Hoe komt voedsel op het bord van de G8?

Deze week gaat de G8 door in L’Aquila, Italië. Waarover zal er de komende dagen bericht worden? Hopelijk niet over de al dan niet volwassen meisjes waarmee Berlusconi al dan niet iets heeft. Hopelijk niet over de exorbitante veiligheidsmaatregelen. Hopelijk wél over landbouw en voedselzekerheid en de honger van een miljard medeburgers, want dat thema krijgt voor het eerst sinds lang weer een voorname plaats op de agenda. En voor het eerst sinds lang hoor je pleidooien voor structurele investeringen in de landbouw, veeleer dan het optrekken van de voedselhulp. 


Het is eigenaardig te noemen dat voedselzekerheid zo hoog op de agenda staat. Op het eerst gezicht zijn de grote machtsthema's tenslotte de economische crisis, de positie van de dollar als reservemunt voor de wereld, energiebevoorrading en klimaat. Die thema's komen ongetwijfeld aan bod, maar voor landbouw werd in de aanloop naar de G8 al een investeringspakket aangekondigd van 12 miljard dollar.

Van waar plots die daadkracht? Een ethisch reveil? Een slinks afleidingsmanoeuvre? Of is nu iedereen echt overtuigd van de noodzaak om te handelen?

U-turn

Het is natuurlijk positief dat landbouw en voedselzekerheid eindelijk hoog op de agenda staat. Het is hoogdringend. De algemene verwachting is dat de voedselcrisis nu op waakvlam staat en bij de eerste stijging van de energieprijzen weer escaleert tot een uitslaande brand die wereldwijd huishoudt. De analyses die de voedselcrisis, de economische crisis, de klimaatcrisis en de energiecrisis aan elkaar linken, zijn inmiddels tot vervelens toe uitgebeend. Een panel van 400 wetenschappers samengesteld door de belangrijke internationale instellingen (IAASTD) riep daarom in 2008 op om massaal te investeren in familiale landbouw, als antwoord op deze verschillende crisissen. Zelfs de Wereldbank schaarde zich daar achter.

Dat op zich is een U-turn. Het staat diametraal tegenover het beleid van tientallen jaren van blinde liberalisering van de wereldvoedselmarkt dat ten koste ging van de landbouw in arme landen. Het contrasteert ook met het beleid dat honger bestreed door voedselhulp - een methode die lokale markten veelal ontwrichtte en een verlammende afhankelijkheid creëerde. Toch stopten de VS bijvoorbeeld al die jaren 20 keer meer in voedselhulp dan in de verhoging van de lokale Afrikaanse landbouwproductie. Dat voedselhulp een gedroomde schaamlap was voor de rijke landen om de eigen overschotten te dumpen, is daar natuurlijk niet vreemd aan.

Nochtans kennen uitgerekend de landen van de G8 verdomd goed het recept van hun eigen succesvolle ontwikkeling tijdens de voorbije eeuw: een stabiele landbouweconomie. En dat mocht wat kosten, want het geopolitieke belang van een eigen landbouw is moeilijk te onderschatten. Tussen 1986 en 2007 investeerden de VS en de EU zo gemiddeld respectievelijk 17.765 dollar en 7.614 dollar per jaar per landbouwbedrijf, terwijl ze jaarlijks over dezelfde periode amper 1.01 dollar en 2.46 dollar investeerden in arme kleinschalige landbouwers in hongerlanden.

Euforie is voorbarig

Het zou cynisch zijn om te twijfelen aan de oprechte bedoelingen van vele regeringsleiders om substantiële maatregelen te treffen. Maar naast goede bedoelingen, daagt bij hen natuurlijk even goed de idee dat de voedselcrisis die we doormaken geen loutere gril van de markt is, maar een fundamentele schok die ook de Westerse manier van denken en leven zal beïnvloeden.

En dan is 12 miljard aan bijkomende landbouwinvesteringen een belangrijke stap. Maar euforie is voorbarig. Beloven is immers één ding, de uitvoering volgt daarom niet uit zichzelf. Op de FAO-top in Rome van juni 2008 werd ook al tien miljard aan investeringen in landbouw aangekondigd. Maar van de vorige beloofde 10 miljard is nog maar een fractie geïnvesteerd.

Een eerdere G8-bijeenkomst bombardeerde de millenniumdoelstellingen tot topprioriteit. Er werd toen afgesproken dat tegen 2015 het aantal hongerlijders gehalveerd zou worden tot 400 miljoen. We zitten volgens de recentste FAO-cijfers evenwel al aan 1 miljard. Niet bepaald de goede richting.

Een nieuwe instelling voor landbouw en voedsel

Wie zal erop toezien dat de vers aangekondigde 12 miljard effectief besteed wordt? Bij het maken van de grote beloftes zijn de camera’s doorgaans niet te tellen. Niet nagekomen beloftes overstijgen zelden een halve krantenkolom.

Een nieuw wereldagentschap voor voedsel en landbouw zou daarbij een belangrijke rol kunnen spelen. Zo’n agentschap zou alle bevoegdheden rond landbouw en voedsel moeten bundelen, die nu versnipperd zijn over verschillende instellingen zoals de FAO en de Wereldbank. In de wandelgangen circuleren daarover degelijke plannen. Plannen die de steun van de G8 goed kunnen gebruiken.

De huidige situatie vraagt een kordaat ingrijpen. Om het financiële systeem overeind te houden werd wereldwijd naar schatting 8,7 triljoen dollar geïnjecteerd. Daarbij gold het argument dat er geen keuze was, dat anders alles dreigde stil te vallen. Met permissie, maar het landbouwsysteem en de daarmee samenhangende elementen van ontwikkeling, klimaat, water en andere schaarse hulpbronnen zijn de basisvoorwaarde van alles. Deze thema’s verdienen dus minstens evenveel aandacht.

Jan Aertsen en Gert Engelen, Vredeseilanden

Deel dit artikel