Delegatie uit Ecuador in Brussel voor Yasuní

In de aanloop van de klimaattop van Kopenhagen is de Ecuadoraanse regering een heus charmeoffensief gestart om financiële en politieke steun zoeken voor het initiatief van President Correa, genaamd: ITT-Yasuni, een groot idee van een klein land.

Het gaat om een revolutionair voorstel waarbij Ecuador zich engageert om een grote plas olie, ter waarde van ongeveer 4 miljard euro, niet te ontginnen. Deze olievoorraad, die zowat een vijfde van de gekende reserves in Ecuador uitmaakt, ligt in het zgn. ITT-Yasuni blok, het olieveld dat gelegen is in het oosten van het Yasuni-park, een parel van biodiversiteit in het centrale Amazonegebied.  Het ITT Yasunivoorstel heeft een lange voorgeschiedenis van activisme en verzet van Ecuadoraanse milieubewegingen en inheemse gemeenschappen uit het centrale en zuidelijke Amazonegebied tegen de petroleummaatschappijen.

Tien jaar geleden al lanceerde Acción Ecologica, partnerorganisatie van Broederlijk Delen, het idee om de olieontginning radicaal in te perken en te streven naar de "postpetroleummaatschappij". De aandacht breidde zich langzaam aan uit van het verhinderen van de olieontginning naar voorstellen om de biodiversiteit te versterken en groter respect op te brengen voor de inheemse gemeenschappen die in het regenwoud leven. Wat begon als een radicaal idee van een groep milieuactivisten, wordt nu door een regering op het internationale forum gelanceerd.

De ontginning van petroleum ging in het Noordelijke Amazonegebied van Ecuador van start begin jaren 1970. Wie het gebied nu bezoekt, kan niet naast de aangerichte ravage kijken: lekkende olieputten, het affakkelen van gassen, het lozen van vervuild water, ontbossing voor de aanleg van wegen en oliepijpen hebben het uitzicht van het regenwoud voorgoed veranderd.

Ondanks de enorme rijkdom die uit de bodem werd opgepompt, behoren de Noordelijke Amazoneprovincies Sucumbíos en Orellana tot de armste en meest achtergestelde regio's van Ecuador. Twee inheemse groepen, de Tetetes en de Sansahauris zijn van de kaart geveegd, ze "overleven" ironisch genoeg enkel nog in de naam van twee petroleumvelden die in het gebied gelegen zijn. De andere bewoners van het gebied, die gedurende tientallen jaren op vervuild drinkwater waren aangewezen, kampen met ernstige gezondheidsproblemen, zoals verschillende vormen van kanker. 30000 bewoners van de regio hebben een rechtszaak aangegaan tegen Chevron-Texaco, destijds de pionier van de olieontginning in het Noordelijke Amazonegebied, voor compensaties voor de enorme schade die het bedrijf aan mens en milieu heeft aangericht. Nu dreigt de andere kant van de Naporivier hetzelfde lot te worden beschoren.

Het Yasunípark is één van de kroonjuwelen van het Ecuadoraanse regenwoud. Het is een 982.000 ha groot nationaal park dat omwille van zijn unieke rijkdom aan fauna en flora door de UNESCO uitgeroepen werd tot Biosfeerreservaat. Het park herbergt diverse dieren- en plantensoorten die nergens anders in het Amazonewoud voorkomen. Het is ook het leefgebied van twee inheemse clans, de Taromenane en Tagaeri, die alle contact met de omringende samenleving weigeren. Deze groepen zijn verwant aan de Waorani, die op hun beurt in het aanpalende inheemse reservaat leven.

In het hart van het park, het zgn. ITT-blok, bevinden zich tussen de 600 en 900 miljoen vaten ruwe olie, goed voor 20% van de totale petroleumvoorraden van Ecuador. Al in 1997 wezen milieuorganisaties en ngo's op de desastreuze gevolgen die de petroleumontginning in dit gebied zouden hebben voor mens en milieu. Ze pleitten ervoor om de aanzienlijke petroleumvoorraden in het ITT-blok niet te ontginnen en naar alternatieve formules te zoeken.

Het was wachten op het aantreden van de progressieve regering van Rafael Correa in 2006 en de actieve medewerking van de toenmalige minister van Energie Alberto Acosta in 2007 om hun voorstel een kans te geven.

Er werd een project uitgewerkt dat financiële compensatie moet verzekeren voor de misgelopen staatsinkomsten van 7 miljard dollar, het bedrag dat 13 jaar petroleumexploitatie in het ITT-veld zou geven. De Ecuadoraanse regering beloofde de helft van de 7 miljard dollar aan geschatte inkomsten op haar eigen begroting in te schrijven. Ze beschouwt dit bedrag als haar bijdrage voor natuurbehoud, bescherming van het globale klimaat en duurzame ontwikkeling. Voor de financiering van de overige 3,5 miljard dollar kijkt ze – terecht - naar de internationale gemeenschap. Momenteel ligt een voorstel op tafel voor een systeem van Yasunícertificaten. Elk certificaat staat daarbij voor een vat petroleum dat in de ondergrond blijft zitten en kost 3,5 dollar. Zowel regeringen, bedrijven als particulieren zouden de certificaten kunnen kopen. Er wordt gewerkt aan de oprichting van een trust fonds, dat onder de hoede van de VN zal vallen, om ervoor te zorgen dat veranderingen in het politieke scenario geen impact hebben op het initiatief.

Tot nu toe heeft vooral de Duitse regering interesse betoond in het voorstel en kwam over de brug met het financieren van een studie om de technische kant van de zaak te helpen bekijken.

In de aanloop van de klimaattop van Kopenhagen bezoekt een delegatie van de Ecuadoraanse regering verschillende Europese landen om het initiatief bekend te maken en er financiële en politieke steun voor te zoeken. Ecuador wil een voortrekkersrol spelen in het klimaatdebat vanuit een Zuiders perspectief, waarbij het pleit voor een radicaal andere relatie tussen mens, milieu en economie.
Het ITT-Yasuni initiatief is een voorstel dat de onderlinge afhankelijkheid en verantwoordelijkheid van landen in het Noorden en landen in het Zuiden op de klimaatagenda wil zetten. Er is nog een lange weg te gaan naar een werkbare formule die tegemoetkomt aan de verwachtingen van zowel de Ecuadoraanse regering, de inheemse volkeren als de milieuactivisten.

Broederlijk Delen, 11.11.11 en VODO stuurden samen met andere Belgische ngo's een brief aan onze Belgische ministers van Buitenlandse Zaken, van Ontwikkelingssamenwerking en van Energie en Klimaat om steun aan het ITT-initiatief te overwegen.

Patricia Verbauwhede

Deel dit artikel