Het Belgische defensiedebat. Visie van de vredesbeweging

De Vlaamse vredesorganisaties Pax Christi, Vrede vzw en Vredesactie en de Franstalige vredeskoepel CNAPD reageren op de formateursnota en de partijprogramma's van de onderhandelaars met een eigen nota over de hervorming van het Belgische leger.

Het heeft er alle schijn van dat de hervormingen van het Belgische leger wel eens hoog op de agenda komt van de volgende regering. De formatienota blijft summier maar ligt in de lijn van de al wat duidelijkere partijprogramma's. Een goede aanleiding tot een signaal vanuit de vredesbeweging.
Het debat over het Belgisch leger is volgens de vredesbeweging geen op zichzelf staand debat en moet in een bredere veiligheidsbenadering passen.

1. Bij de hervorming van het legerapparaat moet rekening worden gehouden met een brede (menselijke) veiligheidsbenadering. Veiligheid heeft verschillende dimensies en houdt verband met economische, politieke, diplomatieke en ontwikkelingsfactoren. De nieuwe mondiale trend tot bewapening en de te grote militarisering van het veiligheidsdebat kunnen juist aan de basis liggen van groeiende onveiligheid.
2. Het debat over de beschermingsverantwoordelijkheid (‘responsibility to protect’) wordt te veel verengd tot militair interveniëren (‘responsibility to react’). De vredesbeweging vraagt meer aandacht voor een preventiebeleid (‘responsibility to prevent’), de post-conflictfase (‘responsibility to rebuild’) en niet-militaire vormen van interveniëren. De vredesbeweging wijst op het gevaar dat andere belangen kunnen meespelen in het interventiedebat .
3. Een militaire interventiestrategie is weinig geloofwaardig als de actoren van zo een interventie zich bezondigen aan wapenhandel met landen en regio’s in conflict of via hun politiek, economisch en ander beleid mee aan de basis liggen van het ontstaan of voeden van een conflict.

Een korte analyse van de programma’s van de partijen die in de volgende regering verwacht mogen worden, toont de vraag naar een moderner, kleiner en efficiënter leger, dat bovendien ook meer risicovolle opdrachten moet kunnen aannemen dan nu het geval is. De vredesbeweging heeft hierbij enkele bedenkingen.

4. België moet zich in principe afzijdig houden van militair interveniëren in het kader van vredesafdwingende operaties (‘peace-enforcing’). Dergelijke operaties slagen er zelden in om een duurzaam resultaat te behalen. Bovendien heeft België expertise, noch uitrusting om vredesafdwingende operaties tot een goed einde te brengen. Het ontwikkelen van voldoende gevechtscapaciteit voor dergelijke interventies vergt onevenredig zware investeringen. België kan veel efficiënter bijdragen tot de internationale vrede en veiligheid door de reeds bestaande expertise in niet-militaire interventies verder uit te bouwen.
5. België moet werk maken van de civiele veiligheidscapaciteit. Heel wat opdrachten die het leger vandaag ambieert, zoals ontmijningsactiviteiten of humanitaire opdrachten kunnen beter toevertrouwd worden aan civiele organisaties (een internationale poot aan de civiele bescherming).
6. België moet blijven streven naar een zo groot mogelijk vredesdividend. Het defensiebudget mag niet omhoog, ook niet onrechtstreeks. Militaire operaties mogen onder geen beding deel uitmaken van de aanrekenbare criteria voor ontwikkelingssamenwerking.

Er bestaat eveneens eensgezindheid in de partijprogramma's over de nood aan een sterker en geloofwaardiger Europa, onder andere vertaald in de noodzaak tot uitbreiding van het gebruik van de gekwalificeerde meerderheid, taakspecialisatie en synergie op militair vlak. Ook bij dit pleidooi en bij het bredere internationale kader horen enkele kritische bedenkingen thuis.

7. Het Belgische defensiedebat wordt vooral gevoerd vanuit een Europees kader  waarbij geargumenteerd wordt dat voldoende inspanningen nodig zijn om de geloofwaardigheid bij de Europese partners te behouden. De vredesbeweging heeft daarbij volgende bedenkingen:
1. Er moet dringend werk gemaakt worden van een degelijke parlementaire controle, zowel op Belgisch als op Europees niveau, op het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid in het algemeen en van het Europees Defensieagentschap (EDA) in het bijzonder
2. Taakspecialisatie en meerderheidsbesluitvorming op Europees niveau impliceren het afstaan van de beslissingsbevoegdheid over de inzet van het Belgische leger naar het Europese niveau. Belgische militairen kunnen dan ingezet worden tegen de wil van de Belgische bevolking en het Belgische parlement in. Is dit een consequentie die we bereid zijn te dragen? De mogelijkheid van een opt-out voor wie niet akkoord is moet behouden blijven.
3. Ook op Europees niveau is een grotere nadruk op een breed menselijk veiligheidsbeleid en een grotere coherentie met andere beleidsdomeinen die raakvlakken hebben met het veiligheidsbeleid (handel, landbouw, ontwikkelingssamenwerking, wapenhandel,…) nodig.

8. Het Belgische leger functioneert nog altijd voornamelijk in het NAVO-kader. Dit evolueert sterk en vrijwel zonder debat in België.
1. Deze NAVO mag niet uitgroeien tot een wereldwijde militaire alliantie of een mondiale politieagent.
2. Ook de NAVO leidt aan een stevig democratisch deficit. De solidariteit binnen de NAVO mag geen excuus zijn voor slaafse volgzaamheid vanwege België.
3. België moet binnen de NAVO pleiten voor de verwijdering van de kernwapens en werk maken van het afstoten van de nucleaire taken. Daarbij moet de Belgische regering de terugtrekking vragen van de in Kleine Brogel gelegen kernwapens. Ook moet België pleiten tegen een rakettenschild dat nodeloze spanningen met Rusland creëert. Tevens moet de Belgische regering garanderen dat niemand tegen zijn wil wordt vastgehouden, mishandeld of gefolterd wordt op militaire basissen in België en dat er geen enkele samenwerking met dit oogmerk is tussen het Belgisch leger en de Amerikaanse veiligheidsdiensten.

9. Elk Belgisch optreden moet zich schikken naar de bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties en vereist minstens een mandaat van de Veiligheidsraad.

Conclusie
De respectieve partijprogramma’s maken de intentie om het Belgische leger te hervormen duidelijk. Volgens ons zijn deze hervormingen minder eenduidig als wordt voorgesteld. Via deze weg roepen we dan ook op tot een maatschappelijk debat alvorens beslissingen te nemen over de uiteindelijke hervorming van het Belgische leger.

Deel dit artikel