Gender en de Millenniumdoelen

Doel 3: Het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en het creëren van mogelijkheden voor vrouwen

Streefdoel 4:
Ongelijkheid tussen jongens en meisjes uitbannen in het lager en voortgezet onderwijs, liefst tegen 2005 en op alle niveaus tegen 2015

  • Indicator 9: Verhouding meisjes/jongens in basis-, voortgezet en hoger onderwijs
  • Indicator 10: Verhouding vrouwen/mannen die kunnen lezen in de leeftijdscategorie 15 tot 24
  • Indicator 11: Aandeel van vrouwen met een betaalde baan buiten de landbouwsector
  • Indicator 12: Percentage van vrouwen dat zetelt in het parlement


Uit jarenlange ervaring in ontwikkelingssamenwerking blijkt dat investeren in vrouwen de sleutel vormt om armoede terug te dringen en ontwikkeling op te bouwen.

Een stijging met 10% van de alfabetiseringsgraad van vrouwen gaat bvb. gepaard met een even grote daling van de kindersterfte. In grote lijnen komt de ontwikkeling en participatie van de vrouw dus niet alleen haarzelf, maar de hele gemeenschap ten goede.

Het bewustzijn dat investeren in gelijkheid tussen mannen en vrouwen één van de kritische variabelen is die economische groei en menselijke ontwikkeling linkt en stimuleert, heeft in de internationale gemeenschap geleid tot een grotere aandacht voor gendergelijkheid, o.m. in armoedebestrijding.
De genderbenadering won o.m. door een aantal belangrijke VN-conferenties – w.o. de Vierde Vrouwenconferentie in Peking – gedurende de jaren ‘90 nog aan erkenning.

Ondanks dit bewustzijn worden vrouwen bij het adviseren en uitstippelen van beleid en (armoede)strategieën ook in de 21ste eeuw nog nauwelijks gehoord. Vrouwen worden niet erkend als economische actoren, ook niet binnen de armoedebestrijding. Ze worden bvb. zelden betrokken bij het opstellen van de voor de armste landen wezenlijke PRSPs (Poverty Reduction Strategy Papers).

Hoewel het transversale (themaoverschreidend) karakter van genderaspecten zeer aanwezig is in het Human Development Report van 2003, komt gender in de Millenniumdoelen nogal teleurstellend als afzonderlijk thema voor.

Het gaat hier dan hoofdzakelijk over gelijke toegang tot onderwijs. Alleen in de indicatoren wordt gepeild naar participatie op de arbeidsmarkt en in het landelijk beleid. Het genderaspect komt voorts nog aan bod in Doelen 5 en 6, die de vrouw overigens in haar traditionele rol van moeder en slachtoffer duwen. Thema’s zoals seksuele gezondheid en reproductieve rechten worden niet aangeraakt.

In de andere doelen is gender al even onderbelicht; geen enkele van de zeven wordt op een gendergevoelige manier naar streefdoelen en indicatoren vertaald. Ondertussen wordt het duidelijk dat bij de tussentijdse evaluaties ook niet bepaald door een genderbril wordt gekeken.

In het algemeen gaan de MDGs al te veel voorbij aan de engagementen en voorstellen uit de conferenties van o.m. Peking, Cairo en Kopenhagen, die vaak veel progressiever en verregaander waren.

Wendy Harcourt, belangrijke speler in de vrouwenbeweging en hoofdredactrice van het tijdschrift “Development”, die het MDG-debat in opdracht van het Nederlandse NCDO (Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling) overzichtelijk in kaart bracht, reserveert een apart hoofdstuk voor de genderdimensie.

Onderstaande rapporten en documenten bevatten behalve kritische analyses van de MDGs op gendervlak ook een aantal belangrijke aanbevelingen, waarmee beleidsvoerders (vooral tijdens dit “review”jaar) rekening kunnen houden om hun strategie t.a.v. het behalen van de doelen bij te sturen.

Deel dit artikel