Een jaar na aanval op internationale Gaza-vloot heerst straffeloosheid

Op 31 mei is het een jaar geleden dat Israël een humanitaire vloot, die op weg was naar Gaza met 700 opvarenden en hulpgoederen aan boord, op een gewelddadige manier enterde. Daarbij vonden 9 activisten de dood en raakten 50 anderen gewond. Daags na het incident gaf Michael Oren, de Israëlische ambassadeur in de VS, in een interview met Fox News de officiële versie van zijn regering weer. Hij beweerde dat de Israëlische operatie "perfect legaal, perfect humaan en geheel verantwoord" was uitgevoerd.

In een vlaag van dramatische overdrijving maakte hij de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog toen de "VS onder gelijkaardig internationaal recht vochten tegen de Duitsers en de Japanners".

De internationale verontwaardiging was evenwel groot. De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties gaf een commissie onder leiding van Karl Hudson-Phillips de opdracht om de ware toedracht te achterhalen en mogelijke inbreuken op het internationaal recht te onderzoeken.

Het daaropvolgende 56 pagina's tellende rapport kreeg weinig politieke aandacht en opvolging. Nochtans was het niet mals voor het Israëlisch optreden dat "disproportioneel en excessief" geweld hanteerde. In tegenstelling tot de Israëlische beweringen, waren de activisten op een paar katapulten na niet gewapend.

Slechts een "hele kleine groep" van de opvaren van de Turkse boot Mavi Marmara zocht zijn toevlucht tot stukken hout en ander materiaal dat ze op dek vonden om zich tegen de soldaten die uit helikopters afdaalden te verdedigen. De Israëlische soldaten daarentegen "gebruikten echte munitie" en "zes van de overledenen waren het slachtoffer van standrechtelijke executies, van wie twee geraakt werden nadat ze zwaargewond waren en zichzelf niet konden verdedigen."

Het Israëlische leger beging "ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht." De aanwijzingen waren voldoende duidelijk, zo concludeerde de onderzoekscommissie, om de vervolging in te stellen voor "misdrijven zoals opzettelijke levensberoving, foltering of onmenselijke behandeling en het moedwillig veroorzaken van hevig lijden of ernstig letsel aan lichaam of gezondheid".

Israël weigerde aan het onderzoek mee te werken, zoals dat ook het geval was bij de Gaza-oorlog 'Gegoten Lood'.

Hoewel het om zware beschuldigingen gaat, lijkt het er op dat de hele zaak zonder gevolg zal blijven. Zoals gewoonlijk neemt de VS haar belangrijkste bondgenoot in bescherming. Bijna een jaar na het incident, vier jaar na het embargo en honderden oorlogsdoden in Gaza later kan de Israëlische premier bovendien rekenen op een enthousiaste ontvangst in het Amerikaans Congres. Hoewel hij president Obama in zijn hemd zette door duidelijk te maken dat er geen sprake kan zijn van een terugkeer naar de grenzen van de bestandslijn uit 1967 voor de afbakening van de Palestijnse staat, kreeg hij talrijke staande ovaties van de Congresleden.

De Israëlische regering pareert de kritiek steevast met dezelfde klassieke argumenten en verklaringen dat ze extra geviseerd wordt door de internationale gemeenschap. Maar het is veeleer zo dat geen enkel ander land op zo'n grote immuniteit kan rekenen voor opeenvolgende zware schendingen van het internationaal recht.

In de VN-veiligheidsraad kan het rekenen op een systematische veto van de VS in de VN-Veiligheidsraad tegen elke kritiek of veroordeling.

Het embargo tegen de Gazastrook is binnen de Verenigde Naties verschillende keren omschreven als een vorm van collectieve bestraffing en een misdaad tegen de menselijkheid. Ook de Europese Unie heeft de blokkade bij diverse gelegenheden veroordeeld en zelfs de VS, de belangrijkste Israëlische bondgenoot, stelde vorig jaar bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton dat de situatie in de Gazastrook ondraaglijk en onaanvaardbaar is geworden.

Maar deze standpunten worden niet gevolgd door duidelijke internationale diplomatieke initiatieven. De activisten van de internationale vloot wilden dan ook niet alleen de noodzakelijk humanitaire hulp bieden, maar vooral een duidelijk politiek statement maken. Daarbij viseerden ze zowel de Israëlische blokkade als het internationale verzuim om maatregelen te nemen die er een einde aan moeten maken.

Eind juni vertrekt er een nieuwe, nog grotere internationale vloot van zeker 12 boten met delegaties uit minstens 24 landen. Hoewel het ook deze keer om een nieuwe geweldloze directe actie gaat, dreigt de Israëlische regering opnieuw met geweld.

In de Israëlische pers zijn berichten verschenen dat het leger voorbereidingen treft voor een 'commandoraid'. Israël trekt duidelijk alle registers open en gebruikt zijn volle diplomatiek en lobbygewicht bij de regeringen van de deelnemende landen om hen ervan te overtuigen het uitvaren van de schepen in hun havens te verhinderen.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken reageerde hard tegen deze Israëlische intimidatiepogingen en haalde uit naar Israël dat de vloot als een probleem voorstelt, terwijl de bron van het probleem het embargo tegen Gaza is.

De aanval op de Mavi Marmara kostte aan 8 Turken het leven en heeft de relaties tussen beide landen behoorlijk verziekt. De Israëlische premier die zijn land graag het enige democratische land in de regio noemt, kreeg een niet mis te verstane sneer: "Wij, als Turkije en als democratisch land, zoals in elk ander democratisch land, geloven niet dat we over het recht beschikken om de activiteiten van de civiele gemeenschap te bannen." De Turkse minister stelde dat Israël in internationale wateren het internationaal recht moet respecteren.

In tal van landen, inclusief België waar het samenwerkingsverband Belgium to Gaza de nodige fondsen heeft verzameld voor een delegatie op het deelnemende schip dat Tahrir ('vrijheid') is gedoopt, vragen de activisten aan hun regeringen om ze tegen een mogelijke nieuwe agressie in bescherming te nemen.

Hopelijk nemen ze dit signaal wat ernstiger zodat er niet opnieuw vreedzame burgers de dood worden ingejaagd. Het is hoog tijd dat de Europese Unie vanonder de vleugels van de VS kruipt en haar verantwoordelijkheid neemt om een einde te maken aan de middeleeuwse belegering van Gaza, de bezetting en kolonisatie van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever en de mensenrechtenschendingen.

Ludo De Brabander

(Lees hier het persbericht over de tweede internationale vloot naar Gaza eind juni)

 


Vrede DOOR:

Deel dit artikel