Duizenden politiek gevangenen en een handvol moordenaars

Vandaag, 18 oktober, zou Hamas Israëlisch soldaat Shalit moeten vrijlaten, in ruil voor de vrijlating van 477 Palestijnse gevangenen. Over twee maanden laat Israël nog 550 Palestijnen vrij. Deze deal is een doorbraak, die bewijst dat Israël en Hamas met elkaar kunnen praten en beide zijden moet aanzetten tot een meer humane politiek. Toch lokt de ruil controverse uit, omdat er ook Palestijnen worden vrijgelaten met bloed aan hun handen. Logischerwijs is er in Israël angst over de veiligheidsrisico's.

Het lot van Gilad Shalit beroerde de Israëlische maatschappij omdat legerdienst verplicht is en elke burger zich met hem kan identificeren. Israël ziet zich moreel verplicht, soldaten terug te halen, zelfs als er daarbij mensen sneuvelen of de prijs hoog is. Oorspronkelijk weigerde de regering te onderhandelen en ondernam ze unilaterale pogingen voor zijn vrijlating. Zo was dit één van de redenen voor de Gaza-oorlog in 2008. Een oorlog lanceren om een gevangene is uiteraard niet legitiem.

De regering had wel op één punt gelijk: de vrijlating had onvoorwaardelijk moeten zijn. Shalit was immers geen krijgsgevangene maar een gijzelaar van Palestijnse gewapende groeperingen. Hij werd gedetineerd om later als 'bargaining chip' te gebruiken. Volgens het internationaal recht is een gijzelneming illegaal. Israël koos toch voor een ruil. Zowel Hamas als de Israëlische regering slaan hier politiek munt uit. Hamas versterkt zijn positie tegenover Fatah en Israël brengt Gilad Shalit terug thuis.

Een optimistische lezing van de deal voorspelt kansen voor een humaner beleid tegenover Gaza. Onze Israëlische partner Gisha meent dat de regering geen excuus meer heeft om het afsluitingsbeleid in stand te houden. Israël moet de grenzen openstellen en een onderscheid maken tussen burgers en zij die de veiligheid van Israël bedreigen. Een pessimistische lezing voorspelt dat de vrijlating van gevangenen die betrokken waren bij terreurdaden, Israëls veiligheid juist in het gedrang brengt. Een aantal familieleden van slachtoffers van terreur stapten naar het Israëlisch Hooggerechtshof om de ruil ongedaan te maken.

Dit moeilijke debat over veiligheid toont aan dat het essentieel is, het onderscheid te maken tussen politieke gevangenen en oorlogsmisdadigers. De eerste categorie bestaat uit mensen die opgesloten zijn omwille van hun politieke opvattingen of activiteiten en niet betrokken zijn bij misdaden tegen burgers. De tweede categorie gebruikte bewust geweld tegen burgers, in strijd met het internationaal humanitair recht. De meerderheid van de 6000 Palestijnse gevangenen zijn politieke gevangenen die Israël onrechtmatig vasthoudt, vaak zonder een (eerlijk) proces. Zij die vastzitten omwille van schendingen van het oorlogsrecht, moeten echter rekenschap afleggen voor hun misdaden. Het is jammer dat er nu ook mensen worden vrijgelaten die aanvallen tegen burgers pleegden. Dit versterkt het klimaat van straffeloosheid aan beide kanten.

Zowel Israël als de Palestijnse gewapende groeperingen moeten het internationaal recht respecteren. Ze moeten ook ophouden gevangenen als pasmunt te beschouwen. Anders valt het niet uit te sluiten dat er nog soldaten worden gegijzeld. Israëlisch journalist Dimi Reider pleit ervoor, schendingen van het internationaal recht op te nemen bij vredesonderhandelingen en een soort van commissie van waarheid en verzoening in te stellen. Vrede en gerechtigheid zijn immers onlosmakelijk verbonden.

Lees ook: Factbox over gevangenen
Brigitte Herremans
, medewerker Midden-Oosten, Broederlijk Delen-Pax Christi Vlaanderen. Dit stuk verscheen als opiniestuk in De Morgen 18/10/2011.

 

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel