Eén jaar na ‘Gegoten lood’: Europa berust in Israëls straffeloosheid

De Europese Unie en haar 27 lidstaten onderhouden een nauwe band met Israël. Daarnaast zijn ze de belangrijkste donor van de Palestijnen. Bijgevolg heeft de EU een grote verantwoordelijkheid om het respect voor de mensenrechten en het internationaal humanitair recht te verzekeren.

Vorig jaar voerde Israël een militair offensief tegen de Gazastrook. In het zogenaamde Goldstone-rapport kwam de fact finding missie van de Verenigde Naties tot het besluit dat zowel Israël als de Palestijnse gewapende groeperingen oorlogsmisdaden pleegden. Tot op heden moest echter niemand rekenschap afleggen voor de begane schendingen van het internationaal recht. Israël en de Palestijnen startten evenmin geloofwaardige en onafhankelijke onderzoeken op. Ook Europa ontbrak het aan de politieke wil om de partijen hiertoe aan te sporen.

Israëlische militaire instanties onderzochten al aantijgingen van ngo’s over oorlogsmisdaden van het leger. Deels als reactie op de uitgebreide negatieve berichtgeving in de pers over ernstige mensenrechtenschendingen, deels enige externe drukfactoren, werden enkele onderzoeken opgestart. Deze onderzoeken worden echter geleid door militairen en beantwoorden niet aan standaarden als snelheid, efficiëntie, onafhankelijkheid en transparantie. De huidige onderzoeken richten zich ook niet op het beleid maar selecteren geïsoleerde incidenten door individuele soldaten.

Tot op heden steunde de Europese Unie nog geen enkel onafhankelijk onderzoek naar de schendingen. Dit in tegenstelling tot haar actieve steun aan dergelijke onderzoeken bij andere recente conflicten zoals in Georgië of Sri Lanka. Europa lijkt geen interesse te hebben in het zoeken naar rekenschap voor schendingen van het internationaal humanitair recht door Israël en de Palestijnse gewapende groeperingen.

De Europese Unie slaagde er ook niet in de aanbevelingen van het Goldstone-rapport te steunen bij de Verenigde Naties. Europa verklaarde positieve druk op beide partijen om interne en onpartijdige onderzoeken op te zetten, veruit te verkiezen boven internationale juridische mechanismen. In de praktijk ondernam de EU echter geen enkele concrete actie om beide partijen effectief tot deze onderzoeken aan te sporen. Integendeel, verschillende lidstaten beschouwen het Goldstone-rapport als een obstakel voor het ‘vredesproces’.

In maart 2009 beloofden de Europese Unie en de internationale gemeenschap 4,5 miljard dollar financiële hulp voor de heropbouw van de Gazastrook. Die hulp ging niet gepaard met druk op Israël om zijn verplichtingen onder het internationaal recht te erkennen en tevens te vervullen. Hierdoor ontlast de Europese Unie Israël van zijn verantwoordelijkheden als bezettende macht. Meer nog, de aanhoudende blokkade van de Gazastrook verhindert de hulpverlening aan diegenen die de hulp het hardst nodig hebben. De Unie deinsde er ook voor terug om Israël compensatie te vragen voor de EU-projecten die vernield werden tijdens het militaire offensief in de Gazastrook. De Verenigde Naties deden dit wel. Zij kondigden een tijd geleden aan dat Israël 10,5 miljoen dollar uitbetaalde voor de schade die het tijdens de oorlog aanrichtte aan VN-gebouwen in Gaza. De Unie vroeg ook geen garantie van Israël dat het in de toekomst geen van haar projecten zal vernielen of beschadigen. In de praktijk berust Europa in Israëls beleid van collectieve bestraffing en de blokkade van de Gazastrook.

Tot slot, slaagde Europa er niet in zijn woorden aan daden te koppelen. In juni 2009 nam de Raad voor Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen de beslissing om de upgrade van de relaties met Israël op te schorten. In werkelijkheid versterkt het de economische, technische en handelsrelaties met Israël in verschillende sectoren. Met deze aanpak van ‘business as usual’’ zendt de EU Israël een signaal dat ze instemt met zijn beleid of er tenminste geen bezwaar tegen heeft.

Sinds de Oslo-akkoorden van de jaren negentig, heeft de Unie posities ingenomen die al te vaak mensenrechten en het internationaal humanitair recht opofferen om het onbestaande ‘vredesproces’ vooruit te helpen. Europa moet mensenrechten een centrale plaats geven in zijn beleid. Het moet aan alle partijen rekenschap vragen voor de schendingen van het oorlogsrecht. Het zou een hele stap vooruit zijn mochten de Europese lidstaten de aanbevelingen van het Goldstone-rapport in de Algemene Vergadering van de VN steunen.


Brigitte Herremans, Broederlijk Delen; Kamel Jendoubi, Euro-Mediterranean Network for Human Rights (EMHRN); Maysa Zorob, Al-Haq; Rina Rosenberg, Adalah; Hamdi Shaqqura, Palestinian Center for Human Rights; Louis Frankenthaler, Public Committee Against Torture in Israel (PCATI); Mahmoud Abu Rahma, Al Mezan Center for Human Rights; Maria Encinas, ACSUR-Las Segovias; Stefan Luetgenau, Bruno Kreisky Foundation for Human Rights; Muhamed Zeidan, Arab Assocation for Human Rights (HRA); David Bondia Garcia, Federation of Assocations for the Defence and Promotion of Human Rights.

 

Deel dit artikel