Europees wetsvoorstel conflictertsen: amendementen goedgekeurd

UPDATE

Met een grote meerderheid keurde het Europees parlement gisteren amendementen goed waarbij alle bedrijven – van invoerders van ertsen tot fabrikanten en distributeurs van consumptiegoederen – verplicht worden om maatregelen van gepaste zorgvuldigheid te nemen met betrekking tot de zogenaamde conflictertsen.

Hiermee verwerpt het parlement zowel het voorstel van de Europese Commissie dat enkel aanstuurde op vrijwillige initiatieven van de bedrijven, en van de Commissie International Handel van het parlement dat enkel verplichtingen wilde opleggen aan een 20-tal Europese smelterijen van ertsen.

Met deze oproep komt het Europese Parlement tegemoet aan de belangrijkste verwachting van ngo’s, mensenrechtenorganisaties en consumentenorganisaties.

Nu de onderhandelingen zullen opgestart worden tussen de Europese Commissie, de Raad en het Parlement met oog op een Europese verordening van verantwoorde ontginning van ertsen in conflictgebieden verwachten we natuurlijk dat België en de andere Europese lidstaten gehoor zullen geven aan deze oproep van het Europees parlement.

congo conflictmineralen

De ontginning van grondstoffen speelt een centrale rol in het financieren van gewapende conflicten in Centraal Afrika en andere delen van de wereld. Een wetsvoorstel van de Europese Commissie Internationale Handel zou moeten vermijden dat deze 'conflictmineralen' in de productieketen verzeild geraken. Maar NGO's vinden het wetsvoorstel te vrijblijvend en vragen de Europese parlementsleden om het voorstel te amenderen.

De winsten uit de handel van deze  'conflictertsen' worden zowel door rebellen als door bepaalde veiligheidstroepen gebruikt. Zij oefenen vaak een directe controle uit over ontginningsgebieden en hun toegangswegen.

Volgens IPIS (International Peace Information Service), dat tussen 2013 en 2014 meer dan 1000 mijnen in Oost-Congo onderzocht, is bij meer dan 54% van deze mijnexploitaties minstens één gewapende groep betrokken.

Naast de afpersing van de lokale mijnwerkers en handelaars gaat de aanwezigheid van rebellen en veiligheidstroepen vaak gepaard met zware mensenrechtenschendingen.

De Commissie Internationale Handel (INTA) van het Europees parlement zal op 20 mei een wetsvoorstel voorleggen aan het Europese  parlement. Daarin staat hoe  bedrijven moeten omgaan met ertsen uit conflictgebieden en welke stappen er concreet genomen moeten worden om te vermijden dat ‘conflictmineralen’ terecht komen in de productieketen.

Maar het wetsvoorstel is te vrijblijvend en biedt onvoldoende garanties. In een brief vragen de NGO's de Europese parlementsleden om dit wetsvoorstel te amenderen.

 

 

Oeso richtlijnen

Om de illegale handel in ertsen aan banden te leggen is er nood aan een wereldwijde standaard die strikte regels oplegt voor de aankoop van ertsen uit gebieden die getroffen worden door conflicten.

Hoe bedrijven zouden moeten omgaan met ertsen uit conflictgebieden en welke stappen er concreet genomen moeten worden om te vermijden dat ‘conflictmineralen’ terecht zouden komen in de productieketen (en uiteindelijk in consumptiegoederen) staat duidelijk beschreven in specifieke OESO richtlijnen die in 2005 opgesteld werden.

Ondanks het uitvaardigen van deze OESO richtlijnen, veranderde er niets op het terrein. De toepassing ervan is immers vrijwillig. Tot er in de VS, in 2010,  een wet werd aangenomen die alle bedrijven die gebruik maken van tantaal, tin, wolfraam en goud (de zogenaamde ‘3T + G’-groep van conflictertsen) verplicht om die OESO richtlijnen toe te passen.

Niettegenstaande de nieuwe wet pas in 2013 in voege trad, namen de Amerikaanse bedrijven vanaf 2011 maatregelen om conflictertsen te bannen uit hun toeleveringsketens van ertsen en metaalhoudende onderdelen.

Tegelijkertijd werden onder impuls van de Amerikaanse Dodd-Frank Act lokale systemen van ‘ propere’ aanvoerlijnen van ertsen uit conflictgebieden opgezet.

Hierbij worden conflictvrije ertsen - afkomstig dus van mijnen die niet onder controle staan van gewapende bendes – voorzien van een etiket of certificaat.

Europa heeft een belangrijke rol te spelen

Ongeveer een kwart van de wereldwijde handel in conflictmineralen – en producten waarin deze mineralen verwerkt zijn - gebeurt in Europa.

In 2013 voerde Europa meer dan 100 miljoen laptops en 240 miljoen GSM’s in die deze metalen bevatten. Niets verplicht de Europese bedrijvenechter om te garanderen dat de winst die ze maken uit de fabricatie of de invoer van deze producten, het geweld niet voeden.

In maart vorig jaar legde de Europese Commissie een voorstel op tafel voor de regulering van de handel in ertsen afkomstig van conflictgebieden. Het voorstel is echter gebaseerd op een vrijwillig systeem waarbij bedrijven zelf kunnen beslissen om al dan niet de oorsprong van de mineralen na te gaan.

De impactstudie van de Europese Commissie geeft echter aan dat wanneer de bedrijven er niet toe verplicht zijn, slecht een gering aantal onder hen geneigd is een openbaar rapport op te maken waarin beschreven wordt welke stappen ondernomen worden om de risico’s van mensenrechtenschendingen en van financiering van conflicten beperkt worden. 'Gepaste zorgvuldigheid' of ‘due diligence’ is de vakterm die gebruikt wordt voor het inperken van deze risico’s.

Bovendien beperkt het voorstel van de Europese Commissie zich tot de zogenaamde ‘upstream’ bedrijven. Het segment van bedrijven tussen de ontginning van ertsen en het smelten of de winning van metalen uit deze ertsen.

Het betreft hier een beperkte groep van importeurs van ertsen en smelterijen. De overgrote meerderheid van bedrijven die gebruik maken van metalen bevinden zich in het ‘downstream’-segment, vanaf de smelterijen tot aan de consument.

Te vrijblijvend

Sinds oktober vorig jaar buigt het Europees parlement zich over het voorstel van nieuwe wetgeving voor conflictertsen.

De Commissie Internationale Handel (INTA) van het Europees parlement is bevoegd over dit dossier en dus de opmaak van een voorstel van wetgeving dat op 20 mei ter stemming voorgelegd wordt aan het ganse parlement.

Het wetsvoorstel dat enkele weken geleden werd aangenomen door de Commissie Internationale Handel gaat al een hele stap verder dan het voorstel van de Europese Commissie door ook de ‘downstream’-bedrijven te betrekken bij de nieuwe regelgeving en door de wetgeving verplicht te maken voor ‘upstream’ bedrijven. Maar het beantwoordt volgens ons evenmin aan de noden van bescherming van de lokale bevolking in mijngebieden en aan de verwachtingen van de Europese consumenten.

Door 'gepaste zorgvuldigheid' enkel te eisen van Europese smelterijen en raffinaderijen – in totaal een 20-tal bedrijven – maar vrijblijvend te laten voor zowel de industriële als de distributie sector van half-afgewerkte en afgewerkte producten, lopen we het risico dat geen ‘due diligence’ wordt toegepast voor bijna ¾ van de metaalhoudende producten op de Europese markt. De meeste consumptiegoederen en half-afgewerkte producten worden immers uit het buitenland ingevoerd en niet vervaardigd uit metalen afkomstig van Europese smelterijen.

Graag amenderen

Om die reden vragen we de parlementsleden om het voorstel van de INTA-Commissie te amenderen opdat de wetgeving versterkt zou worden met de volgende elementen :

  • Een verplichte regelgeving die van toepassing is over de gehele toeleveringsketen: zowel in het upstream als downstream segment van de markt.
    Meer bepaald; verplichte 'due diligence' vereisten voor elk bedrijf dat tantaal, tin, wolfraam en goud - onder welke vorm dan ook - op de Europese markt brengt.

  • De mogelijkheid om het toepassingsgebied van de verordening in de toekomst uit te breiden naar andere grondstoffen die conflicten financieren.

Een voorstel met deze elementen zou garanderen dat elk bedrijf dat conflictmineralen in ruwe of verwerkte vorm op de Europese markt brengt, zich op een transparante en verantwoordelijke manier bevoorraadt.

Gezien de omvang van de Europese markt kan de EU een leidende rol spelen in het bepalen van een internationale standaard voor due diligence in toeleveringsketens.

Een bindend wetgevend kader m.b.t. alle verhandelde metaalhoudende producten op de Europese markt zal ook niet-Europese toeleveringsbedrijven verplichten deze standaard na te leven.

 

Koen Warmenbol
Coördinator Gemeenschappelijke Strategische kaders

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels