Goedkope wijkapotheken in de Filippijnen: “not in poorest places”

Als een gewone Filippino diarree krijgt, kan hij terecht in de wijkapotheek, de Botika ng Barangay. Dat is een overheidsprogramma waarmee de Filippijnse presidente Gloria Arroyo graag uitpakt. Een tabletje loperamide kost er slechts 1,05 peso, terwijl hij in de commerciële apotheken 14 peso’s zou moeten neertellen. Spijtig genoeg vertoont dit programma nogal wat mankementen.


Botika ng Barangay (de wijkapotheek)...

In 2001 lanceerde presidente Gloria Macapagal Arroyo (GMA) dit Botika ng Barangay (BnB) programma. Deze wijkapotheekjes moesten een oplossing bieden voor het schrijnende tekort aan medicatie voor de Filippijnse burgers. Het doel van het programma was de toegang tot geneesmiddelen bevorderen en generische medicijnen promoten als alternatief voor de dure merkmiddelen.

In 2008 spendeerde de regering van Arroyo slechts 253 peso’s (4 euro) aan gezondheidsuitgave per Filippino Dit is 27,5% lager dan in 1997! Toch durft GMA bij de inwijding van de 11.000ste botika in april 2008 vol lof spreken over het BnB-programma: “De wijkapotheekjes zijn verspreid over het hele land en de armste Fillipino’s hebben het meest voordeel bij de goedkope geneesmiddelen die er worden verkocht.”

Helaas, het programma is verre van ideaal en kent meerdere valstrikken en mankementen…

...not in the poorest places

Er is namelijk geen enkel wijkapotheekje te bespeuren in de armste provincies en dorpen, daar waar ze net het meest nodig zijn! In januari 2009 waren er 12.341 botikas, maar het programma voorziet hiermee zelfs niet de helft van de 42.000 barangays (dorpen en wijken) in de Filippijnen.

Tangkal is een van de armste steden in de Filippijnen, waar 86% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Een vroedvrouw bemant er het enige gezondheidscentrum. Een dokter komt er slechts drie keer per week langs. De inwoners reizen naar de naburige stad Kolambugan als ze ziek zijn of gehospitaliseerd moeten worden. Zowel Tangkal als Kolambuham hebben helaas geen wijkapotheekje…

Een barangay moet minstens 15.000 inwoners tellen en heeft de steun van de lokale overheid nodig vooraleer een dergelijke botika kan worden opgericht. De Department Of Health (DOH), het ministerie van volksgezondheid, stelt dan een kapitaal ter waarde van 25.000 peso’s medicijnen ter beschikking. Echter, dit bedrag waarvoor je slechts 100 doosjes amoxicilline kan kopen, is onvoldoende om het apotheekje in stand te houden. Zo’n 200 wijkapotheekjes hebben reeds moeten sluiten ten gevolge van faillissement, slecht management en tekort aan voorraden van medicatie.

Niet wat de arme mensen nodig hebben

Geneesmiddelen voor ernstige ziekten zoals malaria, influenza, tuberculose (de belangrijkste oorzaken van sterfte en verminderde levenskwaliteit) worden helaas niet verkocht in de BnB.

In gemeenschappen mét wijkapotheekjes kunnen inwoners er niet terecht voor medicatie waar ze in feite de meeste nood aan hebben. Medicijnen voor malaria, tuberculose en AIDS werden niet opgenomen in het programma. Het DOH vreesde dat: “mensen zichzelf zouden gaan genezen”?! Nu worden ze zónder medicatie of gezondheidszorg aan hun lot overgelaten! Filippino’s die getroffen worden door deze ziekten moeten naar private kleinhandelaar. Die verkopen uiteraard dure, niet-generische medicijnen, die ze zich niet kunnen veroorloven.

Er zijn slechts 2 soorten antibiotica ter beschikking, en pas sinds 2005 kunnen patiënten er terecht voor beperkte medicatie tegen suikerziekte, hoge bloeddruk en astma.

De medicijnen die er wel te verkrijgen zijn, zijn vooral over the counter producten (zonder voorschrift) zoals medicatie tegen diarree (waar net de rehydratie therapie en kruidengeneeskunde zou moeten gepromoot worden!), dehydratatie, maagklachten, hoest en duizeligheid.

Bovendien is er vaak een gebrek aan de medicatie die wel in de wijkapotheekjes wordt verkocht, aangezien de voorraad onvoldoende de vraag van de gemeenschappen dekt. Uit een studie van de University of the Philippines uit 2007, bleek dat in de 11 wijkapotheekjes die werden bestudeerd, de twee antibiotica die er werden verkocht, meestal niet beschikbaar waren.

Gebrek aan apothekers

Een ander probleem waar het programma mee te kampen heeft, is het gebrek aan personeel. Enkel een superviserende apotheker heeft de toestemming om geneesmiddelen op voorschrift te verkopen. Volgens de wereldgezondheidsorganisatie zou er in 2004 slechts 1 apotheker zijn per 1.664 Filippino's. Een ratio die nu waarschijnlijk nog schrijnender is, omdat apothekers door betere lonen en werkomstandigheden in het buitenland worden aangetrokken.

Het tekort aan apothekers verhindert uiteraard het ontstaan van wijkapotheekjes in moeilijk te bereiken regio’s, waar ze net het meest nodig zijn. Er is immers geen interesse om deze ver afgelegen gebieden te superviseren. Het probleem van het gebrek aan apothekers, die als enigen geneesmiddelen op voorschrift mogen verkopen, heeft al geresulteerd in de stop van de verkoop van deze producten.

Enerzijds is er volgens sommigen het gevaar dat mensen de medicatie niet correct zouden gebruiken. Anderzijds – aangezien de wijkapotheekjes slechts 7 medicijnen op voorschrift verkopen – is het een functie die mits enige inspanning iedereen wel aankan als je weet hoe geniaal het Filippijnse volk erin slaagt om via de Community Based Health Programs (de gezondheidsprogramma's van lokale ngo's die intal ondersteunt) zijn gezondheid in eigen handen te nemen.

Het kan nog goedkoper

Een van de meest verkochte medicijnen is paracetamol voor hoofdpijn en koorts. Het kost slechts 50 centavos in het wijkapotheekje (2,74 peso’s in de commerciële verkoopcentra). Ook andere geneesmiddelen zoals loperamide tegen diarree (1,05 peso ipv 4,10 peso) en glibenclamide voor diabetes (78 centavos ipv 8,90 peso) kunnen er schijnbaar voor een spotprijsje worden verkregen.

Hoe goedkoop de medicijnen er ook zijn, ze zouden nog veel minder kunnen kosten. De regering koopt de geneesmiddelen namelijk aan prijzen die 2 keer zo hoog liggen dan de internationale prijsindex van de wereldgezondheidsorganisatie. De belangrijkste leverancier van de geneesmiddelen voor het BnB-programma is de ‘Philippine International Trading Company Pharma Inc’ (PPI).

Een groot aantal medicijnen zou voor 9 tot 48% goedkoper opgekocht kunnen worden bij andere groothandelaars dan het PPI!

Het PPI voert continue prijsstijgingen in. Het probleem ligt hier duidelijk bij de regering: deze heeft geen lef en geen politieke wilskracht om in te gaan tegen de grote multimationals. En zolang de grote farmaceutische industrie blijft domineren, prijzen oplegt, niet-generische medicijnen promoot en de markt blijft monopoliseren zullen essentiële levensbedreigende geneesmiddelen voor de meeste Filippino’s een utopie blijven.

Dr Eleanor Jara

Ook Eleanor Jara, de directrice van onze partnerorganisatie CHD, zal niet vergeten wat ze zag in een van de arme provincies in Mindanao toen ze er op bezoek was met twee afgevaardigden van de Europese Unie: “het wijkapotheekje bestond uit een klein kastje van nog geen meter hoog, bevatte slechts enkele medicijnen en op het moment zelf was er geen personeel.” Met rode wangen kon ze de EU-afgevaardigen Arroyo's BnB-programma voorstellen!

(Dit artikel is een bewerking van Botika ng Barangay not in poorest places en Botika ng Barangay drug prices can still be lower op de Filippijnse website VERA Files.)

intal DOOR:

Deel dit artikel