Het militaire Israël onderhoudt goede relaties met het Westen

De bezetting van de Palestijnse gebieden en het harde militaire optreden hebben niet verhinderd dat Israël goede politieke en militaire relaties handhaaft met de meeste Westerse landen.

De VS onderhouden zelfs buitengewoon geprivilegieerde banden met Tel Aviv en financieren bijna een kwart van het Israëlische militaire apparaat. Ook Europa doet een duit in het zakje. Heel wat Europese landen verkopen wapens aan Israël. Dat neemt niet weg dat Israël zelf een belangrijke wapenproducent is en kan rekenen op tal van afzetgebieden. De band die Israël heeft met het Westen werd eind vorig jaar verzilverd met een individueel samenwerkingsakkoord met de NAVO.

Israël is een vrij jonge staat die zich van bij het ontstaan in een uitermate conflictueuze relatie bevindt met zijn Arabische buurstaten. Die context heeft er voor gezorgd dat Israël vandaag beschikt over een hoogtechnologisch en goed bewapend leger dat opgebouwd werd uit diverse milities van de jaren ’30 en ’40, met een stevige militair-industriële basis.

De defensie-industrie

Israël was in de eerste decennia van zijn bestaan erg afhankelijk van de import van wapens uit voornamelijk de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk. Dat liep niet altijd van een leien dakje. Toen de oorlog uitbrak in 1967 kondigde de Franse president De Gaulle een wapenembargo af. Frankrijk was in de periode 1956-67 Israëls belangrijkste leverancier van zware wapens. Het Franse embargo kwam als een shock en was de aanleiding voor een zeer intensief omschakelingsprogramma, waarbij in razendsnel tempo tal van wapens en wapensystemen in eigen land werden aangemaakt. Al in de eerste drie jaar na 1967 verviervoudigde de militaire productie!

Dergelijke zware investeringen en lopende kosten konden op termijn slechts gedragen worden door naast de binnenlandse afname door het Israëlische leger ook zwaar te mikken op buitenlandse afzetmarkten. Op korte tijd werd de buitenlandse markt belangrijker dan de lokale markt. Israël groeide uit tot een van de grootste wapenexporteurs in de wereld. Behalve dat het om een lucratieve bezigheid gaat is de omzet nodig om te kunnen blijven investeren in het eigen legerapparaat met moderne wapensystemen.

Tegenwoordig zijn er ongeveer 150 verschillende defensiebedrijven die gezamenlijk goed zijn voor inkomsten ter waarde van 3,5 miljard dollar. De drie grootste zijn in handen van de regering. Het gaat om Israël Aerospace Industries (IAI), Israel Military Industries (IMI) en Rafael Arms Development Authority. IAI alleen al is goed voor een verkoop van 2,18 miljard dollar (2000), waarvan 1,7 miljard voor de export. Het bedrijf spreekt in zijn nieuwsbrief over openstaande bestellingen ter waarde van 6,9 miljard dollar aan het eind van het derde kwartaal van 2006. IAI is vooral bekend voor zijn onbemande vliegtuigen zoals de ‘Hunter’ die o.a. door België zijn aangekocht, maar is ook actief in de productie van satellieten en specialiseert zich de jongste jaren in het onderhoud en verbetering van vliegtuigen. IAI werkt samen met de VS aan de ontwikkeling van een antiraketsysteem, de Arrow. IMI maakt heel wat conventionele wapens zoals machinegeweren (de ‘Uzi’), zware munitie, raketsystemen en gepantserde voertuigen (waaronder de beruchte ‘Merkava’-reeks). IMI heeft een omzet van 550 miljoen waarvan 60 procent uit de export. Andere belangrijke bedrijven zijn Rafael Arms Development Authority (overheidsbedrijf), Elbit Systems, dat in 2003 het in Oudenaarde gevestigde OIP (producent van onder meer nachtkijkers) opkocht en Tadiran Electronic Industries (met specialiteit in elektronische oorlogsvoering). IAI (33), Elbit (48), Rafael (61) en IMI (93) behoren volgens het Zweedse vredesonderzoeksinstituut SIPRI tot de 100 grootste bedrijven wereldwijd.

Wapenexport

De export van wapens uit Israël wordt gecoördineerd en gereguleerd door SIBAT (Buitenlandse Hulp- en Exportorganisatie voor Defensie), dat valt onder het ministerie van Defensie. SIBAT verstrekt de exportvergunningen maar promoot ook alle producten die voor het Israëlische leger werden ontwikkeld. Heel wat landen behoren tot de kopers. In de SIPRI-lijst van belangrijke wapentransfers staan kopers als Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, Polen, Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Turkije. Vooral de onbemande vliegtuigen (UAV’s) zijn veel gevraagd. Zo kocht België in 1998 3 UAV’s van het type B-Hunter, een contract ter waarde van 62,5 miljoen Euro.

Ook na het uitbreken van de Intifada zou België nog inkopen doen bij Israël. Begin 2001 maakte het wapenbedrijf IAI bekend dat het een contract had binnengehaald voor de levering van 20 EHUD 'Pods' aan het Belgische leger (waarde 6 miljoen dollar). Deze Pods (Autonomous Air Combat Maneuvering Instrumentation - AACMI) beschrijft IAI zelf als het meest geavanceerde trainingssysteem voor gevechtsvliegtuigen.

Israël kan ook vrij gemakkelijk zelf wapens inkopen bij de meeste westerse landen. In 2005 werd vanuit Europa voor een totaal van 145,403 miljoen Euro aan wapens uitgevoerd richting Israël. België prijkte met 14,232 miljoen Euro op de vierde plaats. De grootste leveranciers zijn traditioneel Frankrijk (72,219 miljoen Euro goedgekeurde vergunningen in 2005), Verenigd Koninkrijk (33,454 miljoen Euro) en Duitsland (20,358 miljoen Euro). Een opvallend dossier betreft de Duitse levering van 2 duikboten van het type U212 (Dolphin Klasse) aan Israël. Volgens de Jeruzalem Post zou het contract daarvoor getekend zijn in juli 2006, vlak voor of tijdens de Libanon-oorlog. Het contract heeft een waarde van 1,27 miljard dollar, waarvan Duitsland zelf een derde ophoest. Volgens het gespecialiseerde tijdschrift Jane’s Defence Weekly zijn de duikboten geschikt om kruisraketten te lanceren die geladen zijn met kernkoppen.

Ook vanuit België zijn de gewestregeringen – met uitzondering van 2004 - vergunningen blijven verstrekken voor wapenverkoop aan Israël. In 2006 keurde de Vlaamse regering drie vergunningen goed, waarvan twee in juli-augustus (Libanoncrisis!). In 2005 heeft Delcredere wapenexporten richting Israël verzekerd ter waarde van 2,58 miljoen Euro, zo bleek uit het antwoord van minister van Buitenlandse Zaken De Gucht op een parlementaire vraag.

Europa beschikt nochtans over een gedragscode voor wapenhandel waarbij gemakkelijk vier van de acht criteria kunnen worden toegepast op Israël. België heeft daarenboven een wapenwet, die ook na de defederalisering van het vergunningenbeleid van toepassing blijft. Ook daar zijn er verschillende criteria die wapenleveringen aan Israël minstens betwistbaar maken.

Militaire steun

De Verenigde Staten zijn veruit de grootste bondgenoot van Israël, niet alleen politiek maar ook militair. Israëls defensieapparaat zou wellicht niet het huidige niveau hebben gehaald moesten de VS het land niet elk jaar verwennen met immense stromen dollars aan militaire steun. Het magazine Washington Report on Middle East Affairs berekende op basis van officiële cijfers in wat het een conservatieve schatting noemt, dat er tussen 1949 en 2006 107 miljard dollar vloeide naar Israël. Sinds 1985 gaat het over jaarlijkse pakketten van rond de 3 miljard dollar aan economische en militaire steun, zonder de extra’s via bijvoorbeeld programma’s voor militair onderzoek. Israël is daarmee veruit de belangrijkste ontvanger van buitenlandse steun vanuit de VS. Aan het einde van zijn ambtstermijn sloot de Amerikaanse President Bill Clinton op vraag van de Israëlische premier Netanyahu, een Memorandum of understanding af, waarin afgesproken werd dat de militaire steun aan Israël op termijn zou toenemen, ten koste van de economische steun. Tegen 2008 zou de militaire steun 2,4 miljard $ moeten bedragen, goed voor een jaarlijkse stijging van 60 miljoen $.

Een rapport gericht aan het Amerikaanse Congres berekende dat tegen 2003 het merendeel van de financiële steun, namelijk 75 miljard dollar, bestond uit giften of kwijtgescholden leningen. Volgens de opstellers is Israël in verschillende opzichten dan ook uniek voor wat betreft de buitenlandse financiële steun. Zo krijgt Israël ook speciale voordelen waarvan andere landen niet genieten, zoals het gebruik van Amerikaanse hulp voor onderzoek en ontwikkeling in de VS, het gebruik van Amerikaanse militaire steun voor militaire aankopen in Israël of het ineens ontvangen van alle hulp in de eerste 30 dagen van het nieuwe begrotingsjaar in plaats van uitbetalingen in 3 of 4 schijven zoals dat met andere landen gebeurt. Bovenop de gewone militaire hulp kan Israël ook nog eens genieten van middelen voor grote militaire projecten zoals de ontwikkeling van het Arrow antiraketsysteem (625 miljoen dollar), de ontwikkeling van Lavi, een militair vliegtuig waarvan de ontwikkeling inmiddels is afgeblazen (1,3 miljard dollar), 200 miljoen voor de ontwikkeling van de Merkava-tank en 130 miljoen voor de ontwikkeling van een laser antiraketsysteem, enz… Volgens het Israëlische Instituut voor Export zouden Israëlische defensiebedrijven in 2007 voor 371 miljoen dollar aan Amerikaanse steun voor militaire projecten binnenrijven.
 
NAVO-akkoord

Op 16 oktober 2006 tekenden Israël en de NAVO een nieuw samenwerkingsakkoord, het Individual Cooperation Program’. Israël was daarmee het eerste niet-Europese land waarmee de NAVO een dergelijk intensief samenwerkingsakkoord afsluit. Het vormt het voorlopige sluitstuk van de toenadering die in 2001 startte met een ‘veiligheidsovereenkomst’ tussen NAVO en Israël. Het programma voorziet in een samenwerking op 27 domeinen zoals antiterrorismebestrijding, het delen van inlichtingen, politieke dialoog, militaire oefeningen, crisismanagement, nucleaire biologische en chemische defensie, controlebeheer van het luchtruim, ontwapening en non-proliferatie.

Als gevolg van het akkoord zullen Israëlische verbindingsofficieren toegevoegd worden aan de commandostructuur in Napels op het operationele en tactische niveau. Een concrete uitwerking van het akkoord is de deelname van de Israëlische marine aan de operatie ‘Active Endeavour’, in het kader van de strijd tegen het terrorisme.

Het akkoord volgt enkele maanden na de goedkeuring van een resolutie in het Amerikaanse Congres dat zo’n individueel samenwerkingsprogramma vraagt als een “eerste stap in de richting van de opname van Israël in de NAVO als een volwaardig lid”. De voorzitter van het Atlantic Forum of Israel, prof. Uzi Arad, stelde naar aanleiding van een conferentie die het een week later gezamenlijk met de NATO Public Diplomacy Division hield, dat de trend duidelijk is, namelijk dat Israël een officieel partnerschap nastreeft met de NAVO, dat mogelijks zelf kan uitmonden in lidmaatschap. Een hoge NAVO-vertegenwoordiger, Patrick Hardouin, stelde dat “de ups en downs van het Israëlisch-Palestijns conflict niet beperkend mogen werken op de samenwerking tussen NAVO en Israël”.

Hoewel het akkoord de relatie tussen de NAVO en Israël formaliseert, is de samenwerking met Israël niet nieuw. In februari 2005 bracht voor het eerst in de NAVO-geschiedenis de hoogste NAVO-vertegenwoordiger, Secretaris-Generaal Jaap de Hoop Scheffer, een officieel bezoek aan Israël. Een maand later al vonden de eerste gemeenschappelijke Israëlische-NAVO marinemanoeuvres plaats. In mei van datzelfde jaar werd Israël als ‘Mediterranean Associate Member’ toegelaten tot de parlementaire assemblee van de NAVO. In juni namen Israëlische troepen deel aan NAVO-oefeningen. Israël participeerde vervolgens ook aan twee belangrijke NAVO/PfP militaire oefeningen in Roemenië en Oekraïne in 2006.

Atoomwapens

Israël was tegen 1988 in het bezit van naar schatting 100 tot 200 nucleaire wapens, een arsenaal dat volgens bepaalde bronnen wel eens heel wat groter zou kunnen zijn. De CIA gaat zelfs uit van 200 tot 400 nucleaire wapens. Het blijven schattingen omdat Israël naast India en Pakistan vooralsnog weigert het Non Proliferatieverdrag (NPV) te ondertekenen. Het NPV verplicht de ‘erkende’ nucleaire machten (VS, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en China) om geen atoomwapens of militaire nucleaire technologie te transfereren naar andere staten. Niet-atoommachten verbinden zich er toe om geen atoomwapens te verwerven. Een controlemechanisme, het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), ziet er op toe dat alles volgens de spelregels verloopt.

Omdat Israël het verdrag niet heeft getekend is de controle op het Israëlische kernwapenarsenaal onbestaande. Tijdens een herzieningsconferentie van het NPV in 1995, is er een resolutie gestemd die duidelijk op het Israëlisch nucleair arsenaal is gericht. Ten eerste worden “alle staten in het Midden-Oosten die dat nog niet hebben gedaan, opgeroepen zonder uitzondering zo vlug mogelijk tot het verdrag toe te treden en hun nucleaire faciliteiten onder de volledige controle te plaatsen van het IAEA”. De resolutie vraagt verder, net zoals in de ‘Irak’-resolutie en in resolutie 49/71 van de Algemene Vergadering van de VN, dat er effectief werk wordt gemaakt van een zone vrij van massavernietigingswapens.

Kort nadat Iran een ballistische raket testte, de Shahab-3, liet de voormalige Israëlische premier, Shimon Peres, op 13 juli 1998 op een persconferentie in Jordanië, voor het eerst publiekelijk verstaan dat Israël in het bezit is van atoomwapens: “Israël bouwt aan een nucleaire optie niet om Hiroshima, maar om Oslo te bekomen.” Intussen beschikt Israël naar schatting over 350 tot 500 kg ‘weapon grade’ plutonium. Dat wordt aangemaakt in de reactor in Dimona die al sinds 1964 operationeel is. De bewijzen van het bestaan en de activiteiten van Dimona kwamen er na de publieke verklaringen van de uit Israël gevluchte kernfysicus, Mordechai Vanunu, die zijn verhaal met wetenschappelijke gegevens en foto’s in 1986 liet publiceren in de Sunday Times. Hij werd kort daarna in Rome door de Mossad in de val gelokt, mishandeld, ontvoerd en in een geheim proces tot 18 jaar gevangenis veroordeeld. De eerste twaalf jaar daarvan bracht hij door in isolement in een veel te kleine cel.

Het Israëlische nucleaire programma dateert al van de jaren veertig. Het werd opgestart in het Weissman Instituut voor Wetenschappen onder de directie van Ernst David Bergmann, de vader van de Israëlische bom, die in 1952 de Israëlische Atoomenergie Commissie oprichtte. Het grootste deel van de technologische nucleaire ondersteuning kwam vanuit Frankrijk, waardoor de reactor in Dimona kon worden gebouwd. Ook de VS waren van in het begin actief, door in te staan voor de opleiding van Israëlische nucleaire wetenschappers en door de levering van nucleair gerelateerde technologie, zoals de kleine reactor voor onderzoek (1955) onder het programma ‘Atomen voor Vrede’. Uranium werd geleverd door het Apartheidsregime in Zuid-Afrika. Naast nucleaire wapens heeft Israël ook zo goed als zeker aan een programma voor de aanmaak van biologische wapens gewerkt, meer bepaald in Nes Tziyona Biological Institute (Tel Aviv). Vermoedelijk werd met het Apartheidsregime samengewerkt voor de ontwikkeling van een ‘etnobom’. Israël heeft in elk geval het verdrag dat het verbod op biologische wapens regelt niet getekend. Ook zou Israël over een productiecapaciteit beschikken voor mosterd- en zenuwgas, hoewel vermoedelijk nog niet gemonteerd op ballistische raketten. Het verdrag op verbod van chemische wapens is in 1993 getekend, maar de ratificering blijft uit.

Zeker is dat Israël alles heeft van een nucleaire grootmacht. Tel Aviv beschikt over de zesde voorraad militair plutonium in de wereld met gesofistikeerde dragers en lanceersystemen. Daaronder 50 Jericho-2 raketten met een reikwijdte van 1.500 km en 50 Jericho-1 raketten met een reikwijdte van 500 km. Onbevestigde rapporten melden dat Israël op dit ogenblik hard werkt aan Jericho-3 die tot 4.800 km ver zouden reiken, wat betekent dat zelfs Europa binnen Israëlisch nucleair bereik komt. Israël beschikt daarnaast over een hele reeks gevechtsvliegtuigen die eveneens met atoomwapens kunnen geladen worden (2 F-15I, 6F-15D, 18 F-15C, etc…). Nog niet zolang geleden heeft Tel Aviv zijn nucleaire militaire capaciteit verder uitgebreid, dankzij de ingebruikname van drie ‘Dolphin’duikboten geleverd door Duitsland. Deze duikboten beschikken over het meest geavanceerde gevechtssysteem. Ze zijn geschikt om langeafstandskruisraketten (zoals Tomahawk met een draagwijdte van 1.500 km) te lanceren. Dat betekent dat Israël via lucht, land en zee een ‘nucleaire Triangel’ heeft voltooid.

De Israëlische regering kiest er vooralsnog voor om de dubbelzinnigheid over haar atoomwapens te bewaren, omdat de huidige situatie, aldus Shimon Peres, er voor zorgt dat iedereen voldoende overtuigd is van de nucleaire afschrikking zonder tegelijk de status van duidelijkheid te hebben wat het gemakkelijker zou maken om Israël aan sancties te onderwerpen. Een officiële bekendmaking zou er wel eens toe kunnen leiden dat de jaarlijkse 3 miljard dollar economische en militaire steun van de VS op de helling komt te staan. Israël weerstond eind jaren zestig de druk van VS-president Johnson om toe te treden tot het Non Proliferatie Verdrag. In 1970, onder Nixon, bereikten beide staten een “don’t ask, don’t tell’-akkoord. En dat blijft tot vandaag geldig. In tegenstelling tot veel andere landen zet de VS Israël niet langer meer onder druk zolang het zich low-profile opstelt: geen tests, geen verklaringen en het bezit niet toegeven. Gideon Ezra, voormalig lid van de Knesset en minister, vatte de Israëlische politiek terzake goed samen : "hoe vager je bent over wat je bezit, hoe beter de afschrikking. De politiek van de dubbelzinnigheid zal niet veranderen."

Het Israëlische leger

Israël beschikt over een modern en volwaardig uitgerust leger met land-, zee- en luchtmacht. Mannen en vrouwen moeten dienstplicht vervullen met uitzondering van de Palestijnse Israëli’s en uitzonderingen op religieuze gronden. Mannen moeten drie jaar dienen, vrouwen 21 maanden. Daarna wordt iedereen in reserve-eenheden ingedeeld met jaarlijkse oproepen om enkele weken terug de wapens op te nemen. In 2006 bedroeg het Israëlische defensiebudget 10 miljard dollar, waarvan bijna een kwart wordt gedragen door de VS. Israël bekleedt daarmee de 17 plaats in absolute cijfers. Gemiddeld gaat ongeveer 10 procent van het nationaal inkomen naar defensie.

Het Israëlische leger (‘Tsahal’) dat in 1948 is opgericht behoort tot de best getrainde gevechtstroepen in de wereld. Sindsdien bepaalt het leger een groot deel van het politieke, economische  en sociale leven. De samenleving is sterk gemilitariseerd. Sommigen spreken dan ook van een militaire democratie. Van de negentien stafchefs van het leger maakten er zeven een politieke carrière als minister, onder wie twee premiers (Rabin en Barak). Twee generaals schopten het tot president (Weizman en Herzog). In de regering van Ariel Sharon (gevormd in 2001) zaten maar liefst vijf generaals. Het kabinet Olmert telt twee generaals (Ben-Eleziër en Mofaz) en enkele belangrijke ex-medewerkers van de Shabak (het Israëlische Veiligheidsagentschap, dat vroeger bekend was als Shin Bet). Voormalige generaals hebben ook economische sleutelposities en velen schopten het tot burgemeester. In het hele politiek-economische en administratieve apparaat zitten hoge officieren op prominente plaatsen, waardoor de militaire logica ver is doorgedrongen in de politieke en maatschappelijke organisatie van Israël.

De bezetting van de Palestijnse gebieden slorpt niet alleen veel militaire middelen op, maar heeft ook voor controverse gezorgd binnen de rangen van het Israëlische leger. Er zijn verschillende initiatieven geweest, vooral vanuit de reserve en op niveau van de officieren, om te weigeren nog langer te dienen in de bezette gebieden. Ook zijn er heel wat jongelui die als dusdanig weigeren dienst te nemen in het leger. Het Israëlische leger wordt geregeld op de korrel genomen door mensenrechtenorganisaties omwille van de politiek van executies van Palestijnse militanten, het gedrag aan de controleposten, het massaal bombarderen van woongebieden en andere schendingen van het oorlogsrecht.

Ludo De Brabander

(Dit overzicht is gemaakt naar aanleiding van 40 jaar bezetting. Bezoek de campagnewebsite van het APP)

Bronnen
Clyde R. Mark. Israël: US Foreign Assistance. CRS Brief issue for Congress. Foreign Affairs, Defense and Trade Division, 25 april 2005

Cohen, Avner & Burr, William. Israel Crosses the Treshold. In Bulletin of The Atomic Scientists. Mei/juni 2006

De Brabander, Ludo. De Israëlische massavernietigingswapens, 15 april 2004, op http://www.vrede.be

De Brabander, Ludo. Het Israëlische Defensie-apparaat. In: De Brabander, Ludo, Palestina, een kroniek van een bezetting. Vredescahier 2002/2

Global Security, http://www.globalsecurity.org

Israel Aerospace Industries, http://www.iai.co.il/

Karpin, Michael. The Bomb in the Basement. How Israel went Nuclear and whta that means to the World. Simon & Schuster, New York, 2006
 
Memorandum van het Actieplatform Palestina over het Belgische beleid inzake het Israëlisch-Palestijns conflict, 29 november 2006

Sipri Yearbook 2006. Armaments, Disarmament and International Security. Oxford University Press, Oxford, 2006

The Israel Export and International Cooperation Institute, http://www.export.gov.il

 

Vrede DOOR:

Deel dit artikel