Dood van een dissident?

Op 23 februari 2010 is de Cubaanse gevangene Orlando Zapata Tamayo overleden aan een longontsteking. Hij was fel verzwakt ten gevolge van een lange hongerstaking. De Westerse media geven de Cubaanse overheid de schuld en grijpen het feit aan om het land andermaal te veroordelen op het vlak van de mensenrechten en het gebrek aan politieke vrijheid.


Elke onnodige dood is er een te veel en president Raúl Castro heeft zijn spijt over dit gebeuren al uitgesproken. Uit de feiten is ook duidelijk dat de Cubaanse overheid alles gedaan heeft om dit te vermijden. Ze hebben er trouwens niet het minste belang bij. Om deze zaak correct te kunnen beoordelen willen we in dit artikel een aantal elementen aanreiken.

In België en in de meeste andere landen sterven er jaarlijks gedetineerden in verdachte omstandigheden, als gevolg van zelfmoord, of door ziekte. Die sterfgevallen halen nooit de wereldpers tenzij het om zeer bekende gevangenen zou gaan. In Cuba ligt dat anders. De dood van Zapata werd in de Westerse media niet alleen breed uitgesmeerd, het voorval werd ook aangewend om de Cubaanse regering zwaar onder vuur te nemen.Dat vergelijkbare feiten in de meeste landen onopgemerkt passeren, maar in Cuba wereldnieuws worden, is het gevolg van twee zaken: de zeer bijzondere geopolitieke context van het land en de berichtgeving van onze media.

 

We beginnen met de geopolitieke context. Het kleine en kwetsbare eiland leeft sinds meer dan vijftig jaar onder de dreiging van een overmachtige supermacht die het zo snel mogelijk wil onder de voet lopen. Washington weet ondertussen wel dat het de revolutie militair en van buitenaf nooit zal kleinkrijgen. Daarom probeert men de revolutie van binnenuit te verzwakken en te ondermijnen. Politieke opposanten spelen daarin de hoofdrol. Het valt echter niet mee, want de politieke oppositie in Cuba is marginaal en versplinterd en ze heeft niet de minste steun van de bevolking. De CIA doet er alles om zoveel mogelijk Cubanen te rekruteren, te organiseren en te coachen. Ze hebben daar jaarlijks miljoenen dollars voor over. Maar ondanks dat vele geld slagen ze er maar niet in om veel Cubanen te ‘bekeren’ tot politiek dissident. Dat maakt dat het agentschap niet zo kieskeurig is en tot en met kleine criminelen probeert te rekruteren. Dat was het geval met een reeks ‘dissidente’ kapers van veerboten en binnenlandse lijnvliegtuigen in 2003, en dat was het geval met Zapata. Omgekeerd weet elke crimineel op Cuba dat hij zijn statuut drastisch kan verbeteren door zich uit te geven als politiek activist. Dat betekent automatisch rugdekking van de westerse media en wie weet ook van internationale mensenrechtenorganisaties.

Zapata was een onhandelbare kleine crimineel. Sinds 1990 werd hij herhaaldelijk veroordeeld voor o.a. zwendel, exhibitionisme, slagen en verwondingen en het bezit van wapens. In 2001 werd hij gerekruteerd door gekende contrarevolutionairen zoals Oswaldo Payá Sardiñas en Marta Beatriz Roque. Dat bezorgde hem in het buitenland het statuut van politiek dissident. Amnesty International erkende hem als gewetensgevangene. A.I. doet wereldwijd keurig werk, maar heeft zich hier laten rollen. In 2004 werd Zapata veroordeeld tot drie jaar cel, maar zijn straf liep gaandeweg op tot 25 jaar omwille van agressief gedrag binnen de gevangenis en het verwonden van een cipier. Ook zijn moeder sloot zich intussen aan bij contrarevolutionaire activiteiten, waarvoor ze geld ontving vanuit de VS.

 

Een tweede punt is de berichtgeving. Toen de Sovjet-Unie in 1991 ophield te bestaan kondigde men het einde van de Koude Oorlog af. Maar t.a.v. Cuba is die blijven bestaan. De mediaoorlog is daar een essentieel onderdeel van. De berichtgeving over het eiland in de westerse media is dan ook meestal – gelukkig zijn daar ook uitzonderingen - zeer selectief en tendentieus. Als er in Cuba iemand omwille van politieke redenen opgepakt wordt, dan is het steevast wereldnieuws. Als er in Colombia een vakbondsleider of journalist vermoord wordt – en we spreken hier van tientallen gevallen per jaar – dan horen we daar zo goed als niets van.

In het geval van Zapata verzwijgen de westerse media bovendien essentiële informatie. Om te beginnen wordt nergens vermeld dat hij een veroordeeld crimineel is. Ook kom je niets te weten over de redenen van zijn hongerstaking. Men suggereert dat zijn motieven van politieke aard zijn. In de feiten wou hij met zijn actie een persoonlijke telefoon afdwingen en het recht om voor zichzelf te mogen koken... In de media hoorde je nergens dat hij gestopt was met zijn hongerstaking en dat hij zich de laatste dagen liet voeden. Nergens wordt melding gemaakt dat hij in een van de beste ziekenhuizen van Havana, het Hospitaal Hermanos Amejeiras, verpleegd werd - dus niet in de ziekenboeg van een gevangenis - en dat hij er de beste zorgen kreeg toegediend, wat zelfs zijn moeder erkent. Ook lees je niet dat hij vorig jaar nog geopereerd werd van een hersentumor wat hem het leven redde. De Cubaanse regering had het zich m.a.w. gemakkelijker kunnen maken.

 

Al deze zaken werpen een heel ander licht op dit jammerlijk overlijden. Ze zeggen iets over de rechten van Cubaanse gevangenen, namelijk dat zelfs de meest weerbarstige gedetineerden de beste zorgen worden toegediend. Ze leren ons in welke moeilijke politieke context het eiland zich moet handhaven en welke druk het constant moet ondergaan. Ze zeggen heel veel over de rol van een aantal media in het Westen en de poging om van een tweederangs crimineel een martelaar te maken van de zogenaamde politieke dissidentie. “Vooraleer hij martelaar en symbool werd van de Cubaanse dissidentie, was Orlando Zapata Tamayo een onbekende oppositievoerder, die zich niet uitsprak en met weinig gewicht.” Zo luidt de startzin van een artikel in El País. We moeten ons dan ook de vraag durven stellen wie belang heeft bij zijn dood en waarom die geen stappen ondernomen hebben om zijn leven te redden.

intal DOOR:

Deel dit artikel