Het mijnenveld van het Belgische voorzitterschap van de OVSE

Het voorbije jaar werd de dertigste verjaardag van de CVSE/OVSE (Conferentie/Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) gevierd. Die verjaardag is zo goed als ongemerkt voorbij gegaan, wat veel zegt over het belang dat er aan gehecht wordt. Ons land neemt in 2006 het voorzitterschap waar. Geen eenvoudige klus, want de OVSE worstelt met een crisis. Rusland heeft grote moeite met de agenda en focus van de organisatie.

Hoewel het grote publiek de OVSE niet kent, is ze met 55 lidstaten de grootste regionale veiligheidsorganisatie in de wereld. Op 1 augustus 1975 ondertekenden de toen nog 35 deelnemende landen na drie jaar onderhandelen de Slotakte van Helsinki. In de inleiding van de Slotakte verkondigden de lidstaten: “Bezield door de politieke wil, in het belang van de volken, hun betrekkingen te verbeteren en te versterken en in Europa bij te dragen tot vrede, veiligheid, gerechtigheid en samenwerking, alsmede tot toenadering tot elkaar en tot overige staten in de wereld”.

De CVSE (die vanaf 1995 OVSE zou worden) moest in volle Koude Oorlog als diplomatiek platform fungeren voor de drie blokken, de NAVO, het Warschaupact en de niet-gebonden (neutrale) staten. Met de val van de muur veranderde ook de CVSE waarbij de nadruk kwam te liggen op de begeleiding van de postcommunistische staten in hun transformatie naar democratische rechtstaten met een open markteconomie. In het in 1990 opgestelde Charter van Parijs wordt het neoliberale marktdenken een van de basisprincipes van de CVSE: “We zijn er van overtuigd dat onze algemene economische samenwerking moet uitgebreid worden, vrij ondernemen aangemoedigd en de handel verhoogd en gediversifieerd volgens de GATT-regels” (de vrijhandelregels zoals die binnen de huidige Wereldhandelsorganisatie gelden, nvdr.). In de Slotakte heette het nog dat de landen zich bewust zijn “van de verscheidenheid van hun economische en sociale stelsels”, overeenkomstig de realiteit van de verschillende ideologische stelsels.

De Slotakte had wel iets revolutionairs. De lidstaten stapten af van de puur militaire aanpak van veiligheidsproblemen en promootten, althans op papier, een breed veiligheidsconcept. Er is sprake van de zogenaamde drie ‘korven’. De economische en ecologische aspecten evenals de menselijke aspecten (mensenrechten) krijgen een volwaardige plaats naast de (klassieke) politiek-militaire dimensie van veiligheid.

Institutionalisering of bureaucratisering?

Begin jaren negentig werden heel wat stappen gezet in de richting van een institutionalisering die de oorspronkelijke ‘Conferentie’ het karakter van een ‘Organisatie’ moesten verlenen. Er kwam eerst een secretariaat (Praag), een Conflictpreventiecentrum (Wenen) en een Bureau voor Vrije Verkiezingen (Warschau) het latere ‘Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR). Vanaf 1991 volgden de oprichting van een Parlementaire Assemblee (Kopenhagen), een Economisch Forum, de installatie van een Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden, de Secretaris-Generaal en het jaarlijks roteren van het voorzitterschap. Er werd ook afgesproken dat er om de twee jaar een top van staats- en regeringsleiders zou plaatsvinden en een jaarlijkse Raad van Ministers. Op vlak van ontwapening kwam er een Forum voor Veiligheidssamenwerking dat sindsdien wekelijks samenkomt.

Het uitbreken van de Balkanoorlogen en andere conflicten in de OVSE-regio temperde het aanvankelijke optimisme over de ‘nieuwe veiligheidsomgeving’. Op de problemen in de Balkan reageerde de OVSE met veldmissies, eerst in Kosovo, Sandjak en Vojvodina en Skopje. Af en toe komen die in de controverse. Denken we maar aan de dubieuze rol van OVSE-man William Walker (voormalig VS-ambassadeur in El Salvador) die het Racak-bloedbad tot buitengewone proporties opklopte en zo mee het terrein bereidde voor NAVO-luchtbombardementen en daarmee zijn eigen OVSE-missie ondermijnde. Ondertussen zijn er al een 18-tal van dergelijke veldmissies. In de laatste jaren ontsnapte ook de OVSE niet aan het prioritair stellen van de terrorismebestrijding.

Kritiek op de nieuwe ontwikkelingen die de OVSE sinds de jaren negentig doormaakte bleef niet lang uit. Eerst en vooral is er het verwijt dat de OVSE een bureaucratisch ondoorzichtig kluwen is geworden dat bovendien weinig efficiënt en coherent werkt. Op de laatste slotmeeting in Ljubljana is er een ‘wegenkaart’ afgesproken die de OVSE geleidelijk moet helpen hervormen. Dit dossier is volgens minister De Gucht een van de vier prioriteiten van het Belgische voorzitterschap. Ten tweede is er het profiel van de OVSE. Er zijn immers grote overlappingen (en concurrentie) met andere instellingen zoals de uitbreidende Europese Unie, NAVO en de Raad van Europa. Het is nog onduidelijk hoe de OVSE daar in de toekomst mee zal omgaan.

Russisch ongenoegen

De grootste crisis waar de OVSE vandaag mee kampt komt voort uit het ongenoegen van Rusland en een aantal andere OVSE-lidstaten (waaronder om evidente redenen als het over mensenrechten en democratisering gaat, Wit-Rusland). Ten eerste is er de Russische bezorgdheid over het feit dat de OVSE nagenoeg uitsluitend in het oostelijke deel (in het OVSE-jargon: ‘ten oosten van Wenen’) van het OVSE-gebied actief is. Daarbij vindt Rusland bovendien dat de activiteiten te veel geconcentreerd liggen op de menselijke dimensie en te weinig op de politiek-militaire en economisch-ecologische dimensie. Er schuilt natuurlijk wel een logica in het feit dat de concentratie van OVSE-activiteiten zich in de onstabielere oostelijke regio afspelen. Het valt anderzijds echter wel op dat geen van de 18 OVSE-veldmissies in het westen plaatsvindt en dat de mensenrechtenkwestie ook zo goed als uitsluitend in deze verketterde regio wordt aangekaart. Dikwijls wordt Rusland daarin met de vinger gewezen.

In dat verband is het inderdaad zo dat de OVSE een opvallend stilzwijgen bewaard over de mensenrechtenschendingen die begaan worden in het kader van de terreurbestrijding. Hoewel Rusland hier wellicht mee de oorzaak van is (gezien de eigen slechte reputatie in Tsjetsjenië) zijn ook de VS geen vragende partij, gezien de schendingen van de rechten van ‘terreurgevangenen’. Het enige wat daarrond uit de bus is gekomen is een mediageniek bezoek van Annemarie Lizin aan Guantanamo in haar hoedanigheid als verslaggeefster van de commissie mensenrechten van de Parlementaire Assemblee van de OVSE. Guantanamo moet sluiten, zo luidt haar verdicht, maar het valt te betwijfelen of de VS daar veel gehoor aan zullen geven.

De Russische klachten zijn niet helemaal ongegrond. Hoewel de veldmissies zich in het Oosten afspelen zijn de missiehoofden bijna allemaal uit het Westen afkomstig. Rusland verwijt ODIHR verder te autonoom te werken, waarbij functionarissen eenzijdige verklaringen afleggen zonder ruggespraak met de Permanente Raad van de OVSE. Op de jongste OVSE ministerconferentie zei de Russische minister van Buitenlandse Zaken dat het “absoluut noodzakelijk is om duidelijke en transparante principes af te spreken over de methodologie die wordt toegepast met betrekking tot de samenstelling van de missies, de aanduiding van het missiehoofd, het aantal observatoren en het bewaken van de evenwichtige samenstelling van de missies”.

Rusland maar ook andere staten beschuldigen de VS en de OVSE er van om met dubbele standaarden te meten, waarbij de verkiezingen in ‘hun’ regio (Georgië, Oekraïne, Kazakstan en Kirgizië) zwaar op de korrel worden genomen wegens onregelmatigheden, terwijl licht gedaan wordt over de tekortkomingen bij de presidentsverkiezingen in de VS (denken we maar aan de ponskaarten-affaire in Florida). Op de OVSE bijeenkomst in Sofia (2004) ontstak de Russische minister van Buitenlandse Zaken bijna in woede: “Observatie van verkiezingen verliest niet alleen zijn zin, maar is ook een instrument aan het worden van politieke manipulatie en een destabiliserende factor”.

Harde noot om kraken

Dat er op de ministerconferentie in Ljubljana geen slotverklaring kwam is tekenend voor de crisis waarin de OVSE vertoeft. De Russen struikelden o.m. over Moldavië en weigeren hun troepen terug te trekken uit Transnistrië, het Russisch sprekend deel van Moldavië dat zich begin jaren negentig afscheidde van Moldavië. Zij beschuldigden de VS er van naar een oplossing te streven buiten de wil om van de inwoners van Transnistrië.

Nog een ander ongenoegen gaat over wat de Russen de “totale kalmte” noemen van “de politieke-militaire branche van de OVSE-activiteiten”. Daar wordt nu gedeeltelijk aan tegemoet gekomen door de organisatie in februari 2006 van een seminarie over militaire doctrines. Hoewel het Belgisch voorzitterschap gesteld heeft dat een groter evenwicht tussen de verschillende dimensies (politiek-militair, economisch-milieu en mensenrechten) een andere prioriteit vormt is nu al duidelijk dat minister De Gucht wat het naar boven tillen van het politiek-militaire en meer bepaald de kwestie van de ontwapening betreft, geen potten zal breken. In de Slotakte van Helsinki staat nochtans dat de lidstaten overtuigd zijn van de noodzaak om “doeltreffende maatregelen te nemen die, door hun draagwijdte en hun aard, stappen betekenen op de weg naar de uiteindelijke verwezenlijking van algemene en volledige ontwapening onder streng en daadwerkelijk internationaal toezicht en die zouden moeten uitmonden in versterking van de vrede en de veiligheid in de wereld”. Het is duidelijk dat we daar heel ver van af staan. Er is al een tijdje een nieuwe tendens naar militarisering. De nucleaire machten weigeren bijvoorbeeld verder te ontwapenen en gaan integendeel zelf over tot de modernisering van hun arsenaal. Tijdens een ontmoeting van NGO’s met het kabinet van minister De Gucht liet men zich zelfs ontvallen dat de OVSE voor die kwestie niet het geschikte platform is. Idem voor de enorme stijging van de defensie-uitgaven in de VS en in sommige andere NAVO-lidstaten.

Het Belgisch voorzitterschap zal ook zonder deze en andere gevoelige dossiers - die veelal  gemeen hebben dat ze op de tenen van Washington kunnen stappen - toch een harde noot om kraken hebben met dit voorzitterschap. Naast de genoemde prioriteiten hoopt minister De Gucht, die bijgestaan zal worden door Pierre Chevalier in de functie van Speciaal Gezant, ook op andere aspecten goed te scoren. In een onlangs verspreid persbericht staat: “België wordt voorzitter op een ogenblik dat de OVSE nieuwe uitdagingen tegemoet gaat, onder andere aangaande de interne hervormingen die erop gericht zijn zich aan te passen aan de huidige politieke werkelijkheid. Het Belgische voorzitterschap zal tevens een actief beleid voeren inzake het oplossen van de zogenaamde "bevroren conflicten" in Moldavië -Transnistrië, in Nagorno-Karabakh en in Georgië (Zuid-Ossetië en Abchazië).  Eenzelfde bereidwillige inzet zal getoond worden inzake de belangrijke rol die ook  voor de OVSE is weggelegd bij het definitief vastleggen van het statuut voor Kosovo.  Een andere prioriteit voor ons voorzitterschap zal het respect voor de rechtsstaat en de strijd tegen de internationale misdaad zijn.”

Eind volgend jaar kunnen we de balans opmaken.

Ludo De Brabander

Dit artikel verschijnt ook in 'Vrede. Tijdschrift voor Internationale Politiek'

 

Vrede DOOR:

Deel dit artikel