Investeren in landbouwontwikkeling is nodig om voedseloorlog te voorkomen

lees ook:

We merken het allemaal aan de kassa, de voedselprijzen stijgen gestaag. Goed nieuws, zo lijkt, voor landbouw- en ontwikkelingsorganisaties die inzetten op het verbeteren van het inkomen van boeren. Toch mogen we nog niet te vroeg victorie kraaien, want de stijging van de voedselprijzen leidt immers niet in alle gevallen zomaar tot een beter inkomen voor de boer. Enkele kanttekeningen.

De Boerenbond startte vorig week een actie om aandacht te vragen voor het probleem van de eerlijke prijsvorming en om de consument te informeren dat ondanks de prijsstijgingen de boer vaak maar een klein deel van de prijs krijgt die we aan de kassa betalen. Ook IFAP en Via Campesina, de twee grote wereldboerenbewegingen, zijn argwanend. Ze geven toe dat de hoge prijzen nefast zijn voor consumenten, maar stellen vast dat de meeste boeren al lang geen netto voedselproducenten meer zijn en dat ook zij voedsel moeten aankopen en puffen onder de hoge prijzen. 600 van de 850 miljoen armen in de wereld zijn boeren. Bovendien sijpelen de prijsstijgingen maar mondjesmaat en traag door tot bij de boer. 

The Economist stelt dat in 30 jaar tijd, tussen 1974 en 2005, de voedselprijzen daalden met 75%, terwijl ze sinds 2005 weer stegen met 75%. In het Zuiden, waar in veel landen 70 tot 80% van het gezinsinkomen naar voedsel gaat, hebben de prijsstijgingen voor voedsel dan ook veel meer impact dan in Vlaanderen. Daardoor vinden sinds begin vorig jaar op heel wat plaatsen voedselopstanden plaats. De globale golf aan protesten en conflicten over de stijgende voedselprijzen begon in januari 2007 met de Mexicaanse ‘tortillacrisis’, toen de tortillaprijzen op een jaar tijd meer dan verdubbelden. In Yemen en het Midden-Oosten stierven een dozijn mensen in een protest over verdubbelde broodprijzen. Gelijkaardige verhalen zijn te horen in Burkina Faso, Mauretanië, Indonesië, Kameroen, Egypte, Ivoorkust, Argentinië,…

Na de protestgolf namen verschillende regeringen maatregelen. De belangrijkste rijstexporterende landen gingen massaal rijst hamsteren nu de prijs de lucht in schiet en honger dreigt bij grote delen van de bevolking. Egypte besloot de export van rijst volledig stil te leggen, nu volgen Vietnam, India en Cambodja dit voorbeeld. Ook Thailand en Indonesië denken na over gelijkaardige maatregelen. Men hoopt met deze maatregelen de prijs op de binnenlandse markt te temperen.

Ook de Afrikaanse ministers van Economie besloten begin april de stijging van de voedselprijzen aan te pakken, want die bedreigen volgens hen de stabiliteit en economische groei van Afrika. Anderzijds willen ze de opportuniteiten van de hoge voedselprijzen aangrijpen om een verhoging van de voedselproductie te verwezenlijken zodanig dat Afrika zichzelf kan voeden.

Een nobel doel. Maar dat houdt dan wel in dat de lokale ontwikkeling van landbouw en voedselproductie weer een voorname rol moet krijgen en dat het aandeel van de steunmaatregelen voor de landbouw in het budget weer opgetrokken moet worden. Deze inspanningen moeten in de eerste plaats gericht zijn op het ondersteunen van kwaliteitsvolle lokale productie en het beter doen functioneren en beschermen van de interne, regionale markt. Zo worden ontwikkelingslanden minder afhankelijk van import uit het buitenland en fluctuaties op de wereldmarkt. Veel regeringen in vooral de Afrikaanse landen investeerden jarenlang niet in hun landbouw, en importeren goedkoop om hun stedelijke bevolking te voeden. Investeren in eigen productie-potentieel is net essentieel is om in eigen voedselbehoeften te voorzien. In Sub-Sahara Afrika bijvoorbeeld steeg de rijstproductie tussen 2001 en 2005 jaarlijks met 5,81%. De consumptie steeg in diezelfde periode jaarlijks met 5,84%. Deze productiestijging is te danken aan een sterkere institutionele ondersteuning van de lokale productie en een aantal technische ontwikkelingen, de ontwikkeling van betere rijstvariëteiten bijvoorbeeld.

Alleen via meer investeringen in landbouwontwikkeling kunnen we ervoor zorgen dat boeren ook echt kunnen profiteren van de hogere prijzen. Na jaren van verwaarlozing van de landbouwsector, erkent nu ook de Wereldbank in haar World Development Report 2008 dat meer ondersteuning voor landbouw, en in het bijzonder voor kleine boeren, noodzakelijk is voor ontwikkeling, en de enige manier om de eerste millenniumdoelstelling, de halvering van de honger, te behalen.


Gert Engelen, Vredeseilanden
Lode Delbare, Trias
Marc Maes, 11.11.11
Bart Bode, Broederlijk Delen
Thierry Kesteloot, Oxfam-Solidariteit
Piet Vanthemsche, Boerenbond

 

 

 


 

Deel dit artikel