Indiase aids-remmers alleen voor de rijken

India is een grote exporteur van aids-remmers, maar in India zelf krijgen slechts 30.000 mensen de levensverlengende medicijnen. India telt 5 miljoen mensen die besmet zijn met het HIV-virus dat aids veroorzaakt.


Ten minste 500.000 Indiërs hebben de rest van hun leven antiretrovirale medicijnen nodig om te voorkomen dat ze aids krijgen of om de ziekte af te remmen. De Indiase regering verspreidt aids-remmers via centra in zes prioritaire deelstaten - Maharashtra, Tamil Nadu, Karnataka, Manipur, Andhra Pradesh en Nagaland – en in politiek belangrijke deelstaat Delhi. In eerste instantie was het de bedoeling om 100.000 mensen op antiretrovirale therapie te zetten voor het einde van 2005, maar waarschijnlijk zal dat aantal zelfs niet gehaald worden voor het einde van 2006. Zwangere vrouwen die besmet zijn met HIV, kinderen jonger dan 15 jaar en volwassenen met aids die zich voor behandeling hebben gemeld bij een overheidsziekenhuis, krijgen voorrang bij de gratis verstrekking van virusremmers. Maar uit cijfers van de overheid blijkt dat het programma in juli door slechts 10.255 mensen gevolgd werd. Nog eens 9.000 Indiërs worden behandeld via programma's voor overheidspersoneel en werknemers in de georganiseerde sector. Privé-therapie, die 18.000 roepie (335 euro) per jaar kost, is voor de meeste Indiërs onbetaalbaar.

In het hele land krijgen nog geen 30.000 mensen de benodigde therapie, zegt Jaydeep Gogtey, medisch directeur van Cipla Ltd., een grote fabrikant van virusremmers. Cipla baseert die schatting op het aantal uitgeschreven recepten. Waarschijnlijk slikken veel meer mensen via niet-officiële kanalen medicijnen. Zij gebruiken tijdelijk medicijnen, slikken er twee in plaats van drie of delen hun medicijnen met anderen, zegt Sanjay Pujari, een arts in de westelijke stad Pune die zich alleen bezighoudt met behandeling van HIV. Acitivisten en gezondheidsfunctionarissen stellen dat het overheidsprogramma slecht wordt uitgevoerd. De behandelcentra liggen in de steden, terwijl de meeste mensen die behandeling nodig hebben, op het platteland wonen. Zij kunnen zich niet veroorloven om geregeld lange afstanden te reizen.

Hoewel de verstrekking van medicijnen via het programma gratis is, kosten de HIV-tests vaak wel geld. Een HIV-test kost ongeveer 1.500 roepie (28 euro) en daardoor blijven de medicijnen onbereikbaar voor de armsten. Zelfs als de testen gratis zouden zijn, dan zijn mensen vaak nog aangewezen op privé-klinieken, omdat de apparatuur in de overheidsziekenhuizen vaak niet werkt. Bovendien zouden patiënten niet goed geïnformeerd worden over de bijwerkingen van de medicijnen en over het feit dat ze de pillen levenslang en regelmatig moeten blijven gebruiken.

Veel gebruikers weten ook niet dat ze resistent kunnen worden tegen de virusremmers, waardoor overstappen op andere, duurdere medicijnen noodzakelijk wordt. Het kopen van medicijnen buiten de reguliere kanalen om vergroot het risico op ziekte of resistentie.

De gratis verstrekking van medicijnen volgde na een lange strijd in de jaren negentig. Het was toen al duidelijk dat met virusremmers het leven van mensen met aids aanzienlijk verlengd kon worden, maar de kosten van 8.000 tot 13.000 euro per jaar maakten dat een onbereikbaar ideaal. De gepatenteerde medicijnen waren zelfs voor veel mensen in rijke landen te duur.

Internationale groeperingen zoals Médicins Sans Frontières, voerden een lange strijd voor goedkopere medicijnen. Ze vonden een bondgenoot in Indiase fabrikanten die goedkopere versies van de gepatenteerde medicijnen produceerden voor Afrika en Azië. Dat was mogelijk omdat de Indiase wetgeving de patenten destijds niet erkende.

In februari 2001 bood de Indiase farmaceut Cipla Ltd hulporganisaties een generische HIV-cocktail (een combinatie van aids-remmers) aan voor nog geen 300 euro per jaar per persoon. Uiteindelijk daalden de prijzen over de hele lijn, omdat ook andere Indiase bedrijven streden om een aandeel in de wereldwijde markt. India controleert momenteel 10 procent van de wereldmarkt in generische medicijnen. Het land hoort bij de vijf grootste producenten van die medicijnen en exporteert voor 2,7 miljard euro naar 65 landen. 'Het is ironisch dat bijna de helft van de aids-medicijnen in de wereld door Indiase bedrijven gemaakt wordt, terwijl ze in India zelf nauwelijks gebruikt worden', zegt Amit Sengupta van het Delhi Science Forum, een gerenommeerde, onafhankelijke denktank. 'De meeste mensen kunnen zich zelfs de goedkoopste varianten niet veroorloven.' Uit verschillende delen van India komen berichten dat mensen die wel eerstelijns aids-remmers gebruiken, resistent worden. Uit een recent onderzoek van YRG Care in Chennai, bleek dat 20 procent van de patiënten resistente vormen van het virus ontwikkeld had. Zij hebben tweedelijnsbehandeling nodig. De medicijnen daarvoor zijn tien keer zo duur als de eerstelijnsmedicijnen. (JS/PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel