Huisje, boompje, tuintje, kindje in Mwenda

Etienne steekt me een briefje in de handen: 0° 25' N, 29° 46' E, altitude 1562m. “Dat is de precieze locatie van ons dorp, Mwenda. Is het hier niet prachtig? Een Amerikaan baat hier zelfs een gîte touristique uit. Zal ik je de recente geschiedenis van ons dorp vertellen?”

De natuur is inderdaad adembenemend mooi hier aan de voet van het groene Rwenzori gebergte. Aan de andere kant van de bergen ligt Oeganda. De velden van Mwenda bevinden zich op de ideale hoogte om koffie te kweken. Lange tijd haalde het dorp zijn rijkdom uit die koffiebessen.

Huisje

Tot begin de jaren ’90 de ellende begon. Een ziekte trof alle koffieplanten en plots bleef er niets meer over van hun economische basis. Bovendien bleken de wouden rond Mwenda de ideale uitvalsbasis voor milities allerhande. In ’93 werd de situatie zo onveilig dat iedereen wegvluchtte. Naar Beni, naar Butembo, naar familie nog verder weg… Niemand bleef in het dorp achter.

Een jaar later keerden de families geleidelijk aan terug. De meeste huizen stonden nog recht, maar de velden lagen er verwaarloosd bij, de koffieplanten waren verdwenen, er was geen school meer, geen dispensarium, niets. Behalve huizen, en een paar mensen met slimme ideeën.
“We richtten een soort dorpsraad op, en besloten samen om eerst groeten te beginnen kweken,” vertelt Stanley, een onderwijzer die als één van de eerste terugkeerde. “Zo kregen de kinderen tenminste weer wat vitamines binnen.” Het werkte. En op 25 juni 1995 registreerden ze hun dorpsraad onder de naam Apader, Association des paysans pour un développement rural. Twee bureaus, een tafel en een stoel. Zo ging de kersverse organisatie van start.

Tuintje

Het dorp had opnieuw een cash crop nodig, een alternatief voor de koffie. De mensen van Apader gingen ideeën sprokkelen in de andere dorpen en uiteindelijk besloten ze zich te wagen aan rijstteelt. Ze kregen 125kg rijstzaad van iemand uit Beni, en begonnen te experimenteren. De velden op grote hoogte bleken geen succes: die hadden te veel te lijden onder de erosie. Op de velden iets lager bleken de ratten de grote boosdoener. Maar nog lager, bleek de opbrengst heel erg hoog: van 1kg rijstzaad kon 50kg geoogst worden!

Nu, meer dan 10 jaar later, staat Apader tot ver buiten de regio gekend om zijn rijstexpertise. Dankzij een kredietsysteem (waarbij iedere boer die zaad krijgt, een dubbele hoeveelheid teruggeeft aan Apader) hebben ze nu 13ton rijstzaad. Ze zijn ook begonnen met étuvage, dat de rijst witter en voller van smaak maakt.

“Onze volledige economie is nu gebaseerd op rijst,” legt Stanley uit. “De “rijst van Apader” is geliefd tot ver buiten de streek. Handelaars van honderden kilometers verder komen onze rijst kopen. Soms hebben we zelfs te maken met ‘piraterij’: handelaars herverpakken de rijst en verkopen hem onder eigen merk. Binnenkort bekijken we wat we daartegen kunnen doen.“

Boompje

De rijstverhaal is een succes, en toch vind je op de borden voornamelijk bananenpuree als basisvoedsel. Iedere familie heeft wel een paar bananenbomen rond het huis staan. Maar de planten zien er niet gezond uit. Een nieuwe ziekte doet de ronde, en vernietigt de bananenbomen, en daarmee ook de voedselstock. De boosdoener heet ‘Wilt’, een bacterie. Er is geen behandeling mogelijk, behalve alle bananenbomen verwijderen, het land minstens 6 maand braak laten liggen, en opnieuw beginnen.

Maar wat moeten de families in die tussentijd eten? Apader begeleidt hen om bonen, maniok of andere voedingsgewassen te planten. “Het is niet gemakkelijk om boeren te overtuigen hun veld te vernietigen. Het zal nog een moeizaam proces worden. Toch is dat de enige manier om deze ziekte in de streek uit te roeien,” vertelt Etienne.

“We hebben ook ingezien dat het niet goed is om alleen een voedingsgewas, rijst, als inkomensbron hebben. Daarom zijn we opnieuw begonnen met het verdelen van koffieplantjes. Zodat de mensen hun koffie kunnen verkopen, en hun rijst ook opeten indien nodig.”

Kindje

Mwenda ligt er verlaten bij als ik er rondwandel. Het lijkt alsof alleen achtergelaten peuters en kleuters de huizen bevolken. Spelend, liggend, verbaasd opkijkend als die mzungu voorbijkomt. ’s Morgens krijgen ze bananenpuree voorgeschoteld, en dan vertrekken de mannen en vrouwen naar de velden, tot rond vier uur in de namiddag. Ook hier wordt dus druk gependeld. ‘s Middags loopt één van de zussen even weg van school om bananenpuree klaar te maken voor de kleintjes. Werken staat ook op hun menu: nu en dan worden ze samengeroepen om de rijstkorrels te ‘filteren’…

Als ik op het punt sta te vertrekken, verzamelt zich een massa leerlingen van de lagere en middelbare school rond mij. “Het is een vrouw!” fluisteren ze tegen elkaar. Witte mannen komen hier wel meer langs - de Monuc patrouilleert af en toe in het dorp – maar een blonde madam, dat is toch wel iets speciaals om ’s avonds aan hun ouders te vertellen. Etienne vertelt fier: “Iedereen in Mwenda gaat naar school. We hebben dit jaar zelfs ongeveer 50 leerlingen die naar de universiteit gaan! Weet je, voor een boerenfamilie is dat ongeveer het hoogste dat ze kunnen bereiken op de sociale ladder. Eerst probeert een boer eigenaar te worden van een veld. Als dat lukt, zorgt hij dat hij minstens 3 geiten heeft. En dan bouwt hij een stenen huis met een golfplaten dak. Als hij dan nog meer geld kan sparen, koopt hij zich een brommer. Daarna komt een gsm of een radio. En als de familie nog meer verdient, dan kunnen zijn kinderen naar de universiteit. Investeren in de toekomst, heet dat.”

Vredeseilanden ondersteunt Apader in de volledige rijstketen: zaadvermeerdering, teeltadvies, étuvage technieken, management en marketing. Ook financieren we de sensibilisering rond de bananenziekte en het herintroduceren van koffie als alternatieve cash crop. Bij het begin van de samenwerking gaven we ook financiële steun voor de bouw van 3 bruggen, waardoor het nu mogelijk is om met een vrachtwagen tot aan de markt van Mwenda te geraken.

Nele Claeys

Deel dit artikel