Hebt u ook genoeg van al die hongerige kindjes?

Opiniestuk voor de Vlaamse kranten

Hebt u ook genoeg van al die hongerige kindjes?

Met die vraag richten de Belgische NGO’s uw aandacht op Wereldvoedseldag, 16 oktober (www.wereldvoedseldag.be). Let op, dat is geen dag van aalmoezen om de hongerigen te spijzen. Wel de dag om nog maar eens met dezelfde aandrang het recht op voedsel op te eisen. Het recht op een waardig inkomen en niet bang te hoeven zijn dat de volgende dag een lege maag brengt. Honger is een aanslag, geen tegenslag.

Wij benadrukken dat armoede en honger geen gevolg van luiheid zijn, maar wel het pijnlijk-logische gevolg van een groeiende kloof tussen arm en rijk, van onaangepast beleid en van oneerlijke handelsverhoudingen. Een liberaal denktankpersoon als Dirk Verhofstadt, maar ook socialisten van de derde weg à la Tony Blair, verbinden dat graag met het duur en protectionistisch Europees landbouwbeleid en stellen meteen voor om er met de grove borstel door te gaan: “Weg met alle landbouwsubsidies! Laat elk land produceren waar het goed in is en open de grenzen voor de vrije landbouwhandel, dat zal de honger oplossen!”
Dat ons landbouwbeleid grondig hervormd moet worden  en de uitvoer van  gesubsidieerde landbouwproducten moet stopzetten staat buiten twijfel. Maar dat betekent niet dat een verregaande liberalisering de oplossing biedt voor het hongerprobleem.
De bestaande ervaring van de liberalisering van handel in landbouwproducten ligt echter aan de oorzaak van een diepgaande verarming voor vele boeren en boerinnen. Overbodige boeren ?  Meer dan 3 miljard mensen zijn voor hun bestaanszekerheid op landbouw aangewezen. Zestig à zeventig procent van hen zijn straatarm, ze lijden geregeld honger. Als ze zich bijvoorbeeld het eten uit de mond moeten sparen om een ziek kind te laten verzorgen, of als de prijs van de “cash crop” koffie, katoen, pinda’s, suikerriet, mais, of rijst ineenstort wegens zwakke onderhandelingspositie tegenover agro-industrie of wegens slecht nationaal en internationaal handelsbeleid.
Ga maar eens vertellen aan de kleine melkboeren in India of Burkina Faso: door invoer van goedkope melk verliezen de boeren hun afzetmogelijkheid en dus hun inkomen. Overschakelen op andere teelten is niet evident, melk en vee is –was- hun bestaansbron. Zij hebben geen ambitie om melk uit te voeren, maar smeken “als je armoede wil bestrijden, begin dan hier. Vroeger konden we onze melk kwijt op onze lokale markt, nu kunnen we die amper kwijt, maar kunnen onze kosten niet dekken. We willen niet de volgende werklozen van onze steden worden. Hier in Europa zitten de melkboeren ook met de handen in het haar: melk houdt voor velen het bedrijf rendabel. Nu moet de prijs omlaag, in het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Zij zijn bereid te praten over een vermindering van de productie, maar vragen dat Europa een redelijke prijs blijft bieden.  De vrijhandelsregels maken boeren in Burkina Faso, Indië en in Europa tot slachtoffer van de grote melkhandelaars en –verwerkers. Melk is geen uitzondering, hetzelfde gebeurt met bijvoorbeeld suiker, mais of rijst, Agro-industrie maakt de kleine boer en boerin overbodig.

Dat is de waarheid achter de mooi klinkende slogan “vrijhandel tegen de honger”. De grote spelers van de voedselindustrie proberen hun greep op het voedselsysteem alsmaar te vergroten. Hen komt in de eerste plaats de verdere liberalisering ten goede. Zo kunnen ze produceren, kopen en afzetten waar het hen best uitkomt.
Om nog aan de bak komen,  kan de kleine boer en boerin het wel opnemen tegen die grote economische spelers?  Als onze leiders in de schoot van de WTO de huidige beleidstrend verder zetten geven ze die mensen helemaal geen kans, want ze weten beter: je zal pas eten als je competitief bent geworden,…

Wat is er dan wel nodig? En wat heeft het met u als consument en burger te maken?
De eerste prioriteit ligt in lokale en regionale voedselvoorziening. Voedselzekerheid wordt best gegarandeerd door voedsel zo dicht mogelijk bij de plaats van consumptie te telen. Productie dient vooral gericht te zijn op de noden van de mensen die in dat land of grote regio leven door hen adekwaat voedsel te leveren aan redelijke prijzen, en gelijktijdig een waardig inkomen aan de boeren en boerinnen in diezelfde regio. Alleen hierdoor zullen boeren niet meer aan honger lijden. Een doordacht en duurzaam landbouw- en voedselbeleid streeft volgens ons niet naar maximale hoeveelheden voor maximale uitvoer. Al blijven vele ontwikkelingslanden gekneld door hun schuldenlast in een uitvoerbeleid, wijzen er genoeg voorbeelden uit dat juist hierdoor landbouwprijzen ineenstorten. Internationale handel is daarom zeker niet overbodig. Maar de internationale markten vormen geen doel op zich en moeten voldoende gereguleerd worden om redelijke en stabiele prijzen te voorzien voor boeren en consumenten.
Als consument kan u een signaal geven door te kiezen voor duurzaam consumeren, bijvoorbeeld met producten uit de eigen kwaliteitslandbouw, en tropische producten met het Fairtradelabel Max Havelaar.
Als burger kan u onze beleidsmakers oproepen: “neem uw verantwoordelijkheid op voor de bescherming en de realisatie van het recht op voedsel, bijvoorbeeld als u binnenkort op de volgende Ministeriële Conferentie van de Wereldhandelsorganisatie in Hong Kong gaat onderhandelen. Voer een eigen voedselbeleid in Europa, maar niet ten koste van het Zuiden, dus stop meteen met alle exportsubsidies die ginds de markten verstoren. Geef andere landen en regio’s de ruimte om ook hun eigen beleid uit te zetten. Help hen daar zelfs bij, door aangepaste ontwikkelingssamenwerking en door arme landen niet te dwingen hun markten te openen voor goedkope – soms gesubsidieerde – producten.”

Het is echt nodig dat men stopt met valse beloftes te koppelen aan de wereldwijde liberalisering. Dat is niet de weg om het millenniumdoel van honger- en armoedebestrijding te halen. Als we op die weg verdergaan, zullen mannen, vrouwen, kinderen in het Zuiden massaal honger blijven lijden. Andere maatregelen zijn nodig want ... DE TIJD LOOPT.

Jan Vannoppen, Vredeseilanden,
Thierry Kesteloot, Oxfam-Solidariteit,
Johan Cottenie, 11.11.11.

Deel dit artikel