijdig offensief moet een industrie bestrijden dat  gigantische proporties  heeft aangenomen.  Italië is mijlen achterop in vergelijking met de rest van Europa  in de bestrijding van deze wanpraktijken. De milieupolitie gaf in 2002 een rapport vrij waarbij 705 hoog toxische illegale dumpingplaatsen in Italië verspreid over een grondgebied van 7 miljoen m2 in kaart werden gebracht. Die strekken zich uit  vanaf de groene heuvels ten noorden van Napels tot de glooiende hellingen van Umbrië en de Adriatische kust nabij Bari. Medische experten zijn  bezig met het opmeten van de gezondheidsrisico’s: scherpe stijging van leukemie, darmkanker en maagtumoren bij patiënten die in de omgeving van Napels en Caserta leven.  Zware metalen dringen in de ondergrond. “We oefenen druk uit bij de gezondheidsverantwoordelijken om een permanent observatorium voor de opsporing van kankers te installeren, zegt Donate Ceglie, een leider in de strijd tegen handel in afval.
De onkosten voor de opkuis van deze sites worden bij de 100 miljard dollar geraamd. in Italië verdwijnt jaarlijks ongeveer 11 miljoen ton industriële afval. Dat is de hoeveelheid afval dat door de bedrijven wordt geproduceerd wiens verwerking niet door officiële afvalverwerkingsbedrijven wordt verwezenlijkt. Ongeveer 300 000 ton van deze illegale afval is hoog toxisch. De schade tengevolge hiervan wordt 20 tot 30 jaar later betaald. Ongeveer elk land in Europa heeft zijn illegaal afvalprobleem en verhandeling. Maar Italië scoort de top omdat het behoort tot het terrein van de georganiseerde misdaad. Criminele groepen beheren tot 30% van de afvalverwerking, zegt de antimaffiacommissie.

GEZONDHEIDSEFFECTEN
Italië kampt dus met een gigantisch afvalprobleem en het is dus niet verwonderlijk dat  ze één van de belangrijkste uitvoerders is van afval naar Afrika is. De schade voor de gezondheid wordt in kaart gebracht. Maar wat met de opmeting van de schade in arme landen en in de conflictgebieden waar geen milieuwetgeving voorhanden is? Volgens een onderzoek van de UNEP zijn vissers in Somalië gestorven nadat ze water dronken uit een container en werden een verhoogd aantal kankergevallen in verband gebracht met de toxische afval. Een Algerijns expert  verklaarde de link tussen een groot aantal sterfgevallen van de kuddes en de  afvaldumping tijdens de laatste jaren. Dr Pirko van UNICEF stelde een ongewone ziekte vast die gepaard ging met neusbloedingen en die de dood van 120 mensen veroorzaakte. Maar tot nu toe werd er geen systematisch onderzoek naar de bestaande en de potentiële milieu- en sociale gevolgen van de afvaldumping uitgevoerd. Na het incident met de afvalvaten onderhandelt UNEP nu met de Somalische transitieregering om de omvang van de afval precies vast te stellen. De experts  vermoeden dat in de kustwateren een brede waaier aan afvalstoffen werd gedumpt: radioactief afval, hospitaalafval, zware metalen zoals lood, cadmium, kwik, chemisch afval, en producten waarmee leder wordt gereinigd. De kustbewoners leven er van visvangst.  Volgens Martin Besieux van Greenpeace is dit maar het topje van de ijsberg. Soms werden volledige schepen met afval tot zinken gebracht.

[De Basel conventie (1989) is de meest uitgebreide milieu overeenkomst tussen 164 landen.Op datum van 23/02/2005 hebben de Verenigde staten de Basel Conventie nog altijd niet geratificeerd. De Conventie verplicht zijn leden het afval op een milieuvriendelijke manier  te verwerken. Het gaat over toxisch, giftig, explosief, corrosief, ontvlambaar, ecotoxisch, en infectieus afval. Afval moet zo dicht mogelijk bij de oorsprong verwerkt worden.  Op 1 maart 2005 hebben het secretariaat van de Basel Conventie en de Regionale Zeeprogramma’s van de UNEP de handen in elkaar geslagen in de strijd tegen de kustvervuiling met een memorandum dat in Nairobi werd ondertekend.
In mei is er in Londen een vergadering van de Londense Conventie (1972), een VN-verdrag dat het dumpen van laagradioactief afval en het verbranden van afval op zee verbiedt.]

M.J. Vanmol

www.vrede.be

 

Vrede DOOR:

Deel dit artikel