Haïti heeft eindelijk een zuivere waterpolitiek, nu nog zuiver water…

Twintig jaar nadat onder meer PROTOS voorstellen op tafel legde om Haïti van een moderne drinkwaterstrategie te voorzien, keurde het Haïtiaanse parlement in januari 2009 eindelijk een kaderwet goed, waardoor het institutionele landschap in de komende jaren grondig wordt gewijzigd.

Drinkwatervoorziening blijft een openbare dienstverlening en dus een taak van de overheid. Maar er wordt nu plaats gemaakt voor basisprincipes zoals decentralisatie, de rol van lokale overheden en georganiseerde watergebruikers en aangepaste tariefmechanismen die tegelijk de leefbaarheid van de waterdienst moeten verzekeren zonder de toegang voor de armen onmogelijk te maken.

Het Caribische Haïti heeft niet zoveel statistieken om mee te pronken; ook niet binnen de watersector. Slechts 54% van de bevolking heeft toegang tot een verbeterde watervoorziening – alleen een achttal Afrikaanse landen en Afghanistan doen het slechter. In de steden is de toegang tot water het laatste decennium zelfs met 6 procentpunt gedaald! En het is een publiek geheim dat het merendeel van die ‘verbeterde’ waterpunten veelal niet werken of een water afleveren dat niet echt drinkbaar is.

In de periode van Papa en Baby Doc-Duvalier was het beheer van alle watervoorzieningen buiten de hoofdstad Port-au-Prince in handen van een zeer centraal geleide staatsdienst, de Service National d’Eau Potable (SNEP). Enkel die steden en grotere gemeenten waar buitenlandse ontwikkelingsprojecten financierden, kregen een waterleiding. De bijdragen van de gebruikers draineerden naar het hoofdkantoor van SNEP om de 7 directeurs en hun entourage rijkelijk te betalen. Tegen alle wetgeving in ontwikkelden een paar NGO’s en parochies een alternatief in de kleinere, meer afgelegen centra. Gebruikersverenigingen stonden hier zelf in voor onderhoud en beheer – maar bij ernstige problemen vonden die ook niet de competenties noch de financiën voor grote herstellingen.

Sinds een drietal jaar ziet men de marsrichting. Het nationale Platform voor Drinkwater en Sanitatie (PEPA) – dat de water-NGO’s groepeert – volgde het technische en parlementaire debat, en probeerde links en rechts wat bij te sturen. Op het terrein werden nieuwe concepten uitgetest. Zo begeleidde PROTOS in het noordwesten een samenwerkingsverband tussen watercomités van verschillende gemeenten. In Camp Perrin ontstond een samenwerkingsverband tussen het gemeentebestuur en de verschillende watercomités.

De nieuwe kaderwet laat vandaag dergelijke montages toe. De SNEP wordt vervangen door 4 regionale diensten, die tijdelijk als bouwheer optreden, maar geleidelijk aan de verantwoordelijkheden en competenties overdragen aan de gemeenten. De wet erkent de rol en positie van de vele watercomités die lange tijd in een legaal vacuüm opereerden.
Daarmee hebben de 4 miljoen Haïtiaanse waterarmen nog geen drup water natuurlijk, maar er is nu alvast een politieke opening om de lokale actoren – gemeentebestuur, wijkcomités, gebruikersorganisaties, lokale private spelers – een verantwoordelijkheid te geven en onderling dwingende afspraken te helpen maken om aan een duurzame watervoorziening te werken.

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel