"Goed Bestuur", de nieuwe queeste van noord en zuid

GOED BESTUUR
De nieuwe queeste van Noord en Zuid

Paul Wolfowitz was een van de felste pleitbezorgers voor goed bestuur als voorwaarde voor hulp. Zijn praktijk leek iets minder hooggestemd - daarover publiceerde MO* al meerdere bijdragen op www.MO.be. Daarmee is het debat over wat goed bestuur wel of niet is echter niet afgelopen, integendeel. Kan de immense aandacht voor goed bestuur bijdragen tot ontwikkeling? En hoe moet dat dan gebeuren? John Vandaele zet de zaken op een rijtje.

Meten is weten volgens menige filosoof of managementgoeroe, maar in het geval van goed bestuur is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Wie bepaalt in ’s hemelsnaam wat goed bestuur van een land is? ‘Slecht bestuur herken je in een oogopslag’, schreef de Belgische minister voor Buitenlandse Zaken Karel De Gucht in een recent opiniestuk. Dat de Wereldbank –met tienduizend medewerkers ’s werelds rijkste en grootste ontwikkelingsinstituut– een van de meest vooraanstaande indicatoren voor goed bestuur heeft opgesteld, kan niet echt verbazen. Maar ook deze Wereldbankmaatstaf heeft gebreken en verraadt al meteen hoe moeilijk het is om goed bestuur te meten. De bouwers van de Wereldbank governance indicators, onder leiding van Daniel Kaufmann, erkennen expliciet dat ze niet over voldoende objectieve gegevens beschikken over het bestuur in (ontwikkelings)landen en dat ze er daarom voor kiezen om uitsluitend te werken met waarnemingen of percepties: hoe ervaren experten, ondernemers –uit binnen- en buitenland– en in mindere mate de inwoners van het betrokken land het bestuur in land X of Y?

De Bank baseert zich op waarnemingen verzameld door 31 verschillende organisaties. Opvallend is dat het voor het overgrote deel gaat om Amerikaanse en in mindere mate West-Europa organisaties. Dat zoveel organisaties uit eenzelfde samenleving komen, vergroot de kans dat de waarnemingen minder onafhankelijk van mekaar zijn dan goed is voor de Wereldbankmaatstaf.

Lees het volledige dossier van John Vandaele in het meinummer van MO* of op www.mo.be/momagazine.

Deel dit artikel