Dodelijk cynisme van Belgische makelij

Verscheen in 'De Gedachte' in de krant De Morgen op woensdag 25 augustus 2010.

De Groep Herstal mag 1.600 hoogtechnologische SCAR-geweren leveren aan een Amerikaans elitekorps gelegerd  in Afghanistan, met het perspectief dat de bestelling zou uitgebreid worden tot 10.000 exemplaren goed voor een bedrag van 15 miljoen Euro. De SCAR (Special Combat Assault Rifle) is een Belgisch product gefabriceerd in een Amerikaans filiaal.

De wapens illustreren de snelle technologische ontwikkeling die de defensie-industrie de jongste jaren zo kenmerkt. Met een schootsafstand van minstens 1 kilometer aan de snelheid van het geluid, verwisselbare loop naargelang de gevechtssituatie en de mogelijkheid om er een granaatwerper op te schroeven, is de SCAR niet alleen een cynisch uithangbord van de Belgische technologische mogelijkheden, maar ook een superefficiënt dodelijk wapen. Wat het nog cynischer maakt is dat de Groep Herstal sinds 1997 voor 100 procent in handen is van de Waalse regering. Die redde het bedrijf van het faillissement in een periode dat de wereldwijde militaire uitgaven een drastische daling kenden. Dat tijdperk ligt inmiddels ver achter ons. Vorig jaar realiseerde het bedrijf een recordomzet van 610 miljoen Euro en verdubbelde het zijn winst tot 71,8 miljoen Euro. Terwijl de financiële en economische crisis overal haar tol eist, floreert de wapenindustrie als nooit te voren. Op tien jaar tijd zijn de militaire uitgaven met 50 procent gestegen tot een recordbedrag van 1.531 miljard dollar en de Groep Herstal pikt daar duidelijk een mooi graantje van mee. De les die we hieruit trekken is drieledig.

Ten eerste geldt hier het oude gezegde: de ene zijn dood is de andere zijn brood. Oorlog is big business. De afgelopen tien jaar kenden we drie grote internationale oorlogen (Kosovo, Afghanistan, Irak) die de wapenindustrie geen windeieren hebben gelegd en uit de diepe crisis van de jaren negentig hebben gehaald.

Ten tweede: de  Groep Herstal is het toonbeeld van absolute hypocrisie die de wapenhandel in het algemeen kenmerkt. Terwijl westerse overheden alles in het werk stellen om diplomatieke en militaire structuren uit te bouwen ter verdediging van elementaire waarden, mensenrechten en stabiliteit, zijn diezelfde regeringen er mee verantwoordelijk voor dat er rond de 600 miljoen lichte wapens beschikbaar zijn op de openbare en ondergrondse markten. De grootste wapenhandelaars zijn 'toevallig' de vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad – tevens kernmachten- met daarnaast landen als Duitsland, Italië en Israël. De Veiligheidsraad heeft als eerste opdracht vrede en veiligheid in de wereld te bewaren. Dat is wel een bijzonder (nogmaals) cynische manier om die opdracht te vervullen.
België, van waaruit onze regeringen zich op het internationale toneel graag laten kennen als verdedigers van de internationale mensenrechten, bevindt zich in de subtop en is een belangrijke exporteur van lichte (Wallonië) en hoogtechnologische (voor zogenaamd dubbel civiel-militair gebruik, vooral Vlaanderen) wapens.

Ten derde: de wet is 'maar' een wet. De gewesten die met de regionalisering de vergunningen moeten verstrekken voor wapenexport zijn gebonden aan de vrij strenge criteria van de Belgische wapenwet van 2003 en die van de sinds kort bindend gemaakte Europese Gedragscode uit 1998.  Vorig jaar verleende de Waalse regering een vergunning aan FN Herstal voor de levering van wapens aan Libië. De bevoegde minister Demotte was gezwicht voor de druk van het wapenbedrijf en het gevoelige argument van tewerkstelling. In het Luikse Herstal gaat het over 1.600 directe werkplaatsen. Na een klacht van de Waalse vredesbeweging (CNAPD) en de Liga voor de Mensenrechten besliste de Raad van State tot een schorsing. Een van de redenen die de Raad van State aanhaalde was dat er op zijn minst een risico bestond dat de wapens zouden worden gebruikt om fundamentele schendingen van de mensenrechten te plegen (criterium 4 uit de wapenwet). De Europese Gedragscode voor wapenuitvoer stelt dan weer dat de “lidstaten geen uitvoer van materieel toestaan waardoor gewapende conflicten worden uitgelokt of verlengd dan wel bestaande spanningen of conflicten in het land van eindbestemming verergerd” (criterium 3). Volgens criterium 4 mag een levering de regionale stabiliteit niet in gevaar brengen. Een ander criterium handelt over het respect voor het internationaal recht. Het is voor de vredesbeweging duidelijk dat de levering van de SCAR aan het VS-leger in Afghanistan niet conform deze en andere criteria is.

Wat we merken is dat de wapenwetgeving maar al te dikwijls moet wijken als er economische of politieke belangen in het geding zijn. Dat is ook in Vlaanderen zo dat elk jaar exportvergunningen aflevert voor wapens naar Israël. Als overheden zich niet houden aan hun eigen regels, hoe kunnen ze dat dan verlangen van hun burgers, bijvoorbeeld inzake het verwerven en bezitten van wapens. Inmiddels moeten we beseffen dat de SCAR, zoals elk licht wapen, in de loop der jaren geregeld van bezitter zal veranderen, met inbegrip van zij die 'we' vandaag bestrijden. Lichte wapens zorgen voor groot menselijk leed. Voormalig Secretaris-Generaal Kofi Anan sprak van 'massavernietigingswapens'. In elk geval is het ethisch en politiek niet te verantwoorden dat de overheden, die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid en het welzijn van de burger, eigenaar zijn van een fabriek die zich onledig houdt met de handel in de dood.

Ludo De Brabander

Deel dit artikel