Er zit echt geen muziek in landbouw op zijn Braziliaans

Volgens Paul Collier, econoom aan de universiteit van Oxford, moeten we de voedselcrisis oplossen door wereldwijd over te stappen op een agro-industrieel landbouwmodel van grootschalige hightechbedrijven. Die zouden immers productiever en efficiënter zijn, zo stelt hij in de De Morgen van zaterdag. Een stelling die op zijn zachtst gezegd de geschiedenis geweld aandoet, en die evenmin strookt met de recente vaststellingen van een internationaal VN-panel.


Meeropbrengst

'Stop met die landbouwromantiek van kleinschalige boeren', roept Collier uit, 'en stap over op het Brazilaans model.' Maar laat ons dat Brazilaanse model eens van naderbij bestuderen. In Brazilië wordt 42 procent van het landbouwareaal in ingezet voor de sojaproductie, die in totaal maar 45 procent van de Brazilaanse landbouwproductie vertegenwoordigt. De landbouwgiganten die deze productie waarmaken, zijn verantwoordelijk voor 5 procent van de tewerkstelling. De opbrengsten van dit model in termen van productie zijn dus redelijk te noemen, maar praktisch niemand verdient er iets aan. De winsten concentreren zich bij enkele gelukkige aandeelhouders. Bovendien berust het model op een overvloed aan land, water en kapitaal en is het dus nauwelijks over te plaatsen naar andere ontwikkelingslanden.

Doet de familiale landbouw het dan zoveel slechter? Het lijkt vreemd, maar de primitief uitziende velden van goed functionerende familiale bedrijven in tropisch Centraal-Amerika zorgen voor een meeropbrengst van 20 tot 60 procent. Een belangrijk verschil met de agro-industriële landbouw is dat deze boeren niet kiezen voor een milieubelastende monocultuur. Ze telen verschillende gewassen naast elkaar en waarborgen zo de biodiversiteit.

Minder efficiënt? Misschien op korte termijn, maar op lange termijn raken hun gronden niet uitgeput, waardoor ze minder van het schaarse water en andere inputs verbruiken. Omdat de opbrengsten gespreid zijn over een groot aantal kleinere landbouwbedrijven, helpt het model ook de toenemende kloof tussen rijk en arm te verkleinen.

Ruimte voor groei

Het voorgaande betekent evenwel niet dat deze kleinschaligere familiale landbouw geen grote stappen te zetten heeft. In tegenstelling tot wat Collier beweert, heeft dit model op de meeste plaatsen ter wereld echter nooit de ondersteuning gekregen die het verdiende. Het vertegenwoordigt nochtans de grote meerderheid van landbouw en tewerkstelling in de wereld. Waar boeren wel ondersteund werden, zoals in Zuid-Oost Azië, konden ze hun productie op punt stellen en creëerden ze niet alleen tewerkstelling voor zichzelf. Nieuwe industrieën ontwikkelden zich complementair aan een bloeiende familiale landbouw.

Tot die conclusie kwam ook het rapport International Assessment of Agricultural Science and Technology for Development. Specialisten van over de hele wereld bogen zich vier jaar lang over de landbouwproblematiek. De 'moderne landbouw' zoals Collier die propageert, wordt er vervuilend en te duur bevonden. De IAASTD-onderzoekers pleiten voor een betere combinatie van lokale en traditionele kennis met de wetenschappelijke expertise die de landbouw nu grotendeels bepaalt.

Vandaag schreeuwen we moord en brand omwille van de hoge voedselprijzen. Maar nog niet zo lang geleden kelderden de prijzen van landbouwgrondstoffen wereldwijd. Het is een symptoom van een groter, onderliggend probleem: de vrijgemaakte wereldmarkt voor landbouwproducten en de constante prijsschommelingen die ze met zich mee bracht.

De armste bevolkingsgroepen die hun kost met landbouw verdienden, kwamen op wereldmarkt in concurrentie met de industriële landbouw, die op subsidies van de eigen overheden kan rekenen. Veel landen in Afrika werden importlanden en probeerden geen eigen landbouw meer op te bouwen. De investeringen vielen stil en het gros van de bevolking dat van landbouw leefde, verpauperde verder.

Lokale werking

Nochtans zijn die getroffen boeren met hun productiepotentieel meer dan ooit de oplossing van het probleem. Maar dan moeten ze wel de kans krijgen. En dat gaat alleen als ze kunnen werken in een stabiele marktomgeving, die stabielere prijzen en dus zekerdere inkomsten levert, waarmee ze verder kunnen investeren. Arme boeren in Afrika hebben ook niks aan ggo's omdat die simpelweg te duur zijn. En los van bezorgdheden over milieu en gezondheid wordt onze voedselproductie zo op ontoelaatbare wijze afhankelijk van een handvol multinationals die deze gepatenteerde technologieën aanbieden.

Waar ze wel iets aan hebben, is een goede lokale en regionale marktwerking. Die verdient de voorkeur boven de wereldmarkt. Overheden moeten kunnen beschikken over voedselsoevereiniteit, het recht om hun landbouw in eigen handen te nemen, in plaats van hun voedselproductie over te leveren aan de wereldmarkt, die enkel onzekerheid brengt voor landbouwers. Op internationaal niveau moeten we tot afspraken durven komen voor stabiele en lonende prijzen voor landbouwgrondstoffen zoals koffie.

Als we Colliers uitspraak volgen en stoppen met familiale landbouw, dan kunnen ook boeren in België maar beter hun tractor definitief parkeren. Voor landbouwbedrijven van kmo-omvang is dan geen plaats meer. Het zou een verlies betekenen op alle vlakken: economisch, ecologisch en sociaal.

Jan Aertsen, Vredeseilanden;
Marianne Vergeyle, Bioforum;
Bogdan Vanden Berghe, 11.11.11;
Leen Laenens, Oxfam Wereldwinkels;
Thierry Kesteloot, Oxfam Solidariteit

Verschenen in De Morgen, 2 mei 2008

Deel dit artikel