Geen pottenkijkers in Irak - Vrije tribune van Geert Van Moorter

De in Irak ontvoerde Italiaanse journaliste Giuliana Sgrena werd meteen na haar vrijlating, op 4 maart, beschoten door Amerikaanse soldaten. Volgens haar echtgenoot ging het om een bewuste aanslag, omdat ze te veel weet. Sgrena zelf relativeerde die uitlatingen wat, maar volgens Geert Van Moorter is daar weinig reden toe.

Wat Sgrena overkwam, doet me denken aan de beschieting van het Palestine Hotel op 8 april 2003, waarbij twee journalisten omkwamen. Ik was toen in Irak voor Geneeskunde voor de Derde Wereld. Bij die beschieting zat ik twee verdiepingen lager en hielp ik bij de reddingsoperatie. Het Amerikaanse leger gaf als excuus dat ze vanuit het hotel beschoten werden. Maar niemand in of rond het hotel had een schot gehoord. Het Amerikaanse leger onderzocht de zaak, maar vond geen enkele fout bij zijn troepen.

Dezelfde dag werd ook het kantoor van de Arabische zender Al Jazeera vanuit de lucht aangevallen. Een journalist kwam daarbij om. De cameraman Paul Pascual van Reuters bevestigde me dat het Amerikaanse leger wist waar Al Jazeera zat. Hij had, op verzoek van Al Jazeera zelf, de GPS-coördinaten van het kantoor aan het Pentagon doorgegeven zodat het niet zou beschoten worden.

In maart 2004 werden twee journalisten van een andere Arabische zender, Al Arabiya, in het hoofd geschoten nadat ze zich hadden geïdentificeerd bij een Amerikaans checkpoint en ervan wegreden. Alleen hun chauffeur overleefde de beschieting en kon het navertellen.

In augustus 2004 sloot de door de VS geïnstalleerde Iraakse regering de kantoren van Al Jazeera gedurende een maand, nadat de minister van Defensie, Donald Rumsfeld, de zender had beschuldigd van anti-Amerikanisme.

Eason Jordan, de directeur informatie van CNN, zei in januari 2005 op het World Economic Forum in Davos dat verschillende journalisten in Irak door het Amerikaanse leger geviseerd waren geweest. Hij nam daarna - onder druk - ontslag. Hij zei dat hij verkeerd begrepen was.

De International Federation of Journalists (IFJ) beschuldigt de VS ervan de media in Irak te willen controleren en intimideren. Over de dood van dertien door Amerikaanse soldaten neergeschoten journalisten in Irak - bijna allen niet embedded - is er volgens het IFJ nog steeds geen ernstige verklaring afgelegd, laat staan enig onderzoek gedaan.

Zijn dat allemaal vergissingen? Is dat allemaal toeval? Wat hebben de VS te verbergen?

De VS worden in Irak geconfronteerd met toenemend verzet. Een verzet dat ze met een vuile oorlog proberen te breken: hele steden en dorpen worden 'gezuiverd van terroristen'. In de ziekenhuizen van Bagdad, Ramadi en Fallujah heb ik de gruwelijke resultaten daarvan gezien: vooral veel dode en gewonde burgers. Ze worden het slachtoffer van (cluster)bommen, ze worden neergeschoten tijdens huiszoekingen, bij checkpoints, gewoon op straat.

Amerikaanse soldaten schieten straffeloos op alles wat ze verdacht vinden. Ze schieten zelfs op ziekenwagens. Toen ik een soldaat daarover aansprak, zei hij: "Die ziekenwagen had weleens vol explosieven kunnen zitten." Dat de Conventie van Genève dat verbiedt, never mind. Ze weten dat ze straffeloos te werk kunnen gaan. Want Bush heeft met zijn preventieve aanval tegen Irak het voorbeeld gegeven.

In augustus 2003 vroeg ik een Amerikaanse MP (een lid van de Militaire Politie) wat hij doet als hij verdachte mensen ziet wegrennen. "I finish them", was zijn reactie. Hij vertelde me dat hij zelfs geen proces-verbaal hoeft op te stellen als een Irakees door een Amerikaanse soldaat wordt doodgeschoten. Als er dan toch een rapport moet komen, "dan passen we het verhaal aan in de zin dat die man ons bedreigde of al schietend wegliep."

En in november vorig jaar zagen we op tv een Amerikaanse marinier een gewonde Irakees in een moskee afmaken, tijdens de aanval op Fallujah. De soldaat was zich van geen kwaad bewust, zulk gedrag is niet ongewoon in bezet Irak. Maar doordat de beelden de wereld rondgingen, moest hij zich verantwoorden. Het Amerikaanse leger stelde hem eind februari buiten vervolging.

Er sterven veel meer Irakezen door acties van het Amerikaanse en het Britse leger dan door zelfmoordaanslagen. Volgens het prestigieuze medische tijdschrift The Lancet waren in oktober vorig jaar al minstens 100.000 Irakezen gestorven door de oorlog. 85 procent van hen werd gedood door het Amerikaanse of het Britse leger. De Verenigde Staten proberen die vuile oorlog te verbergen: in Fallujah werd het ziekenhuis bezet zodat zelfs de verhalen van de artsen, of beelden van de slachtoffers, de buitenwereld niet konden bereiken.

In Irak heerst de complete chaos. Ik deed samen met Iraakse collega's onderzoek naar de gezondheidssituatie in Irak. Twee jaar na de val van Bagdad is de toestand er dramatisch. Niemand is er nog veilig. De koopkracht, de voedingssituatie en de levensomstandigheden zijn danig verslechterd. Meer dan de helft van de bevolking zit zonder werk. De prijzen voor voedsel en transport zijn meer dan verdubbeld. Er zijn grote problemen met elektriciteit, drink- en afvalwater en huisvuil. De kindersterfte is daardoor fors gestegen. En de medische infrastructuur is nog niet verbeterd.

De grote meerderheid van de Irakezen wil het bezettingsleger weg. Hoe sneller er een einde komt aan de bezetting, des te groter de kans op echte vooruitgang voor de Iraakse bevolking.

Deel dit artikel