Doodlopende hulp?

Het boek ‘Doodlopende Hulp’ van Dambisa Moyo is pas in het Nederlands verschenen. De Zambiaanse economiste roept op om ontwikkelingshulp af te schaffen. Hulp doet meer kwaad dan goed, vindt ze. Let wel, ze heeft het niet over ngo’s zoals Broederlijk Delen, noch over noodhulp bij humanitaire rampen. Met ‘hulp’ doelt Moyo op directe budgetsteun aan overheden: het geld dat westerse landen rechtstreeks aan ontwikkelingslanden geven (bilaterale hulp) of dat via instellingen als de Wereldbank bij overheden in het Zuiden terecht komt (multilaterale hulp). Het goede werk van ngo’s geeft de indruk dat alle hulp goed is, schrijft Moyo, maar dat is niet zo voor de miljoenen euro’s die jaarlijks rechtstreeks naar overheden van ontwikkelingslanden vloeien. In vergelijking met die miljoenen aan regeringshulp zijn ngo-steun en noodhulp volgens haar ‘klein bier’.

Wie is Dambisa Moyo?
Dambisa Moyo is opgegroeid in Zambia en later naar de VS vertrokken om te studeren. Daar kwam ze via de Wereldbank in Harvard terecht. Nadat ze in Oxford haar doctoraat in de economie behaalde, werkte ze acht jaar voor de prestigieuze bank Goldman Sachs.

Waarom schrijft ze een boek over hulp?
Voor Moyo is het vinden van een duurzame oplossing voor Afrika’s problemen een persoonlijke zoektocht. Tijdens haar studies en professionele carrière brak ze haar hoofd over de vraag waarom haar continent gefaald had, terwijl andere regio’s economische welvaart bereiken. Moyo wil families helpen die dagelijks met deze economische mislukking geconfronteerd worden, en roept op tot een radicaal andere aanpak.

Wat bedoelt ze met ‘doodlopende hulp’?
Hulp helpt niet, volgens Moyo. Meer zelfs: hulp ligt mede aan de basis van armoede in Afrika. ‘Hulp was en is een politieke, economische en humanitaire ramp voor de meeste ontwikkelingslanden’, schrijft ze. Waarom? De leningen en giften die overheden in ontwikkelingslanden krijgen, bevorderen corruptie en conflicten, en remmen het vrij ondernemerschap af. Hulp maakt landen afhankelijk van anderen. Ze verliezen hun vermogen om zelf de touwtjes in handen te nemen en op onafhankelijke wijze vooruit te denken. Talentvolle en ambitieuze personen emigreren om te ontsnappen aan de verstikkende bureaucratie. Overheden leggen verantwoording af aan de donoren maar niet aan hun eigen burgers. Zo krijgen participatie en democratie geen eerlijke kans. Hulp en liefdadigheid kunnen lokale investeringen ondermijnen: door gratis muskietennetten uit te delen gaan lokale bedrijfjes die netten produceren failliet.

Deelt Broederlijk Delen haar analyse?
In haar boek stelt Moyo een aantal pertinente vragen die ons uitdagen na te denken over de wijze waarop hulp tot stand komt. In haar druk geciteerde publieke uitspraken geeft zij vaak niet heel duidelijk aan dat haar kritiek gericht is op overheidssteun. Zo ontstaat de indruk dat Moyo alle vormen van hulp op een grote hoop gooit en in zijn geheel afwijst hoewel dat niet echt haar bedoeling is.

Soms slaat Moyo de spijker op de kop. Directe steun aan overheden leidt inderdaad vaak tot corruptie en spoort weinig aan tot een daadkrachtig en innovatief beleid. Hulpafhankelijkheid heeft ernstige bijwerkingen. Maar hulp heeft ook positieve resultaten, en die noemt Moyo niet: in vergelijking met twintig jaar geleden sterven er minder kinderen, kunnen meer mensen lezen en schrijven, gaan meer kinderen en vooral meer meisjes naar school, kunnen miljoenen armen via kleine leningen aan investeringskapitaal geraken,  beschikken talloze mensen die aan aids lijden nu over antivirale geneesmiddelen, hebben veel mensen nu toegang tot drinkbaar water, enzovoort.

Moyo haalt vaak oorzaak en gevolg door elkaar, en haar stellingen zijn soms weinig onderbouwd. Zo stelt ze dat de afwezigheid van hulp op natuurlijke wijze tot goed bestuur leidt. Het feit dat armoede blijft bestaan is niet noodzakelijk het gevolg van het feit dat hulp bestaat, zoals Moyo beweert, maar eerder een gevolg van de manier waarop hulp wordt verstrekt. Wat we daarom wel van Moyo’s analyse onthouden is dat te weinig overheidssteun goed gebruikt wordt, en dat misbruiken zo goed als nooit afgestraft worden: corrupte overheden blijven hulp krijgen, ook al is dat vaak om humanitaire redenen. We moeten dus naar betere en meer efficiënte hulp, niet naar een drastische afschaffing.

Welke oplossingen stelt Moyo voor?
Afrika is verslaafd aan hulp, en moet ervan af. Moyo is voorstander van een harde aanpak: liever een dictator die de nodige hervormingen doorvoert om de economie te doen groeien, dan een meerpartijendemocratie zonder daadkracht. Ze wil een schoktherapie: over een periode van vijf à tien jaar de kraan dichtdraaien en geen hulp meer geven. In de plaats daarvan wil ze dat overheden staatsleningen aangaan op privémarkten, die slecht bestuur wel afstraffen. Directe buitenlandse investeringen, vrijhandel en meer export moeten voor economische groei zorgen. Daarnaast breekt Moyo een lans voor het geven van microkredieten, kleine leningen voor de armen, naar het voorbeeld van de Grameen Bank in Bangladesh. Zij pleit ervoor dat Afrikaanse landen zich zowel qua handel als qua buitenlandse investeringen in de eigen economie vooral zouden richten op de nieuwe grootmachten India en in het bijzonder China. Tenslotte ridiculiseert zij de inmenging van mediafiguren als Bono in het publieke debat over ontwikkelingssamenwerking. Wij verwachten toch ook niet dat Koen Wouters de bankencrisis gaat oplossen?

Is Broederlijk Delen het eens met haar oplossingen?

  1. Dambisa Moyo bekijkt ontwikkeling door een neoliberale bril en gaat ervan uit dat economische groei vanzelf leidt naar meer welvaart en welzijn voor de hele bevolking. In de werkelijkheid creëren liberalisering en een eenzijdige nadruk op economische groei in de meeste ontwikkelingslanden een grotere ongelijkheid en dus meer armoede. Dit komt omdat overheden in eerste instantie toch mikken op economische groei in en om de stedelijke centra. Dit gaat in vele landen ten koste van de arme bevolking op het platteland. Broederlijk Delen ondersteunt juist die groepen en gemeenschappen op het platteland om hun plannen uit te voeren en hun levensomstandigheden te verbeteren.
  2. Moyo pleit voor privé-investeringen en vrijhandel, maar van de winsten komt weinig of niets bij de lokale bevolking terecht, juist door de zwakke en vaak corrupte overheden en het gebrek aan regels. Sociale en ecologische normen worden al te vaak met de voeten getreden. Daarom pleit Broederlijk Delen ervoor dat de opbrengsten van mijnbouw en andere primaire industrieën in eerste instantie de lokale bevolking ten goede komen
  3. Wat vrijhandel betreft, haalt Moyo even aan dat Afrika in concurrentie met het Westen meestal aan het kortste einde trekt. Dat denkt Broederlijk Delen ook: voor ons is de ontwikkeling van lokale markten en regionale handel belangrijker dan productie voor export naar het Westen. We verdedigen het recht van ontwikkelingslanden om hun lokale markt af te schermen en we pleiten voor een afbouw van marktverstorende subsidies in Europa. De kansen en mogelijkheden van handel met nieuwe grootmachten als India en China zouden wel eens minder rooskleurig kunnen zijn dan Moyo aangeeft. De recente ervaring van de mijnbouwsector in Katanga waar Chinese investeerders bij het losbarsten van de economische crisis halsoverkop hun investeringen afbouwden, geeft aan dat bij deze nieuwe grootmachten het eigenbelang toch gaat primeren.
  4. Moyo schetst een glamourrijk beeld van de opportuniteiten die internationale financiële mechanismen kunnen bieden aan arme Afrikaanse landen. Immers ook al voor de bankcrisis waren de resultaten van de internationale banking in Afrika op zijn zachts belabberd te noemen. Bovendien heeft de crisis roet in het eten van Moyo gegooid. Welke bank is in de huidige context nog bereid staatsaandelen van pakweg Liberia aan te kopen? Niet voor niets hebben landen als Kenya en Zuid-Afrika onlangs aangekondigde emissies van staatsleningen op de internationale markt afgezegd.
    Op lange termijn zijn een sterk maatschappelijk middenveld en politiek bewust burgerschap de ruggengraat van duurzame ontwikkeling, schrijft Moyo nog. En dat is juist waar Broederlijk Delen op inzet: het opbouwen van de samenleving in rurale streken door lokale organisaties te versterken.

Het boek ‘Doodlopende hulp’ werd zopas in het Nederlands gepubliceerd door uitgeverij Contact en is vanaf nu in de boekhandel te koop voor 22,95 euro.

Op 18 september 2009 komt  Dambisa Moyo naar Gent.
Om 20u geeft ze er een MO*-lezing over de vraag ‘Is ontwikkelingshulp verantwoordelijk voor de armoede in Afrika? 
Plaats: Vooruit, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 in Gent. Meer info.

 

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel