Een pleidooi voor banken op wereldvoedseldag

Helaas, er valt weinig goed nieuws te melden op wereldvoedseldag. De armsten van onze wereld betaalden het voorbije jaar een zware prijs voor de voedselcrisis. De groep dagelijkse hongerigen steeg naar 925 miljoen mensen en nu moeten ze ook de financiële crisis ondergaan. Een crisis die door kersvers Nobelprijswinnaar Paul Krugman vergeleken wordt met die in de jaren '30. Deze vergelijking snijdt hout, zeker als je weet dat ook toen een voedsel- en landbouwcrisis de prelude vormde van de financiële crisis. Klinkt bekend?


In de twintiger jaren stortten de prijzen van landbouwproducten in de Verenigde Staten in elkaar als gevolg van overproductie. De consequenties voor de sector waren catastrofaal en het platteland verpauperde in sneltreinvaart. In 1929 ondergingen ook de steden de gevolgen van een crisis, zij het die van een financiële crisis. Een crisis ontstaan door de blinde risico's die beleggers en bankiers namen onder narcose van winstbejag.

Redding door regulering

Deugdelijke regulering vormde destijds een antwoord voor beide crisissen. In de financiële sector betekende de Glass-Steagall Act het opsplitsen van deposito- en zakenbanken en het oprichten van een slagkrachtige regulator.

Voor de landbouwsector werd de Soil Conservation and Domestic Allotment Act goedgekeurd, die de overheid toeliet boeren te betalen om grond braak te laten liggen. Zo werd het aanbod beheerst, maar evengoed behoedde het de gronden voor erosie en onvruchtbaarheid.

Terug naar af

Sinds de jaren '80 werd die regulering stelselmatig afgebouwd, veeleer uit dogmatische dan uit wetenschappelijke overwegingen. In de financiële sector werd het onderscheid tussen depositobanken en investeringsbanken weer opgeborgen, controle-organen van de overheid worstelden voor hun overleven. Er werd gegoocheld met leningen en speculatieve kapitaalstromen golfden over de wildwaterbaan van de globaliserende financiële markten. Lange termijn overwegingen waren ouderwets, drama's zoals de Aziatische financiële crisis en de daaropvolgende Latijns-Amerikaanse crisis werden afgedaan als accidents de parcours.

In de landbouwsector werden in eenzelfde roes de grenzen opengegooid en regels afgeschaft. Mechanismen om het aanbod te beheersen gingen overboord, voedselvoorraden aanhouden werd illegaal. Vrijhandel zou toch automatisch tot meer welvaart leiden? Vooral voor het Afrikaans platteland waren de gevolgen catastrofaal. Afrika degenereerde van landbouwproducent tot netto-importeur.

Resultaat? De internationale landbouwmarkten worden vandaag beheerst door een selecte club traders in functie van enkele grote concerns. Er wordt gesjacherd en gespeculeerd met een mensenrecht, want dat is voedsel nog altijd. De prijzen van landbouwproducten waren de voorbije jaren volatieler dan ooit, waardoor miljoenen boeren en boerinnen, in Noord en Zuid, dag in dag uit de schrik meedragen dat ze morgen misschien geen inkomen meer hebben en hun investeringen vergeefs waren. Adam Smith, de uitvinder van de onzichtbare hand, wees er al op dat de vrije markt niet automatisch leidt tot wat het beste is voor de gemeenschap.

En toen kwam de crisis

Maar we bleven draaien, dus niks aan de hand, toch? Tot we dit jaar in een voedselcrisis terecht kwamen. Geen crisis van overschot, zoals in de jaren '20, maar een crisis door krapte. Mislukte oogsten, financiële speculatie, bio-brandstoffen en nieuwe opkomende markten zoals China en India werden aangewezen als oorzaak. Maar uiteindelijk is de voedselcrisis het logische gevolg van een uit de hand gelopen cowboykapitalisme en daarbovenop twintig jaar verwaarlozing van de landbouw.

De situatie is ernstig, evenwel niet hopeloos

Een antwoord op de voedselcrisis wordt gegeven door het IAASTD. Een internationaal panel van 400 wetenschappers, bijeengeroepen door de VN, de Wereldbank en het IMF. De evidentie die ze verzamelde was verpletterend, hun conclusies in tegenspraak met het beleid van zovele jaren: investeer in duurzame landbouw, ondersteun (en bescherm) kleinschalige boeren, richt het landbouwonderzoek op lokale behoeften en zorg voor goed gereguleerde lokale markten.

Dát is nodig om de wereld te voeden, om de schrijnende armoede aan te pakken en tegelijk de planeet voor een ecologische catastrofe te behoeden.

Duurzaam bankieren, duurzaam boeren

Vandaag klinkt zelfs uit de bankensector de roep om krachtdadige regulering steeds luider. Terecht, want een vrije markt werkt niet zonder. Misschien moeten onze banken zich net als de landbouw weer meer richten op de lokale en regionale markten. Op de behoeften van echte mensen, hun klanten. Zich minder inlaten met financiële halsbrekers waar niemand van weet waar ze precies zitten omdat ze irreëel zijn.

Banken die in de reële economie investeerden, stellen we vandaag vast, komen betrekkelijk ongeschonden uit de crash van de financiële markten. Duurzaam bankieren loont. En laat er geen twijfel over bestaan: banken zijn meer dan ooit nodig. Zeker voor de ontwikkeling van het Zuiden. Want zonder stabiele kredietsystemen gebeurt ontwikkeling met de handrem op.

Leve de banken

Geen beter pleidooi dus op wereldvoedseldag dan een pleidooi voor banken. Duurzame banken die zich bezig houden met echte economische ontwikkeling en dus ook kansen scheppen voor duurzame landbouw. Het is de bewezen hefboom voor de armsten om zich te bevrijden uit hun situatie.

Maar ook een pleidooi voor overheden die verstandig reguleren en deze crisis - zoals in de jaren '30 in Amerika - aangrijpen als opportuniteit. Onze minister Charles Michel verdedigt terecht het optrekken van middelen voor landbouw in internationale samenwerking. Het zal echter niet volstaan om wat meer geld vrij te maken als er niet ook een structurele oplossing wordt uitgewerkt, zoals voorgesteld door IAASTD. We dagen onze parlementairen uit hierover een debat te houden.

Luuk Zonneveld
Directeur Vredeseilanden

Deel dit artikel