Een wereldwijd relanceplan begint bij het oplossen van de voedselcrisis

Op 27 januari eindigde in Madrid de VN-voedseltop, die er kwam als antwoord op de voedselcrisis van vorig jaar. Maar veel antwoorden vielen er niet te vernemen. Wereldleiders liepen dan ook minder storm dan voor de vorige bijeenkomst in Rome. Ze hebben het te druk met het bestrijden van de financiële crisis. Als we het verstandig aanpakken, is de oplossing van de voedselcrisis nochtans tegelijk een relanceplan voor de armsten. Maar de voedselcrisis lijkt geen prioriteit meer. Want was de voedselcrisis niet opgelost, nu de prijzen weer dalen?


Toch niet. Als de voedselprijzen terugvallen op hun vroegere niveau, dan is dat - grof gesteld - goed nieuws voor de 20% hongerigen in de steden. Maar voor de 80% hongerigen op het platteland, zij die leven van de landbouw, is het terug naar af. Ze hebben ook niet geprofiteerd van de hogere prijzen. Net zomin als de landbouwers in België, die hun inkomen in 2008 met 46 procent zagen kelderen. Hoe dat komt? Familiale landbouwers, waar ook ter wereld, kopen hun energie en meststoffen tegen hoge kleinhandelsprijzen en verkopen hun oogst tegen lage groothandelsprijzen. Een geliberaliseerde internationale voedselmarkt is niet op hun maat gemaakt, wel op die van de luttele spelers die deze monopoliemarkten domineren.

Het brengt ons weer bij de grond van de zaak: de structurele oorzaken van de wereldwijde honger in 2005 (met "slechts" 850 miljoen hongerigen) en deze begin 2009 (met 980 miljoen slachtoffers) zijn precies dezelfde. Kleine boeren - die twee derde van het hongerleger uitmaken - hebben onvoldoende toegang tot grond, water, landbouwkrediet, transport en opslag. Er zijn te weinig sterke boerenorganisaties die voor hen opkomen en vooral: ze krijgen geen stabiele, kostendekkende prijzen in ruil voor hun oogst, want de wereldvoedselmarkt functioneert in hun nadeel. Alleen een landbouwbeleid op maat van elk land biedt perspectieven voor een duurzame voedselvoorziening.

Naar een nieuwe voedselcrisis

Heeft de voedselcrisis van 2008 dan niks veranderd? Toch wel. Een aantal Aziatische landen werkt aan voedselvoorraden om het aanbod en dus de prijzen onder controle te krijgen. En ja, Afrikaanse landen als Ghana en Benin beloven om minstens 10% van het staatsbudget in landbouw te steken. En ja, voedsel stond terug op de politieke agenda, vooral dankzij de maatschappelijke rol die de media speelden.

En bij ons? In België voltrok zich de opmerkelijkste verandering misschien wel in het schemer van de wandelgangen. Onze minister van ontwikkelingssamenwerking Charles Michel én de ngo's én de Boerenbond zaten allemaal op één lijn met een gemeenschappelijke analyse: investeer massaal in familiale duurzame landbouw met aandacht voor de regionale noden en behoeften van lokale producenten en consumenten. Dát is het startpunt om honger definitief te bannen. De wetenschappelijke ondersteuning voor die analyse is niet langer te negeren.

Maar in juni 2008 op de FAO-top in Rome liep de eensgezinde Belgische lobby vast op de tegenstand van enkele wereldleiders die vooral de belangen van de agro-industrie verdedigen. De EU hield het bij nog maar eens een lijstje beloften. Veel tijd om te handelen is er nochtans niet. Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel, voorspelt op basis van de vooruitzichten al een nieuwe voedselcrisis in de nabije toekomst.

Het goedkoopste relanceplan

De druk om te handelen lijkt echter verdampt. De financiële crisis slorpt de aandacht op en alle middelen worden in stelling gebracht voor relanceplannen op het thuisfront. Maar wanneer zien we in dat investeringen in familiale landbouw net integraal deel uitmaken van een wereldwijd relanceplan?

Olivier De Schutter zette de voordelen van zo'n maatregel recent nog op een rij: familiale landbouw kan even efficiënt zijn als grootschalige landbouw, het is duurzamer want er worden bijvoorbeeld veel minder pesticiden gebruikt én het creëert veel meer jobs dan de industriële landbouw. Ook de Wereldbank becijferde dat investeringen in familiale landbouw de efficiëntste vorm van armoedebestrijding zijn.

Ziedaar dus de kans om op de valreep nog de eerste millenniumdoelstelling te halen: de halvering van honger en armoede tegen 2015. Daarvoor moeten overheden in hun beleid de kant kiezen van de familiale landbouwers. Voedselverwerkende bedrijven en supermarkten moeten deze landbouwers kansen geven en duurzame handelsrelaties met hen aangaan. Boerenbond en NGO’s als Vredeseilanden willen daarbij een pragmatische partner zijn om de kloof tussen familiale boeren en bedrijven te dichten.

De omschakeling zal op korte termijn inspanningen vergen, maar het verdient zich terug. En de kostprijs van zulk plan bedraagt maar een heel kleine fractie van wat wereldwijd voorzien wordt om de financiële en economische crisis te bestrijden.

Luuk Zonneveld, Directeur Vredeseilanden
Piet Vanthemsche, Voorzitter Boerenbond

Deel dit artikel