Europees wetsvoorstel conflictmineralen is te vrijblijvend

broederlijkdelen peru 2015 espinar-mijnen

[Mijn in Espinar, Peru. Peru is een van de landen waar koperontginning het duidelijkst tot conflicten leidt. Foto: Broederlijk Delen]

De komende weken debatteert het Europees Parlement over reglementering die de band tussen mineralenimport naar de EU en gewelddadige conflicten in ontwikkelingslanden moet doorbreken.

De EU heeft een unieke kans om schendingen van mensenrechten door mineralenontginning en –handel te bestrijden, maar dan is bredere en strengere wetgeving nodig, zegt Broederlijk Delen. De organisatie lanceerde vorige week haar campagne 'Marco is een boer en wil dat blijven', over mijnbouw in Peru en conflicten met boerengemeenschappen.

Bedrijven die vandaag mineralen in hun producten gebruiken, lopen het risico dat ze ergens in de toeleveringsketen van hun grondstoffen bijdragen tot de financiering van conflicten of mensenrechtenschendingen. Om dit probleem aan te pakken, deed de Europese Commissie in maart 2014 een eerste voorstel tot regulering van de handel in 'conflictmineralen'.

De tekst bevat concrete richtlijnen die ervoor moeten zorgen dat Europese bedrijven die mineralen importeren het 'zorgvuldigheidsprincipe' toepassen (d.w.z. de risico's op mensenrechtenvlak zo veel mogelijk beperken en effectieve maatregelen nemen). Maar het voorstel gaat niet ver genoeg, vindt Broederlijk Delen.

Koper: de grote afwezige

"Het voorstel van de Europese Commissie is te eng en bovendien te vrijblijvend," zegt Wies Willems, beleidsmedewerker natuurlijke rijkdommen bij Broederlijk Delen.

"Ten eerste zou de regulering enkel van toepassing zijn op vier soorten mineralen: tin, tantalum, wolfram (tungsten) en goud (3TG). De wetgeving moet gelden voor alle mineralen."

Het huidige wetsvoorstel van de Commissie wil een specifiek probleem aanpakken: de financiering van gewapende conflicten. De '3TG', gebruikt in onder meer de productie van elektronica, worden vaak in verband gebracht met deze problematiek (bijvoorbeeld in de Democratische Republiek Congo).

De Europese Commissie erkent in haar beschrijving van de wereldwijde context nochtans de globale aard van het probleem van conflictmineralen. Daarom beperkt het voorstel zich ook niet tot Afrika en geldt het in principe voor mineralenimport uit 'conflictgebieden' in de hele wereld.

Toch geeft de Commissie geen verklaring voor het feit dat het wetsvoorstel niet van toepassing zou zijn op conflicten die gerelateerd zijn aan andere mineralen.

Een recente studie van de Nederlandse onderzoeksngo SOMO toont aan dat koper de belangrijkste niet-3TG-minerale grondstof is die in verband staat met gewelddadige conflicten.

"Peru, het land waarop de Broederlijk Delen-campagne dit jaar focust, is een van de landen waar koperontginning het duidelijkst tot conflicten leidt," aldus Wies Willems. "Het gaat dan vooral om de gewelddadige repressie van het verzet van sociale bewegingen tegen mijnbouwactiviteiten door de overheid. Ook voor dit soort conflicten is Europese wetgeving nodig, om te vermijden dat bedrijven bijdragen tot mensenrechtenschendingen."

Koper is het belangrijkste minerale exportproduct van Peru (43% van de totale mineraalexport). België is de elfde bestemming van Peruviaanse mineralen, en de derde binnen de EU (na Duitsland en Spanje).

Niet bindend

Een tweede tekortkoming in het huidige voorstel is dat het te vrijblijvend is. De internationale mensenrechtenrichtlijnen voor bedrijven waarop de Commissie zich baseert, namelijk die van de OESO, zijn nog niet verankerd in Europese wetgeving. Europese bedrijven, die mineralen gebruiken en verhandelen, vallen bovendien buiten Europese wetgeving wanneer ze buiten de EU opereren.

Daarnaast zou de wetgeving enkel rechtstreekse importeurs van mineralen viseren, terwijl veel conflictmineralen onrechtstreeks de EU binnen komen (bijvoorbeeld via afgewerkte producten uit China). "Er zijn dus nog verschillende achterpoortjes in het systeem en veel hangt af van de goodwill van bedrijven. Of de bedrijven ook effectief het zorgvuldigheidsprincipe zullen toepassen, hangt echt wel af van een juridisch bindend kader en dat is er nog niet," aldus nog Wies Willems.

Het voorstel van de Europese Commissie wordt de komende weken verder besproken in het Europees Parlement. In mei volgt de stemming in de plenaire vergadering.

Het internationale netwerk CIDSE waarvan Broederlijk Delen deel uitmaakt, doet in samenwerking met andere ngo-netwerken lobbywerk naar het Europees Parlement. Ook 119 bisschoppen en kerkleiders vanuit de hele wereld lanceren een oproep aan de Europarlementairen om werk te maken van strengere wetgeving.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels