Glencore in Colombia: nieuw rapport legt wanpraktijken bloot

De Cerrejón mijn in Columbia, één van de plaatsen waar Glencore actief is

Het Zwitserse mijnbouwbedrijf Glencore overtreedt in Colombia de milieuwetgeving, bezondigt zich aan mensenrechtenschendingen en betaalt amper belastingen aan de Colombiaanse staat. Dat blijkt uit een nieuw rapport van Broederlijk Delen-partnerorganisatie PAS.

Glencore ontgint in Colombia verschillende steenkoolmijnen. Europa is de belangrijkste afzetmarkt voor steenkool uit Colombia. Rafael Figueroa van PAS (Pensamiento y Acción Social) stelde vorige week in Brussel de bevindingen van het rapport voor aan Europarlementairen en ngo's.

De nieuwe studie is een kritisch 'schaduwrapport' van de officiële duurzaamheidsverslagen van Glencore, en het resultaat van jarenlang onderzoek naar de impact van Glencore op sociaal, ecologisch en economisch vlak.

Naast België bezoekt Figueroa ook Zwitserland, waar hij ontmoetingen heeft met vertegenwoordigers van Glencore, de Zwitserse regering en de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties.

Een van de belangrijkste conclusies van het rapport zijn de voortdurende en ernstige overtredingen van de Colombiaanse milieuwetgeving. 'Het gaat bijvoorbeeld om de ontginning van steenkool in bosreservaten, en de blootstelling van lokale inwoners aan luchtvervuiling,' legt Rafael Figueroa van PAS uit. Glencore werd voor dergelijke overtredingen van milieuwetgeving al herhaaldelijk beboet door de Colombiaanse autoriteiten.

Moorden op burgers

Het rapport vraagt ook actie rond ernstige mensenrechtenschendingen waarbij Glencore betrokken is. Figueroa: 'Zo bestaan er overeenkomsten tussen het bedrijf en het Ministerie van Defensie over de bescherming van mijnbouwinfrastructuur door militairen. Enkele militairen waren betrokken bij de moorden op vier burgers in de mijnregio Cesar. Glencore heeft die moorden nooit publiek veroordeeld. Ook is er geen sprake van een herziening van de overeenkomsten met het Ministerie of een duidelijk signaal naar de Colombiaanse overheid om in te grijpen bij dergelijke mensenrechtenschendingen.'

Glencore publiceerde tot op heden nog geen concrete informatie over mechanismen die het hanteert om risico's op vlak van mensenrechten te identificeren en te monitoren, ondanks vrijwillige richtlijnen die het bedrijf hierrond beweert na te leven. Verder blijft ook een concreet actieplan voor de onvrijwillige hervestiging van getroffen gemeenschappen in de buurt van steenkoolmijnen uit.

Ondoorzichtige bedrijfsstructuur

Daarnaast treft het rapport verschillende onregelmatigheden aan in de bedrijfsstructuur van Glencore. 'Die is erg ondoorzichtig, waardoor Glencore gedurende de voorbije jaren heel wat belastingen en royalty's kon ontwijken,' legt Figueroa uit. 'De Colombiaanse staat profiteerde daardoor maar weinig van de hoge steenkoolprijzen van de laatste jaren.

Een ton steenkool leverde Colombia de voorbije jaren ongeveer 8,3 dollar op, tegenover een gemiddelde prijs van meer dan 85 dollar per ton op de internationale markt. De armoedecijfers in mijnbouwregio's behoren bovendien nog steeds tot de hoogste van het land.'

PAS roept Glencore op om de Colombiaanse en Zwitserse wetgeving op vlak van mensenrechten, milieu en belastingen na te leven, transparanter te rapporteren en in dialoog te gaan met getroffen gemeenschappen.

Broederlijk Delen en haar internationale netwerk CIDSE pleiten voor bindende internationale mensenrechtenwetgeving voor bedrijven zoals Glencore. De lidstaten van de Europese Unie moeten hierin een voortrekkersrol opnemen, onder meer door het proces voor een bindend mensenrechtenverdrag voor bedrijven op VN-niveau te ondersteunen.

De EU is bovendien een belangrijke handelspartner van Colombia en verschillende EU-lidstaten importeren steenkool uit het land, waaronder ook België. Ook verschillende Belgische banken investeren in Glencore, met BNP Paribas Fortis als grootste geldschieter. 

Deel dit artikel