Interview met internationaal lichte wapensexperte Rebecca Peters

Twee jaar na de invoering van de strengere wapenwet (wet Onkelinx) in België, zijn er plannen om de wet aan te passen. Om te vermijden dat de wet verzwakt wordt, werd er op 6 juni een persconferentie in het federale parlement georganiseerd door het Vlaams Netwerk Lichte Wapens (dat bestaat uit Vrede vzw, Amnesty International Vlaanderen, Pax Christi en Proyecto Gato), Amnesty International francophone en GRIP.

Eén van de sprekers was de internationale lichte wapensexperte Rebecca Peters. Ze begon haar carrière in haar geboorteland Australië, waar ze als onderzoekster het verband tussen het wapenbezit en het aantal wapendoden onderzocht. De resultaten schokten haar zo, dat ze activiste voor een wapenvrije wereld werd.

Door haar toedoen werd in 1996 de wapenwet in Australië verstrengd. Ondertussen is het aantal wapenslachtoffers daar met de helft gedaald. Daarna vertrok ze naar Amerika waar ze de grootste vijand van de Amerikaanse wapenlobby (de National Rifle Association - NRA) werd. Vandaag is ze de directeur van the International Action Network on Small Arms (IANSA).
Een gesprek met iemand die al heel wat watertjes doorzwommen heeft.


U bent de directeur van IANSA. Wat is IANSA precies en wat willen jullie bereiken?
IANSA maakt deel uit van de wereldbeweging tegen wapengeweld. De organisatie ontstond in 1998 in navolging van de campagne om landmijnen te verbieden. De groepen die bij die campagne betrokken waren, vonden dat er een soortgelijke campagne moest komen tegen kleine en lichte wapens. We zijn een campagne gestart, maar het is veel moeilijker mensen te overtuigen van het gevaar van kleine wapens aangezien ze in de maatschappij ingeburgerd zijn.
De landmijnenproblematiek was gemakkelijker te communiceren omdat de meeste mensen overtuigd zijn dat landmijnen vreselijke wapens zijn. Ons netwerk bestaat ondertussen uit ongeveer 800 ngo’s in 120 landen die vinden dat hun werk door de wapenstroom belemmerd wordt. Ze wisselen informatie uit en proberen problemen die gerelateerd zijn aan wapengeweld op te lossen.
Zowel vrouwenorganisaties, milieuorganisaties, kerken en humanitaire agentschappen maken deel uit van ons netwerk. De omvang van het netwerk geeft perfect de impact van wapens op wereldvlak weer. We tonen eigenlijk aan dat wapengeweld alle aspecten van de maatschappij beïnvloedt.

Hoe ernstig is het probleem van kleine en lichte wapens?
Er zijn ongeveer 875 miljoen wapens in de wereld en 74 procent daarvan is in handen van particulieren. Het wapenarsenaal van burgers is dus drie keer groter dan het arsenaal van alle overheden in de wereld samen. Dat is beangstigend. Wapens die ontworpen zijn om te doden, zouden niet zo wijdverspreid mogen zijn onder de burgerbevolking.
Ongeveer 25 procent van de wapens zijn illegaal. Elke dag sterven er 1000 mensen door wapengeweld. Dat zijn 350.000 tot 500.000 doden per jaar. Ter vergelijking: landmijnen maken jaarlijks 12.000 tot 15.000 slachtoffers. Datzelfde aantal mensen wordt elke twee weken door vuurwapens gedood. Voor elke persoon die omkomt, raken er drie ernstig gewond, velen van hen zijn invalide voor het leven. Naast de impact op mensenlevens heeft wapengeweld ook een enorme invloed op het groeiproces van een land.
Als mensen zich niet veilig voelen, gaan ze niet werken en sturen ze hun kinderen niet naar school. Dat leidt tot armoede en armoede op haar beurt leidt tot meer wapengeweld. Het is een vicieuze cirkel. Per jaar worden er ongeveer 8 miljoen nieuwe wapens geproduceerd.
Op wereldvlak produceert de helft van alle landen wapens, munities of bestanddelen van beide. Alle landen in de wereld kopen wapens. Doordat er geen internationale criteria en wetten bestaan, krijgen wapenhandelaars en smokkelaars vrij spel. Ze verwerven fortuinen door de verkoop van dodelijke wapens in onstabiele regio’s. Wapengeweld moet dus dringend meer aandacht krijgen als je de omvang van het probleem ziet. U spreekt over de relatie tussen armoede en wapengeweld.

Zou het niet beter zijn om de armoede en de gevolgen daarvan te bestrijden in plaats van het aantal wapens te beperken?
Armoede, ongelijkheid en werkeloosheid kunnen inderdaad geweld veroorzaken. Maar het geweld is veel minder dodelijk als er geen wapens beschikbaar zijn.
Mensen raken gewond of van streek, maar ze gaan niet dood. Als je wapens geeft aan mensen die zich in een wanhopige situatie bevinden, gooi je olie op het vuur.
Het conflict escaleert veel sneller en er komen meer mensen om het leven. Het doel van IANSA is doden voorkomen, het aantal slachtoffers beperken. Dat kunnen we door ervoor te zorgen dat landen in een probleemsituatie geen wapens krijgen.
Natuurlijk moeten de kernoorzaken van het probleem opgelost worden, maar er zijn al genoeg organisaties die zich met de bestrijding van armoede en ongelijkheid bezighouden.

Kunt u iets vertellen over de evolutie van de wereldwijde verspreiding van kleine en lichte wapens?
Zijn er nu meer in omloop dan enkele jaren geleden? De laatste jaren is het probleem toegenomen. Na de Koude Oorlog werd de markt overspoeld met honderden miljoenen wapens die daarvoor in handen waren van het leger van de Sovjet-Unie.
Na de val van het communisme werden de legers van het Oostblok ontmanteld en de wapens kwamen op de vrije markt terecht. Jammer genoeg werd er niet gecontroleerd wie de wapens kocht en waar ze naartoe gingen. Er ontstond dus een ontraceerbare wapenstroom.
IANSA probeert het probleem te beperken door jaarlijks wapeninzamelacties te organiseren. Elk jaar vernietigen we 1 miljoen wapens, maar er komen ook elk jaar 8 miljoen nieuwe wapens bij. Dat is frustrerend. We zetten één stap voorwaarts en 7 stappen achterwaarts.
We slagen er niet in de wapenindustrie bij te benen. Maar we blijven positief omdat er ook positieve evoluties zijn. Zowel op nationaal als op internationaal niveau worden er stappen ondernomen om het wapenbeleid aan te passen en meer controle uit te oefenen.
Het is de taak van IANSA om die processen te versnellen omdat elke dag zonder controle het leven kost aan duizend mensen. Misschien slagen we er uiteindelijk in om de wapenstroom te beperken. Maar zo ver zijn we nog lang niet. IANSA ijvert voor een internationaal wapenhandelverdrag.

Eind mei verklaarden 109 landen zich in Dublin akkoord een ontwerpverdrag te willen ondertekenen tegen clustermunities. Waarom is het zo moeilijk om een soortgelijk verdrag op te stellen voor kleine en lichte wapens?
Het is gemakkelijker om een verdrag rond clustermunitie te maken aangezien de meeste landen in de wereld geen clustermunitie produceren of gebruiken. Ze tekenen dus een verdrag waar ze persoonlijk niet door beïnvloed worden.
Wapens daarentegen worden door elk land gebruikt of gemaakt. Bovendien zijn wapens minder controversieel dan clustermunitie doordat ze ook door agenten, bewakers en jagers gebruikt worden. Wapengebruik is ook veel moeilijker te controleren.
Het is wijdverspreid en in sommige gevallen zelfs gewettigd. De grote uitdaging voor de toekomst is dus de wapenproliferatie te beperken om misbruik te voorkomen. Dat kan men bereiken door een sterk internationaal verdrag. Maar veel regeringen vrezen dat hun economie klappen gaat krijgen als ze zich achter zo een verdrag scharen.
Daarnaast speelt ook de wapenlobby een belangrijke rol. Ze oefent enorm veel druk uit op regeringen en slaagt er vaak in beslissingen uit te stellen. Dat verbijstert me altijd als je de verwoestende impact ziet die wapens op de maatschappij hebben.
In 2006 verklaarden 153 landen zich principieel akkoord onderhandelingen te starten om tot een internationaal wapenhandelverdrag te komen.

De onderhandelingen zouden in 2007 van start gaan. Wat is er tot nu toe al gebeurd?
Tijdens de algemene vergadering van de Verenigde Naties (VN) in 2006 keurden 153 landen een resolutie goed waarin stond dat men zou beginnen werken aan een internationaal wapenhandelverdrag.
Ongeveer 75 procent van alle VN-landen steunt het idee. De Europese Unie is een belangrijke voorstander maar ook landen die ernstige gevolgen van de wapenproliferatie ondervinden, willen meewerken. Het gaat vooral om landen in Afrika (Mali, Kenia, Senegal) en Latijns-Amerika.
Het probleem is dat enkele van de grootste wapenproducenten en exporteurs zoals de Verenigde Staten, Rusland en China tegen het verdrag zijn. Ook India en Pakistan reageren niet echt positief.
Na de goedkeuring van de resolutie is er een groep experts samengesteld die moest nadenken over de verschillende aspecten van het verdrag. De opbouw, de transacties, de wapens en de internationale transporten die in het verdrag moeten komen, de juridische afdwingbaar, de haalbaarheid, enzovoort.
Eind dit jaar brengen ze verslag uit bij de VN en dan moeten de lidstaten beslissen wat de volgende stap is. Met een beetje geluk beginnen we volgend jaar te onderhandelen over de inhoud van het verdrag.

Wat zijn volgens IANSA de minimumvereisten die het internationaal wapenhandelverdrag moet bevatten?
Het verdrag moet juridisch bindend zijn aangezien we in het verleden gezien hebben dat een vrijwillig verdrag niet werkt. Daar botsen we direct op de beperkingen van het internationaal recht. Als regeringen een conventie ondertekenen, zijn ze verplicht zich daaraan te houden. Maar er bestaat geen internationale politiemacht die overtreders arresteert. De enige vorm van straf die er is, zijn embargo’s. Gelukkig oefenen landen onderling veel druk uit op elkaar.
Als een land het verdrag niet tekent, kan het zijn dat het land in de praktijk geen wapens meer kan importeren. Andere landen kunnen immers vrezen dat hun wapens bij eventuele export naar dat land, later in handen kunnen vallen van mensenrechtenschenders.
Het effect van een verdrag zie je soms ook in landen die het niet ondertekend hebben. Dat was duidelijk het geval bij het landmijnenverdrag. Frankrijk en de VS, belangrijke producenten van landmijnen, hebben het verdrag niet ondertekend. Toch zien we dat ze zich aan het verdrag houden. Wij vermoeden dat dit hetzelfde gaat zijn met het wapenhandelverdrag. Als je handel wilt voeren met de rest van de wereld is het nuttig om op dezelfde manier te handelen als de rest van de wereld. Verder moeten alle soorten conventionele wapens in het verdrag vervat zitten omdat naast wapens ook tanks en soortgelijke zaken zeer populair zijn bij mensenrechtenschenders.
Daarnaast worden wapens soms als ontwikkelingshulp gegeven. Het zijn dus geschenken in plaats van verkopen en daardoor vallen ze niet onder een handelsverdrag. Volgens ons moet daarom een clausule in het verdrag zitten gericht op zulke geschenken. Anders kunnen alle wapens onder het mom van ontwikkelingshulp uitgevoerd worden. Dan creëer je weer gaten in de wet voor wapenhandelaars en smokkelaars.
Het verdrag moet wapentransporten ook uitdrukkelijk linken aan enkele criteria die in het Internationale Verdrag van de Mensenrechten en in het internationaal humanitair recht staan. Wapens afkomstig van internationale transporten zouden niet bij mensenrechtenschendingen gebruikt mogen worden. Zo hopen we te verhinderen dat wapentransporten de duurzame ontwikkeling van landen bemoeilijken.
Als er een internationaal verdrag komt, zal dat enkel geldig zijn voor nieuwe en legale wapens.

Wat gebeurt er dan met de wapens die al in omloop zijn en de illegale wapens?
Allereerst moeten we grote wapenvernietigingsprogramma’s houden.
Daarnaast moeten we de internationale wapentransporten beperken. Als we de toevloed van legale wapens kleiner maken, kunnen we ook de voorraad illegale wapens verminderen. Want alle illegale wapens waren ooit legaal, dat wordt vaak vergeten. De wereld zou direct een stuk veiliger en welvarender worden.
Ik weet dat je nooit alle wapens kunt verbannen, maar je kan wel een grote impact hebben door de wet strenger te maken en de bestaande wapens op te sporen en te vernietigen.
Zulke programma’s kosten veel geld, maar op termijn bespaar je er geld mee. Als je uitrekent hoeveel één moord aan de maatschappij kost, zie je dat de kosten voor de vernietigingsprogramma’s zeer laag zijn.
En de programma’s werken ook echt. Brazilië, dat één van het hoogste aantal wapendoden per jaar had, heeft in 2003 de wapenwet aangepast en vernietigingsprogramma’s op poten gezet. Meer dan 460.000 wapens werden vernietigd en 24.000 minder mensen kwamen door wapengeweld om. En dat in een land dat gekenmerkt wordt door wapengeweld. Wat zouden de resultaten zijn in landen met een lager aantal wapendoden?

Zijn er nationale wapenwetten die volgens u een voorbeeld zijn voor een internationale wetgeving?
De basiselementen voor een goede wapenwet, vindt je in veel nationale wetten terug zowel in Europa als in Canada, Australië en zelfs in Zuid-Afrika. Vroeger mocht iedereen in de meeste landen een wapen dragen tenzij ze criminele veroordelingen hadden. Nu krijgen mensen geen wapenvergunning meer tenzij ze onder die categorie mensen vallen die het omwille van hun beroep of hun hobby wel toegestaan is, een wapen te bezitten. Die groep moet aan een aantal criteria voldoen. Je mag geen criminele voorgeschiedenis hebben, je moet bewijzen dat je een wettige reden hebt om een wapen te bezitten, je moet een aanbeveling hebben en je partner moet zijn/haar toestemming geven om een wapen in huis te halen.
Dat laatste is belangrijk aangezien de partners vaak de eerste slachtoffers zijn als er een wapen in huis is. Nog een principe is dat de vergunning na enkele jaren vernieuwd moet worden. Er mogen geen vergunningen meer voor het leven gegeven worden want situaties kunnen veranderen. Misschien voldoe je nu aan alle criteria, maar binnen vijf jaar niet meer.
Daarnaast moeten wapens ook geregistreerd worden. Er moet een systeem komen dat het wapenbezit, de verkoop en de transporten bijhoudt, zodat je kan ingrijpen in bepaalde situaties.
Als een wapeneigenaar betrokken is bij huiselijk geweld dan moet de regering kunnen zien dat die persoon wapens bezit. Zijn betrokkenheid bij huiselijk geweld toont aan dat hij eigenlijk niet geschikt is om wapens te hebben en de overheid kan dus beslissen om zijn wapens tijdelijk of permanent af te nemen. Zonder een registratiesysteem kan dat niet.
Het registratiesysteem zorgt er ook voor dat wettige eigenaars hun wapens niet doorgeven aan anderen. Vergunningen en registraties zijn belangrijke elementen voor een goede wapenwet. Het probleem is de implementatie van de wet. Vooral in kleine stadjes waar de implementatie aan de lokale agent wordt overgelaten. Hij kent vaak veel inwoners en denkt: “ik ga op café met die persoon, van mij mag die een wapen hebben”. Dat gebeurt veel.
Sinds 2006 staan alle bovengenoemde zaken ook in de Belgische wet. Het komt dan ook als een verrassing als ik hoor dat men twee jaar later de wet opnieuw wil afzwakken. Daarmee gaat men volledig tegen de wereldtrend in.
De meeste landen evolueren juist naar een strengere wapenwet. Het is verontrustend. Zeker als je weet dat België het vijfde hoogste aantal wapendoden van de ontwikkelde wereld heeft. Ik denk nochtans niet dat de Belgen gewelddadiger zijn dan de andere Europeanen. Het betekent waarschijnlijk dat wapens nog te gemakkelijk in België te verkrijgen zijn. Volgens mij is het dus tijd voor een strengere wet in plaats van een zwakkere.

Zijn er grote verschillen tussen de Europese nationale wetten onderling? Er bestaat immers een Europese gedragscode, die de wetten op vlak van handel in theorie op elkaar zou moeten afstemmen?
Er zijn verschillen. Zo is de minimumleeftijd om een wapen te bezitten in België 18 jaar terwijl dat 21 is in Duitsland. De leeftijd waarop de meeste mensen wapens misbruiken, ligt tussen 18 en 25 jaar.
Bij wetswijzigingen zie je dan ook vaak dat de minimumleeftijd opgetrokken wordt om het aantal potentiële daders te beperken.
In sommige landen verbiedt men ook andere wapens dan in de buurlanden. In Groot-Brittannië is er een volledig verbod op het bezit van handwapens, pistolen en revolvers. Dat is er gekomen na een moordpartij in een kleuterschool waar 16 kinderen en hun leerkracht gedood werden door een man die de school binnengewandeld was met een handwapen in zijn jaszak.
De Britse regering realiseerde zich door dit voorval dat iedereen zonder reden over een dodelijk wapen kon beschikken. Men wist dat bepaalde mensen zulke wapens voor de sport gebruikten, maar men besliste dat het risico te hoog was en daarom werden ze bij wet verboden.
Andere landen hebben semi-automatische geweren, zoals kalashnikovs en uzi’s verboden. Het probleem in Europa is, net als in de rest van de wereld, dat men geen algemene wetgeving heeft.
Wapens die in één land verboden zijn, zijn dat niet in een ander land en dat creëert gelegenheden voor wapenhandelaars om de wet te omzeilen. Daar zou een internationaal wapenhandelverdrag een einde aan kunnen stellen.
Twee jaar geleden hadden we een racistische schietpartij in Antwerpen waarna onze wapenwet verstrengd werd. De Verenigde Staten wordt door zulke schietincidenten geplaagd. Na zulke incidenten gaan er altijd stemmen op om de Amerikaanse wapenwet nog meer te versoepelen zodat de mensen zich overal beter kunnen verdedigen.

Hoe komt het dat de Amerikanen tegengesteld reageren als de Europeanen?
Na een incident hoor je in Amerika altijd dezelfde reactie namelijk: alle studenten zouden wapens moeten hebben om terug te schieten als er zich iets voordoet. Dat klinkt als een grap, maar dat is een serieuze suggestie van de wapenlobby. Die lobby is zeer sterk en mag je zeker niet onderschatten. Ze is er in geslaagd om te verhinderen dat er strengere wetten kwamen zelfs na tragedies waarbij kinderen of studenten omkwamen.
Het is ook zeer moeilijk voor politici om tegen de lobby in te gaan aangezien ze enorm veel geld investeert tijdens verkiezingscampagnes. De wapenlobby kan iemands politieke carrière maken of breken. Het is dus veiliger voor politici om te zwijgen.
De doorsnee Amerikaan daarentegen bezit geen wapen en vindt dat er een vergunnings-en registratiesysteem van wapeneigenaars moet komen. Hij begrijpt ook niet waarom de wapenwetten niet veranderd worden. Het is allemaal erg ondemocratisch. Een kleine minderheid is in staat wetswijzigingen tegen te houden die miljoenen anderen in gevaar brengen.
Maar op regionaal vlak boeken we vooruitgang in de VS. Steeds meer staten passen hun wetten aan, maar het gaat wel veel langzamer dan in de rest van de wereld. Zeker als je in aanmerking neemt dat er jaarlijks 30.000 Amerikanen aan de gevolgen van wapengeweld sterven. IANSA heeft dus nog veel werk voor de boeg.

Interview:  Sofie Synnesael

Deel dit artikel