Ebola is geen tsunami, Haïti of Haiyan

ebola sierra leone

[Foto: © EU Humanitarian Aid and Civil Protection via Flickr]

De uitbraak van Ebola is niet nieuw. Eind 2013 stak de ziekte al de kop op. Maar geen mens die er zich iets van aantrok. Tot het eerste slachtoffer in de Verenigde Staten. Stemt tot nadenken. Malaria doodt jaarlijk 665.000 mensen, schieten we pas in actie als de ziekte ook ons bedreigt? Maar niet alleen dat. Ook het beeld dat al te vaak wordt opgehangen van ontwikkelingslanden en de vernauwing naar "hulp geven om ebola de wereld uit te halen", strookt niet helemaal met de werkelijkheid.

Ten eerste is er iets grondig fout met de beeldvorming die rond deze crisis hangt. De ziekte zou voortkomen uit het eten van vleermuizen, de snelle verspreiding heeft te maken met ouderwetse culturele gebruiken, gebrekkige hygiene, Afrikanen die hun familieleden wegmoffelen voor hulpverleners, enzovoort. Het beeld van de domme onhygiënische - en bovenal de hulpeloze - Afrikaan is nooit ver weg. Dat beeld klopt niet per se met de realiteit: In de Democratische Republiek Congo slaagden ze erin ebola in te dijken. Dat was mogelijk door te leren uit ervaringen bij vorige ebola-uitbraken binnen Congo en daarover plannen uit te werken.

"Het complete gebrek aan gezondheidsinfrastructuur en bij uitbreiding overheidsstructuur, ligt aan de basis van deze crisis."
Bogdan Vanden Berghe, directeur 11.11.11

Plannen die nu effectief en snel in werking zijn getreden. Ook een goede en duidelijke communicatie bleek essentieel. Rode draad: een sterke sturing vanuit de overheid. En dat laatste is cruciaal. Want - en dáár knelt het schoentje - vele overheden in ontwikkelingslanden slagen er onvoldoende in om de rechten van hun burgers te garanderen (en recht op gezondheidszorg is een fundamenteel recht). Een goed beleid, inclusief een goede gezondheidszorg zou al wat levens gespaard hebben. Dus in plaats van de beeldvorming van domme hulpeloze Afrikanen te voeden, moet naar structurele oorzaken gekeken worden.

Crisis

Ten tweede wordt ebola geframed als een crisis. Een crisis waar ontwikkelingslanden het hoofd niet aan kunnen bieden. Maar de ebolacrisis is geen crisis als een tsunami, Haïti of Haiyan.

Het verschil tussen grote natuurrampen enerzijds en ebola anderzijds, is dat die eerste het gevolg waren van een desastreuze natuurramp, de tweede van menselijke beslissingen. Bovendien had deze crisis perfect vermeden kunnen worden. Het complete gebrek aan gezondheidsinfrastructuur en bij uitbreiding overheidsstructuur, ligt aan de basis van deze crisis. In een land als Liberia waren er, voordat de crisis uitbrak, slechts 55 dokters voor 4,5 miljoen inwoners.

Liberia en Sierra Leona zijn bovendien landen die uit een jarenlange conflictsituatie komen en waar corruptie schering en inslag was. En hoewel er verbetering te merken is in deze landen, is het vertrouwen in het overheidsapparaat is nog steeds ver weg. Een veelzeggende voorbeeld: Michael Sata, de president van Zambia, is overleden in een ziekenhuis in Londen. Als zelfs de eigen leiders hun lichaam niet toevertrouwen aan het lokale gezondheidssysteem, waarom zouden de inwoners het systeem nog vertrouwen?

Laten we duidelijk zijn: er is nu ondersteuning nodig om het probleem in te dijken. De verdienste van noodhulporganisatie Artsen Zonder Grenzen op dit moment is gigantisch en noodzakelijk. Maar er moet ook dieper gegraven worden. Ebola is geen verhaal zoals dat van een natuurramp dat het structurele verhaal van onderontwikkeling nogal gemakkelijk kan doen vergeten. De steun die nu wordt geleverd mag het geloof in en kwaliteit van bestaande systemen in deze landen zelf niet ondermijnen. Het moet zo opgezet worden dat het versterkend is voor de toekomst.

Het is cruciaal dat de kennis die er nu is over ebola niet in externe handen blijft. Dat het geen verhaal wordt over 'onze' kennis, 'onze' gezondheidswerkers en 'onze' medicijnen. Dat is onhoudbaar en bovenal onwenselijk.

Het is cruciaal dat er ook toekomstgericht gewerkt wordt. Dit betekent dat de hulp die nu gegeven wordt ook maximaal lokaal ingebed is waar mogelijk, gericht is op kennisoverdracht zodat die na het vertrek van de externe actoren niet verloren gaat, enzovoort. Als dat nu te moeilijk is, moeten we er zeker op korte termijn aan werken. Na het geven van 'noodhulp' en hopelijk snelle indijking: ebola niet vergeten en overheden ondersteunen in hun denken over hoe het in de toekomst te vermijden, zodat vertrouwen van burgers kan groeien.

Ontwikkelingssamenwerking is méér dan louter hulp geven. Er is hulp nodig om de eerste noden te kunnen opvangen. Maar daarnaast moet ontwikkelingssamenwerking gericht zijn op het versterken van overheden en middenveldsactoren om op termijn de rechten van hun burgers maximaal te kunnen garanderen. Op een manier dat de burgers er vertrouwen in hebben (dus niet afhandelijk zijn van 'westerse' systemen).

Het gaat over een dialoog aangaan met een partnerland, waarbij geïnvesteerd wordt in het kunnen garanderen van rechten van mensen door de overheden en instanties zelf. Dit vraagt ook een krachtig en mondig middenveld dat die rechten afdwingt van haar overheid, zodat die niet blijft rekenen op hulp van buitenaf.

Bodgan Vanden Berghe
directeur 11.11.11

11.11.11 DOOR:

 

Deze opinie verscheen in De Morgen op 30 oktober 2014

Deel dit artikel