Democratie in het Midden-Oosten, alleen als het ons goed uitkomt

Na 11 september staan de VS officieel een politiek van democratisering in het Midden-Oosten voor. In de praktijk is de steun aan autoritaire regimes altijd doorgegaan. Nu uit de jongste verkiezingen in Egypte en de Bezette Palestijnse gebieden blijkt dat democratie wel eens kan leiden tot een machtsovername van op islam gebaseerde partijen moet de democratisering uitgesteld worden tot er zich betere tijden aandienen.

Aan de vooravond van de G-8 top in de zomer van 2004 lanceerde president Bush zijn ‘Initiatief voor een Groter Midden-Oosten’, een ambitieus plan dat een hele regio van ‘Marokko tot Afghanistan’ op het pad van ‘vrijheid en democratie’ moest helpen. De G-8 kondigde daarop de oprichting aan van een ‘Partnerschap voor Vooruitgang en een Gemeenschappelijke Toekomst’ met de landen van de regio.

Amper twee jaar later lijkt dit ‘Initiatief’ een doodgeboren mus. Hoewel de VS er met hun militaire interventies voor gezorgd hebben dat Irakezen en Afghanen naar de stembus konden, kan je bezwaarlijk stellen dat er sprake is van democratie, wel integendeel. Het dagelijkse geweld doet een niet onbelangrijk deel van de bevolking nostalgisch terugdenken naar de periode van de Saddam-dictatuur. Zoals de Iraanse dissidente journalist Akbar Ganji, de winnaar van de ‘Gouden Pen van de Vrijheid’ stelde: democratie kun je niet van bovenaf opleggen, zeker niet met bombardementen.

De Arabische bevolking kijkt met groot wantrouwen naar de democratiseringsdrift van Washington. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw, bestaat de VS-politiek in de regio uit drie pijlers: olie, stabiliteit en Israël. Democratie moet, zoals meermaals is gebleken, gemakkelijk wijken voor steun aan stabiele (autoritaire) regimes die de energiebevoorrading richting het Westen moeten beveiligen. Een goede illustratie daarvan vormt de door de CIA georchestreerde staatsgreep (‘Operation Ajax’) in 1953 tegen premier Mossadeq als antwoord op diens nationalisering van de Iraanse Olie.

Washington koestert vandaag meer dan ooit zijn discours over democratie, maar verhoogt in de praktijk zijn steun aan autoritaire regimes. Militaire hulp aan Jordanië steeg van 76,5 miljoen in 2001 naar 207,4 miljoen in 2005. De militaire steun aan het Marokkaans regime steeg in dezelfde periode van 3,5 miljoen naar 17 miljoen dollar. Saudi-Arabië kon ondanks grove mensenrechtenschendingen blijven rekenen op grote Amerikaanse wapenleveringen. Veruit de grootste slokop is Egypte. In 2004 kon Cairo rekenen op 1,87 miljard dollar steun. Het feit dat de VS zich naar aanleiding van de recente Egyptische verkiezingen kritisch uitlieten over het autoritair optreden tegenover opposanten, verandert daar niets aan. Het debat dat midden mei 2006 in het Amerikaanse Congres is gevoerd spreekt boekdelen. Een van de regeringsvertegenwoordigers verdedigde de militaire steun aan Egypte (programma’s ter waarde van 2,5 miljard dollar) als een instrument bedoeld voor de creatie van “een defensiemacht die in staat is de VS veiligheid te ondersteunen”. Hij voegde er aan toe dat militaire steun belangrijk is voor de ontwikkeling van een strategische partnerschap met Egypte, en heeft bijgedragen aan een brede reeks van VS doelen in de regio”. In datzelfde debat toonden verschillende Congresleden zich bezorgd over de opgang van de moslimbroeders en de verkiezingsoverwinning van Hamas en waarschuwden voor de gevolgen van de democratisering in het Midden-Oosten. Washington beseft nu dat echte democratie de bevriende, autoritaire regimes als dominostenen zou doen vallen.

Over de verkiezingsoverwinning van Hamas is al veel inkt gevloeid. Iedereen is het er over eens dat deze verkiezingen, hoewel ze onder Israëlische bezetting verliepen, perfect democratisch zijn verlopen. In het Westen kijkt men met onbegrip naar de keuze van het Palestijnse volk. De verkiezingsoverwinning van het Radicale Hamas wordt gezien als een ‘zware slag voor het vredesproces’. Maar waar was dat vredesproces dan al die jaren? Israël heeft zijn kolonisatie- en annexatiepolitiek van de Palestijnse gebieden nooit stopgezet. Tijdens de Oslo-periode verdubbelde het aantal nederzettingen. Sinds januari 2001 weigerde Sharon met welke Palestijn ook te onderhandelen en nam hij unilaterale maatregelen. De huidige premier Olmert trok onlangs naar Washington om de goedkeuring te vragen voor zijn convergentieplan om de definitieve grenzen tegen 2010 vast te leggen, lees een kleine helft van de Westelijke Jordaanoever bij Israël in te lijven. De Israëlische politiek is in strijd met het internationaal recht dat ook stelt dat de 720 km lange muur die op Palestijnse grond wordt gebouwd illegaal is en moet worden afgebroken. Toch krijgt Israël bijna 30 procent van alle buitenlandse VS-steun, waaronder 2,2 miljard dollar militaire steun jaarlijks! Washington voert een uitgesproken pro-Israëlisch beleid en spreekt systematisch zijn veto uit bij elke poging om Israël in het gareel te dwingen van het internationaal recht.

Zo komt het dat het slachtoffer van de Israëlische bezetting letterlijk beladen wordt met alle zonden van Israël. Financiële steun richting Palestijnse gebieden is opgeschort met de bedoeling Hamas onder druk te zetten. Alle rapporten van internationale instanties zijn het erover eens dat de situatie in Palestina catastrofaal wordt, met 75 procent van de bevolking onder de armoedegrens. Vorige week waren enkele vertegenwoordigsters van Palestijnse vrouwenorganisaties op doortocht in België. Hoewel de Hamas-overwinning niet meteen goede perspectieven biedt voor hun positie als vrouw, tonen ze zich verontwaardigd over het feit dat de Palestijnse bevolking gestraft wordt voor zijn democratische keuze. Ze waren het er alle drie over eens dat wanhoop en de internationale inertie om een einde te maken aan de oorzaak van hun ellende, de bevolking in de armen heeft gedreven van Hamas. De internationale reactie op de Hamas-overwinning vinden ze hypocriet, want hoe kunnen Palestijnen voortaan nog komen tot een legitieme vertegenwoordiging? Het Arabische wantrouwen over de westerse pleidooien voor democratie en mensenrechten is er alleen maar door gegroeid.

De Europese ministers komen deze week opnieuw bijeen om zich te buigen over de situatie in het Midden-Oosten. Het zou goed zijn moesten ze eens goed hun oor te luisteren leggen bij de betrokken bevolking. Die hunkert naar democratie, maar ook naar rechtvaardigheid. En vooral dat laatste lijkt verbannen uit hun vocabulaire.

Ludo De Brabander
Stafmedewerker vzw Vrede

* Dit opiniestuk verscheen in verkorte versie in de krant De Morgen van 13 juni 2006

Vrede DOOR:

Deel dit artikel