In de strijd tegen honger is meer nodig dan geld

Wereldvoedseldag 2010


16 oktober, wereldvoedseldag. Een dag waarop de wereld de balans opmaakt van de strijd tegen honger. Is er goed nieuws? Wel ja, het aantal hongerigen is lichtjes gedaald. Van 1 miljard naar 925 miljoen. Een pleister op een open wonde. De minste opflakkering van de prijzen zal weer miljoenen mensen over de rand van het hongerravijn duwen. Een oplossing voor het hongerprobleem is er daarenboven niet binnen het huidige voedselsysteem. Dat systeem geeft simpelweg geen prioriteit aan het voeden van mensen.

 

Dure eden

Wereldleiders zweren nochtans geregeld dure eden. Nieuwe miljarden worden toegezegd voor de strijd tegen de honger, waarvan vaak slechts een deel effectief op tafel komt. Geld dat moet gaan naar landbouwinvesteringen. Maar zelfs als het geld op tafel komt, blijft het dikwijls haperen tussen de traag malende tandwielen van de bureaucratie, zoals momenteel gebeurt met het Belgisch geld voor de landbouwsector in Congo.

Geld blijft hard nodig. De investeringen die in ontwikkelingslanden moeten gebeuren om de verwaarloosde landbouw erbovenop te krijgen, zijn gigantisch. Toch is het onzinnig om enkel te hameren op meer middelen. Die vraag gaat immers voorbij aan de fundamentele vaststelling dat ons huidige voedselsysteem ziek is. En dat los je niet met geld op.

 

Brandstof boven eten?

Olivier De Schutter, VN-rapporteur voor het recht op voedsel, is erg scherp is zijn analyse van het industriële voedselcomplex. Terwijl iedereen praat over het verhogen van de productie, was de graanoogst van dit jaar de derde beste ooit - ondanks tegenvallende oogsten in Rusland. Op zich is er genoeg productie om iedereen te voeden. Alleen is het huidige voedselsysteem daar niet op gericht, stelt hij vast.

Het is in de eerste plaats gericht op het voeden van vee: 40% van de maisproductie in de VS wordt verwerkt tot veevoer. Het is gericht op het vullen van brandstoftanks: de VS verwerken 20% van hun maïs tot biobrandstof. Mensen voeden komt op de laatste plaats, want daarmee valt het minste winst te rapen. Voedsel verplaatst zich naar waar er het meest mee te verdienen valt. Arme mensen met lege magen vallen daar niet onder.

 

Geen zweverige romantiek

Om die mensen wel te voeden is een switch nodig naar een andere, familiale landbouw. Een landbouw die vertrekt van de miljoenen boerenfamilies wereldwijd, die nu vaak zelf hongerlijden. Een landbouw die ingebed is in de samenleving en zich in de eerste plaats bekommert om mens en milieu en daar een rendabel bedrijf rond bouwt.

Het rendement van zo'n landbouw lees je niet enkel af van de opbrengst uitgedrukt in tonnen voedsel. Landbouw dient verschillende functies, en moet daarop afgerekend worden. In welke mate geneert landbouw inkomens en draagt het bij aan het terugdringen van armoede en honger op het platteland? In welke mate schenkt het kansen aan vrouwen om hun maatschappelijke positie te verbeteren? En in welke mate slaagt landbouw erin haar beslag op de aarde te beperken en de biodiversiteit te verijken?

Het bilan van landbouw op industriële leest kleurt op al die terreinen dieprood. Het is economisch en ecologisch ook simpelweg niet vol te houden. Voor inputs en transport berust het volledig op de beschikbaarheid van goedkope olie. Voor elke calorie die het produceert, slorpt het industriële voedselsysteem 10 calorieën fossiele brandstof.

Familiale landbouw kan voor de noodzakelijke kentering zorgen. Er zijn genoeg plaatsen waar boeren en boerinnen bewijzen dat dit landbouwmodel geen zweverige romantiek is. Door samenwerkingsstructuren op te zetten langs boerenorganisaties en coöperatieven slagen ze erin verschillende markten efficiënt te bevoorraden, terwijl de ecologische balans in evenwicht blijft.

 

 

Beleid belangrijker dan beloftes voor meer geld

Maar om ervoor zorgen dat familiale landbouw haar potentieel kan waarmaken, is concreet politiek beleid belangrijker dan nog eens een belofte voor meer geld.

Ten eerste moeten overheden zich focussen op het goed functioneren van de lokale en regionale voedselmarkt - waar 88% van de productie geconsumeerd wordt. Een mix van ondersteuning en gerichte marktafscherming helpt om stabiele en lonende prijzen tot stand te brengen. Helaas wordt vandaag onder druk van de Wereldhandelingsorganisatie nog steeds voorrang gegeven aan het dictaat van een gebrekkig functionerende wereldmarkt.

Ten tweede moet de volatiliteit op de voedselmarkten getackeld worden. Uit een recent rapport van de Wereldbank bleek hoe de grote prijsschokken tijdens de voedselcrisis van 2008 hoofdzakelijk veroorzaakt werden door speculanten. Voedsel mag niet langer het onderwerp zijn van speculatie, met een miljard hongerlijders als lijdend voorwerp. Een verstandig beheerd systeem van voedselvoorraden kan speculatie grotendeels zinloos maken.

Ten derde liggen er open kansen om meer samenhang te brengen tussen beleidsdomeinen die elkaar vandaag tegenwerken. Zo belijdt de EU wel al in woorden dat familiale landbouw de beste return geeft op vlak van armoedebestrijding en groei, maar stelt ze zich tegelijk onverzettelijk op bij het onderhandelen van Europese Partnerschapsakkoorden met een groep Afrikaanse landen. Waar die familiale landbouw zeker in Afrika net gerichte afscherming nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen, vraagt de EU op korte termijn verregaande liberalisering. Ironisch genoeg weet de EU verdraaid goed dat de modernisering van de Europese landbouw na WO II precies op afscherming en actieve ondersteuning gestoeld was.

Meer geld blijft nodig in de strijd tegen honger. Maar de middelen moeten dan wel geïnvesteerd worden in een ander voedselsysteem: in de landbouw, de scholing, de regelgeving en de instellingen die nodig zijn om het te realiseren.

Jelle Goossens, Vredeseilanden
Jo Dalemans, Broederlijk Delen
Thierry Kesteloot, Oxfam Solidariteit

Deze advertentie verscheen n.a.v. wereldvoedseldag in Metro, De Standaard en De Tijd

Klik om te vergroten.

http://www.11.be/images/stories/themas/voedsel/wereldvoedseldag_2010_550.png

Deel dit artikel